De drie grootste banken in Nederland willen hun afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven afbouwen. Rabobank, ING en ABN AMRO overleggen hierover met andere Europese banken, meldt de NOS.
Bestuursvoorzitter Stefaan Decraene van Rabobank zegt ronduit tegen de NOS dat de banken afhankelijk zijn van Amerikaanse techgiganten. "Onze belangrijkste IT-leveranciers zitten in Amerika." Het gaat hierbij onder meer om clouddiensten en aanbieders van AI-technologie. In reactie willen Rabobank, ING en ABN AMRO hun afhankelijkheid zoveel mogelijk verminderen.
Decraene reageert op zorgen over technologische afhankelijkheid, die ook leven bij de Europese Commissie en bij toezichthouders als de Europese Centrale Bank (ECB). De handelsoorlog waar de Amerikaanse president Donald Trump mee dreigt, vergroot deze zorgen. In oktober vorig jaar waarschuwden de Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank al voor de grote en groeiende IT-afhankelijkheid. De twee organisaties zien een groeiend risico voor de financiële sector in Nederland.
'Kunnen we niet alleen doen'
Topman Decraene van de Rabobank zegt nu dat er geen concrete signalen zijn dat Amerikaanse techbedrijven systemen uit kunnen zetten waardoor bijvoorbeeld klanten geen geld meer kunnen overmaken. Toch ziet de Rabobank risico's en werkt het daaraan. Dat doet de bank in samenwerking 'met een aantal partijen', aldus de bestuursvoorzitter. "Want dit kunnen we als Rabobank niet alleen doen."
Een van die partijen is ING, die concreet clouddiensten noemt. Deze Nederlandse bank heeft een eigen cloudomgeving, maar veel onderdelen van de ict-infrastructuur komen van Amerikaanse leveranciers.
Het initiatief voor het afbouwen van de IT-afhankelijkheid voor banken komt volgens Decraene vanuit Europese banken. Zij kijken naar mogelijkheden om Europese clouds en datastructuren op te zetten. Het realiseren van Europese alternatieven gaat volgens de Rabobanktopman wel drie tot vijf jaar duren.