De Free Software Foundation heeft gisteren de derde versie van de GNU General Public License vrijgegeven. De FSF verwacht dat met deze nieuwe licentie de vrijheid en de rechten van softwaregebruikers beter gewaarborgd kunnen worden.
De GPL is de meest gebruikte opensourcelicentie en wordt door verschillende grote opensourceprojecten gebruikt. Het belangrijkste kenmerk van de licentie is dat gebruikers expliciet het recht krijgen om de broncode van de software aan te passen en te verspreiden. Versie 2 van de GPL werd in juni 1991 gepubliceerd en GPLv3 op 29 juni 2007. Aan de presentatie van GPLv3 is vele maanden aan voorbereiding, discussie en geschrijf vooraf gegaan. Eind 2005 maakte de FSF bekend dat er gewerkt zou gaan worden aan een update van versie 2 van de GPL en slechts een paar weken later op 16 januari 2006 werd de eerste conceptversie gepubliceerd. Deze draft bevatte nieuwe bepalingen over softwarepatenten, over de compatibiliteit van GPLv3 met andere licenties en over wat er met het begrip broncode bedoeld wordt.
Via een webapplicatie kon commentaar geleverd worden op de conceptlicentie. De feedback is door de FSF – samen met 130 mensen uit de opensourcegemeenschap – verwerkt in de tweede draft, die op 27 juli 2006 werd vrijgegeven. In deze versie zijn onder meer de artikelen rond softwarepatenten en digital rights management afgezwakt. Opnieuw kreeg de internetgemeenschap de tijd om commentaar te leveren en op 28 maart van dit jaar verscheen draft nummer drie. Hierin zijn enkele artikelen opgenomen om Microsoft-Novell-achtige overeenkomsten in de toekomst te voorkomen en is de Tivo-clausule beperkt tot consumentenproducten. Twee maanden later werd een vierde conceptversie gepubliceerd, die slechts op enkele kleine punten was aangepast, en nu is er dus de definitieve versie van GPLv3.

Al tijdens de ontwikkeling van de nieuwe GPL is door zowel voor- als tegenstanders van de licentie kritische feedback geleverd. Dat was waar de FSF op hoopte, omdat alleen op die manier een licentie zou kunnen ontstaan waarover binnen de brede opensourcegezindte consensus zou kunnen bestaan. Belangrijker is echter, aldus FSF-directeur Peter Brown, dat de verschillende betrokken partijen door het publieke karakter van het GPLv3-ontwikkelproces hebben ontdekt dat ze alleen gezamenlijk passend kunnen reageren op bedreigingen voor de opensourcegemeenschap. Nu GPLv3 na ruim anderhalf jaar ontwikkelen eindelijk het levenslicht gezien heeft, zal de licentie toegepast gaan worden op opensourcesoftware. Veel software komt automatisch onder de nieuwe licentie te vallen. Voor andere software, waaronder de Linux-kernel, geldt dat de ontwikkelaars hier expliciet voor zullen moeten kiezen, omdat ze hun broncode eerder alleen onder GPLv2 hadden vrijgegeven.