Afgelopen vrijdag heeft AMD in New York een presentatie gegeven over zijn toekomstplannen op het gebied van processors. Zoals al bekend was zullen er volgend jaar nieuwe versies van de huidige K8 en K9 (dual-core) processors uitkomen, die gebruik zullen gaan maken van drie nieuwe sockets* en ondersteuning hebben voor onder andere DDR2 en virtualisatie. Het meest interessante nieuws was echter dat over K10, de nieuwe core die daarna weer komt. Deze core kent een hoop nieuwe of verbeterde features ten opzichte van de 2006-generatie, een groot deel waarvan op servers is gericht.
| Naam | Pins | Toepassing |
| Socket F | 1207 | Opteron 2xx / 8xx |
| Socket M2 | 940 | Opteron 1xx / Athlon |
| Socket M1 / S1 | 638 | Mobile |
Ten eerste zal het platform beter schaalbaar worden: de K10 is geschikt is om zonder extra chipset te werken in systemen met maximaal 32 processors (nu maximaal 8). Bovendien zal er in 2007 een quad-core versie van de Opteron op de markt verschijnen. HyperTransport 3.0 - dat drie keer zoveel bandbreedte levert als de huidige versie van de standaard - moet ervoor zorgen dat zo'n zware server niet door een tekort aan gegevens om mee te rekenen wordt teruggehouden. Om dezelfde reden wordt een L3-cache toegevoegd. Er wordt ook gesproken over een uitbreiding van de AMD64-instructieset, maar wat daar precies mee wordt bedoeld is niet duidelijk. Volgens bronnen buiten het bedrijf zullen de K10-processors gebruik maken van dezelfde sockets die volgend jaar worden aangekondigd voor de DDR2-chips.
Onder de noemer Partitioned PowerNow! gaat AMD het stroomverbruik van iedere core apart regelen, iets wat nu alleen voor de hele chip tegelijk gaat. Als geheugen ondersteunt K10 onder andere DDR3, waarbij naast normale DIMM's ook FB-DIMM's kunnen worden gebruikt. Voor de toekomst is overigens ook al ondersteuning voor DDR4 en FB-DIMM2 toegezegd. Verder wordt het virtualisatiesysteem uitgebreid om ook I/O te omvatten, en zal de nieuwe core een aantal extra betrouwbaarheidsfeatures aan boord hebben. Hier valt onder andere het spiegelen van geheugen onder, een feature die in x86-land tot nu toe alleen voor de Xeon MP bestaat.

Ook over de verdere toekomst heeft AMD een aantal erg interessante opmerkingen gemaakt. Waar K10 nog redelijk herkenbaar is als een Opteron 'on steroids', overweegt het bedrijf ook ontwerpen die verder van de huidige conventies afwijken. Zo denkt het na over een vernieuwd FPU-ontwerp, on-chip co-processors voor specifieke taken zoals video-encoding of encryptie, en een nieuw concept dat cluster based multithreading is gedoopt. Dit laatste houdt in dat de cores van een dual- of multi-core processor gebruik kunnen maken van elkaars executie-eenheden. Volgens het onderzoek van AMD zou het verzachten van de scheidingslijn tussen verschillende cores tot 80% extra prestaties op kunnen leveren, in tegenstelling tot andere multithreadingtechnieken zoals HyperThreading (SMT) van de Pentium of het SoEMT dat de Itanium later dit jaar krijgt.
Al met al heeft AMD flink wat ideeën op tafel liggen om zijn opkomst in de (server)markt mee voort te zetten. Sinds de komst van de Opteron is het aandeel van AMD al verdrievoudigd, en volgens de cijfers van IDC over het eerste kwartaal van dit jaar was maar liefst 27% van de 4-way x86-servers voorzien van Opteron-processors. Met K10 zal het bedrijf echter niet alleen de Xeon kunnen uitdagen, maar ook het leven van Itanium moeilijker kunnen gaan maken.
De gebruikte Athlon 64 X2, die over twee Toledo-cores met elk een megabyte L2-cache beschikt en een rating van 4800+ meekreeg, werd voorzien van een stevige hi-endkoeler: de Thermalright XP-90C. De Vantec Tornado die daar opgeschroefd werd is niet een van de stilste, maar de 120 kubieke voet lucht die deze fan per minuut verpompt komen goed van pas. Voor het moederbord viel de keus op een DFI nForce 4 SLI-bordje en de gebruikte grafische kaart was een ATI Radeon X850XT PE. De opstelling werd verder voorzien van een gigabyte Corsair-geheugen; er kon gekozen worden tussen de XMS3200 Pro Series en reepjes MCX512-4400C25PT. Om een en ander soepel te laten draaien waren voedingen van Ultra X-Connect en Antec beschikbaar, beide goed voor 500W of meer.
Om te beginnen werd het geheugen op 200MHz en HyperTransport op 600MHz geklokt, en nadat het voltage van de Toledo naar 1,5V verlaagd was werd de grens van drie hele gigaherzen bereikt - maar wat er verder ook geprobeerd werd, meer dan een enkele benchmark wist men niet tot een goed einde te brengen. Ook met voltages tot 1,65V bleek de chip niet stabiel te worden. Uiteindelijk bleek de hoogst haalbare stabiele snelheid op 2,8GHz te liggen; 100MHz hoger dan de eerdere pogingen van de site - wat gegeven de fors verbeterde koeling een beetje teleurstellend is.

Mitsubishi, dat ook bij de ontwikkeling van HD DVD-R betrokken is, ontwikkelde een nieuwe organische dye voor dit produkt. Volgens de fabrikant kan 25GB worden vastgelegd op een 0,1mm dikke coating, en met een reflection rate van veertig procent en jitter tot zes procent komen de BD-R's dicht in de buurt van de specificaties van de BD-ROM.
Analisten betwijfelen of Acrylic de professionals kan weghalen bij de huidige marktleiders zoals Photoshop. Er kleven nadelen aan het pakket zoals alleen de ondersteuning van Windows XP en het formaat waarin bestanden kunnen worden opgeslagen. Files kunnen worden weggeschreven in een Acrylic-specifiek XPR-formaat. Het is wel mogelijk om naar JPEG, GIF of PDF te exporteren. Ook de zware hardware die nodig zou zijn voor een goede performance wordt gezien als een minpunt: een Pentium 4 machine met 512MB geheugen. De bèta van Acrylic is gratis te downloaden voor de bezitters van een Passport-account.

Begin april werd al gevreesd voor deze uitslag. Telcordia, het bedrijf dat het onderzoek uitvoerde, zou namelijk nooit de uitslag van het rapport aangepast hebben, omdat het bureau dan zijn eigen fouten zou toegeven. De uitspraak van de ICANN dat met het commentaar op de nieuwe uitvoering van het document niets meer gedaan zou worden, omdat er anders te weinig tijd overbleef om de details van het nieuwe contract uit te werken, zorgde ook niet bepaald voor extra druk op Telcordia. Uiteindelijk is Verisign zeker geen slechte beheerder, volgens het onderzoek waren alle kandidaten in staat om het domein te beheren, maar het is jammer dat deze keuze gemaakt is aan de hand van een dubieus onderzoek.