Wordt 'soevereiniteit' het techwoord van 2026? Zowel het brede begrip 'digitale soevereiniteit' als het specifiekere concept van soevereine clouds wonnen in 2025 flink aan populariteit. Maar staat een aan landsgrenzen gebonden soevereiniteit niet haaks op het internetgedreven karakter van de cloud? Niet per se. Wel is het zo dat soevereine clouds soms niet zo soeverein zijn als aanbieders doen voorkomen en als cloudgebruikers denken. Dat hebben we in 2025 duidelijk gezien.
In het afgelopen jaar hebben technische, geopolitieke en economische ontwikkelingen elkaar in rap tempo opgevolgd. Groeiend cloudgebruik ging hand in hand met impactvolle storingen, diplomatieke aardverschuivingen, plotse ommezwaaien, oplaaiende handelsoorlogen en opstapelende heffingen. Veel van deze ontwikkelingen hebben een Amerikaanse oorsprong. Enerzijds omdat veel informatie- en communicatietechnologie vanuit de Verenigde Staten komt, anderzijds omdat de tweede regering-Trump nu meer invloed, grip en macht nastreeft. Dit is ook op techgebied duidelijk voelbaar.
Makkelijker gezegd dan gedaan
Als tegenreactie wint in Europa het woord 'soevereiniteit' aan populariteit, oftewel digitale soevereiniteit als het om techzaken gaat. Minder afhankelijk zijn van buitenlandse – lees: voornamelijk Amerikaanse – technologie en meer op eigen benen staan als het gaat om software en hardware. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Niet alleen omdat computertech voor een groot deel uit de VS komt, maar ook omdat de daadwerkelijke productie van hardware grotendeels in China plaatsvindt. Techleveranciers werken wel aan diversificatie door hun productie deels naar andere landen te verplaatsen, maar dat is een kostbare en complexe meerjarenoperatie.
:strip_exif()/i/2006067814.jpeg?f=imagenormal)
Wat voor hardware geldt, gaat in grote lijnen ook op voor software. In theorie kan het weliswaar makkelijker zijn om op softwaregebied soeverein te worden – of in ieder geval iets soevereiner. Dat kan bijvoorbeeld door te kiezen voor Europese leveranciers, of voor het gebruik van opensourcesoftware. Maar zulke alternatieven zijn zowel qua aantal leveranciers als qua aanbod beperkter dan de reguliere techpartijen en -producten.
Daarnaast zijn ze soms functioneel anders of niet gegarandeerd compatibel. Het eerste kan een kwestie van aanpassen zijn voor gebruikers, maar het tweede kan migratie bemoeilijken en vervolgens bestandsuitwisseling met andere partijen frustreren. Dit levert een kip-en-eiprobleem op, waardoor de status quo gehandhaafd blijft. De dominantie van grote, veelal Amerikaanse techbedrijven doorkruist dus het streven naar digitale soevereiniteit.
In de praktijk spelen politieke, economische, technische of gebruiksmatige overwegingen en belemmeringen mee. Zo besloot de Duitse stad München negen jaar geleden onder nieuw politiek bestuur weer af te stappen van de baanbrekende eigen Linux-implementatie. Daarmee wilde de gemeente de afhankelijkheid van Microsoft (Windows en Office) afbouwen. Anno nu lijkt deze cyclus opnieuw begonnen: zo is de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein voor de eigen e-mailomgeving geheel overgestapt van Microsoft Exchange en Outlook naar Open-Xchange en Thunderbird.
Software is 'uit'
Zulke softwaremigraties kunnen digitale soevereiniteit vooruithelpen, maar tegenwoordig gaat het niet meer alleen om de belangrijke vraag welke software van welke leverancier wordt gebruikt. Een kritieke vraag die nu meespeelt, is wáár die software dan draait. Software in de traditionele vorm is namelijk nogal ouderwets geworden. Het is cloud wat de klok slaat. Software is de afgelopen jaren in toenemende mate saas geworden: software as a service. Daarbij draait software flexibel, schaalbaar, veilig en betaalbaar in de cloud, aldus de aanbieders. Clouds zijn een verweven geheel van servers en datacenters van die aanbieders, voorzien van snelle verbindingen en automatische mogelijkheden voor loadbalancing en fail-over.

Naast saas, wat consumenten en werknemers bij bedrijven functionaliteit op applicatieniveau biedt, bestaan er nog andere cloudvormen, zoals platform as a service en infrastructure as a service. Paas biedt organisaties een platform, vergelijkbaar met een besturingssysteem, waar ze dan naar eigen voorkeur applicaties op kunnen draaien. Iaas ligt nog een niveau lager in de technologiestack en biedt gebruikers infrastructuur, vergelijkbaar met de kale hardware van een datacenter, waarop ze eigen besturingssystemen en applicaties kunnen draaien. Hoe hoger in de stack, hoe minder beheerwerk voor de gebruiker, maar hoe groter de afhankelijkheid van de aanbieder.
