Dell heeft vandaag - iets meer dan vijf maanden na een onverwachte sneeuwbui in de hel - zijn eerste servers met AMD Opteron-processors aangekondigd. De eerste machine is de PowerEdge 6950, een 4U-doos met vier sockets, maximaal 64GB geheugen, zeven PCI Express-slots (twee x8- en vijf x4-gleuven), dual gigabit ethernetcontrollers, ruimte voor vijf SAS-schijven en een dubbele 1570W-voeding. Opvallend is dat er geen ondersteuning voor PCI-X is: hoewel dit natuurlijk een oudere standaard is dan PCIe, bleven de meeste servers er tot nu toe toch wel aan vasthouden. De prijzen van de machine beginnen bij 6500 dollar.
Om de prestaties van PowerEdge 6950 te demonstreren geeft Dell een resultaat op van TPC-H, een marteltest waarin statistieken worden verzameld over een database van 100GB. Het bedrijf claimt daar de beste prijs/prestatieverhouding te hebben behaald en zegt bovendien dat de nieuwe machine twintig procent minder stroom nodig heeft dan de 'vorige generatie'. Die woordkeus is een schop onder de tafel richting Intel, want in de kleine lettertjes wordt duidelijk dat men daar de pas geleden geïntroduceerde Tulsa mee bedoelt. De Xeon MP laat zich echter niet zo heel makkelijk onder het tapijt vegen: in de top vijf van deze benchmark komt een HP-inzending met Xeons qua prestaties angstig dicht bij het resultaat van Dell, maar dan met een lagere kostprijs. Het punt dat zelfs de 2,8GHz Opteron SE met zijn 120W TDP zuiniger is dan de Xeon MP (150W TDP) blijft natuurlijk wel onverminderd overeind staan.
 |
 | TPC-H 100GB, 4-way servers |  |
 |
 | HP |  | Opteron 2,8GHz, 128GB |  | 10,67 $/QphH |  |   19323 |  |
 |
 | Dell |  | Opteron 2,8GHz, 64GB |  | 8,48 $/QphH |  |   17180 |  |
 |
 | HP |  | Xeon MP 3,4GHz, 64GB |  | 7,91 $/QphH |  |   17120 |  |
 |
 | Dell |  | Xeon MP 3,4GHz, 64GB |  | 13,40 $/QphH |  |   16320 |  |
 |
 | Dell |  | Opteron 2,8GHz, 32GB |  | 6,04 $/QphH |  |   14923 |  |
 |

De tweede nieuwkomer is de SC1345, een 1U hoge machine met twee sockets die bedoeld is voor bedrijven die graag veel kleine en relatief goedkope machines op elkaar stapelen, zoals webhosters, animatiestudios en onderzoekafdelingen. De machine ondersteunt 32GB DDR2-geheugen, twee SATA-schijven of twee SAS-schijven, en één uitbreidingskaart, waarbij gekozen kan worden tussen PCI-X en PCI Express x8. Standaard aan boord vinden we dual gigabit ethernet, een 600W-voeding en een videochip van ATi. Net als zijn grote broer is deze machine gebaseerd op een chipset van Broadcom, maar de prijs is een stuk schappelijker: die begint al bij 1300 dollar.
Ook over de PowerEdge SC1435 heeft Dell positieve verhalen te vertellen, zo zou hij 128 procent betere prestaties en 138 procent betere prestaties per watt bieden. Dit geldt echter alleen als de nieuwste 2,8GHz dualcore Opteron vergeleken wordt met een jaar oude single-core Netburst-Xeon. Hoewel Dell dus enigzins overdrijft over de voordelen van de machines, kunnen we wel spreken van een historisch moment voor AMD: voor het eerst is de Opteron terug te vinden in het assortiment van de volledige top vijf van serverbouwers. Ondanks het feit dat Intel aan de technische kant een hoop heeft ingehaald, is het erg onwaarschijnlijk dat ze de geest ooit nog terug in de fles kunnen duwen. Naast servers levert Dell ook al AMD-desktops, en notebooks zijn onderweg. Tot eind volgend jaar zou het bedrijf twintig miljoen Athlons, Opterons, Semprons en Turions willen verorberen.