Critici omschrijven cloudgebruik wel als 'software draaiend op andermans computer'. Een nuancering van die kritische omschrijving is te vinden in het bestaan van private clouds en hybride clouds naast de breed bekende public clouds. Laatstgenoemde vormt het algemene aanbod van techreuzen als Amazon, Google en Microsoft; respectievelijk Amazon Web Services (AWS), Google Cloud Platform en Azure. Maar ook bijvoorbeeld toepassingsgericht aanbod als Google Docs, Office 365 en diverse andere clouddiensten vallen hieronder.
Private clouds zijn cloudomgevingen waarvan de ict-middelen (resources als rekenkracht, opslagruimte, en netwerkcapaciteit) exclusief ter beschikking staan van een enkele klant. Zo'n organisatie heeft daarmee meer grip op zaken als prestatieniveau, maar ook op veiligheid en privacy. Hybride clouds zijn een combinatie van public en private clouds, al dan niet in combinatie met een eigen, klassieke on-premises ict-omgeving.
Een vierde soort cloud?
Cloudcomputing is doorgaans gedistribueerd van aard en overstijgt, net als het internet zelf, landsgrenzen. Dit kan haaks staan op de groeiende behoefte aan soevereiniteit, waarbij nationale of Europese grenzen juist van belang zijn. De diverse cloudleveranciers reageren daarop met aanpassingen in hun aanbod. Zo bieden ze bijvoorbeeld afgeschermde regio's in hun cloudomgevingen en opties voor de opslag en verwerking van data binnen bepaalde geografische gebieden.
Sommige leveranciers zetten compleet nieuwe bedrijfsonderdelen op, zoals AWS in juni 2025 deed voor Europa. Het bedrijf claimt daarmee een Europese soevereine cloud te bieden, waar andere bedrijven op kunnen aanhaken. Eind 2023 kwam AWS al met een aankondiging op dit vlak, maar dat betrof alleen Europese opslag van data. Inmiddels schermen diverse leveranciers met eigen 'soevereine clouds', al dan niet ondergebracht bij dochterondernemingen.
Het is echter de vraag of zo'n cloudaanbod wel echt soeverein is. De Amerikaanse Cloud Act geeft de regering van de Verenigde Staten namelijk mogelijkheden om data te vorderen bij Amerikaanse bedrijven. Het maakt daarbij niet uit of die data wel of niet van een Amerikaanse burger of entiteit zijn, of waar die data is opgeslagen. Ook dochterbedrijven van Amerikaanse firma's vallen mogelijk onder de invloed van deze wetgeving.
Amerikaanse business
Big tech domineert niet alleen de markt voor smartphones, pc's, applicaties en besturingssystemen; ook e-commerce en cloudcomputing zijn grotendeels een Amerikaanse aangelegenheid. Dat wil niet zeggen dat er geen alternatieven of concurrenten zijn. Alleen kunnen die alternatieven en concurrenten nogal moeite hebben om tegen de grootmachten op te boksen, vanwege budget, bereik, naamsbekendheid, vertrouwdheid of simpelweg vanwege koppelverkoop en lopende contracten.
:strip_exif()/i/2005564724.jpeg?f=imagenormal)
De in 2025 toegenomen aandacht voor de soevereine cloud brengt hier geleidelijk aan verandering in. Overheden, onderwijsinstellingen, organisaties en bedrijven werken aan eigen clouds voor gevoelige zaken als bijvoorbeeld onderwijs, wetenschap, overheid en defensie. Ook is er politiek aandacht voor kritieke techzaken zoals het beheer van het .nl-domeinnamensysteem: de Tweede Kamer wil unaniem een streep zetten door de geplande migratie van SIDN's domeininfrastructuur naar AWS.
Deze toenemende aandacht vertaalt zich concreet in praktijkprojecten. Zo biedt SURF vanaf januari 2026 de samenwerkingsomgeving van Nextcloud breed aan bij Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen. De ict-coöperatie voor onderwijs- en onderzoeksinstellingen biedt dit dan als pilotproject aan na succes met kleinere pilots. Ondertussen werkt het Nederlandse ministerie van Defensie samen met de Nederlandse telecomaanbieder KPN en de Franse tech- en securityleverancier Thales aan een soevereine clouddienst. Ook Duitse bedrijven zoals telecomaanbieder Deutsche Telekom en Linux-distributiemaker SUSE ruiken kansen en komen met soevereine cloudopties.
Bewust kiezen en exitplannen hebben
Deze beweging richting cloudsoevereiniteit kreeg begin november echter een wake-upcall met het nieuws dat een Nederlandse cloudaanbieder in Amerikaanse handen komt. Het bedrijf Solvinity, waar onder meer DigiD draait, wordt overgenomen door dienstverlener Kyndryl. En de Franse partner bij KPN's project voor een soevereine cloud werkt ook mee aan een NAVO-migratie van on-premises systemen naar een geclaimde soevereine cloud van de Amerikaanse leverancier Oracle. Overigens wendt de NAVO zich voor deze geclaimde soevereine cloud ook tot Google.
Het bereiken van meer cloudsoevereiniteit is niet alleen een kwestie van bewust kiezen, maar ook van controleren en voorbereid zijn op veranderingen. Het hebben van een gedetailleerd exitplan met oog voor continuïteit is essentieel, adviseerde de Auditdienst Rijk eind 2024 al voor overheidsgebruik van clouddiensten. Dit advies geldt in wezen ook voor organisaties, bedrijven en zelfs consumenten. Welke cloudfunctionaliteit valt nu of in geval van nood ergens anders onder te brengen? Het antwoord op die vraag is complex en kan nogal wat kosten.
Begin 2025 besloot de toenmalige Nederlandse staatssecretaris Digitalisering dat er in de toen lopende kabinetsperiode een Nederlandse overheidscloud moest komen, hoewel het kabinet daarna stelde dat volledig loskomen van Amerikaanse clouddiensten niet het doel is. Na de val van het kabinet lagen veel ambitieuze plannen even stil. De huidige, demissionaire staatssecretaris Digitalisering gaf in november aan dat Nederland elk jaar een miljard euro extra nodig heeft voor digitalisering. Daarbij is jaarlijks 125 miljoen euro nodig voor cloud: om overheidsbrede soevereinecloudvoorzieningen op te zetten.
Zorgen om cloudblokkades
Zorgen over cloudafhankelijkheid beperken zich niet tot mogelijke inzage van data door de Amerikaanse overheid, wat een bedrijf als Microsoft niet kan tegenhouden. Het Nederlandse Nationaal Cyber Security Centrum oordeelde eind 2022 nog dat de kans op Amerikaanse data-inzage klein is. Dat oordeel kan nu, drie jaar later, geheel anders zijn, maar het is niet de enige of zelfs grootste zorg. Naast het risico van data-inzage speelt er een groter gevaar, dat grotere en directere impact heeft. Dit is het risico dat aanbieders toegang tot hun clouddiensten moeten blokkeren.
:strip_exif()/i/2007392614.jpeg?f=imagenormal)
De impact van het staken van clouddiensten was het afgelopen jaar al enigszins voelbaar door storingen. Wie denkt dat een storing in Microsofts 365-cloud vooral vervelend is voor kantoorwerkers die dan even geen Office-documenten of Teams-overlegjes kunnen hebben, heeft het mis. Naast zulke eerstelijns slachtoffers zijn ook andere mensen de dupe, zoals treinreizigers. Bij de grote 365-storing eind oktober 2025 werden ook de NS-app, -reisplannersite en -kaartautomaten getroffen. Dat neveneffect raakte het woon-werkverkeer van veel mensen en daarmee het bedrijfsleven en de hele maatschappij.
Natuurlijk zijn per ongeluk optredende storingen niet hetzelfde als bewuste blokkades. Toch zijn beide cloudkwesties aan de orde. Het Internationaal Strafhof in Den Haag fungeert hierbij als kanarie in de kolenmijn voor de impact die Amerikaanse sancties op de cloud kunnen hebben. Hoofdaanklager Karim Kahn van het Internationaal Strafhof kon zijn werk amper doen omdat hij geen toegang meer had tot zijn zakelijke Microsoft-e-mail.
:strip_exif()/i/2007958746.jpeg?f=imagenormal)
Microsoft claimde vervolgens dat het zijn diensten aan het Internationaal Strafhof niet had stopgezet, maar bevestigde wel dat de hoofdaanklager niet langer op Microsoft-diensten werkte. Eind oktober kwam het bericht dat het Internationaal Strafhof zou overstappen naar de Duitse kantoorsoftware openDesk. Dit uit angst voor wraakacties van de Amerikaanse president Donald Trump. Terwijl Microsoft eind april wel beloofde de Amerikaanse overheid, als dat nodig is, aan te klagen bij eventuele blokkade van clouddiensten in Europa, zou het leed dan al wel zijn geschied. Ware cloudsoevereiniteit zou dit moeten voorkomen, maar daar komt wel wat werk bij kijken.
Vereist blijvende inspanningen
Soevereine clouds ontstaan niet vanzelf en zijn dan niet gegarandeerd blijvend soeverein. Net zoals traditionele soevereiniteit vereist digitale soevereiniteit een reeks aan inspanningen, uiteenlopend van strategisch plannen en consequent zijn tot waakzaam blijven en rekening houden met een al dan niet gedwongen cloudexit. Zoals eerder elders al is voorgekomen, op landenniveau. Hoe speelt dat uit wanneer we ons gedwongen zien? Wordt 2026 het jaar van soevereiniteit in de cloud? De tijd zal het leren.
Redactie: Jasper Bakker • Eindredactie: Monique van den Boomen