De Nederlandse Belastingdienst gaat de systemen om btw te innen zelf hosten en beheren. Dat zegt staatssecretaris Eerenberg in een uitgebreid plan om de fiscus digitaal autonomer te maken. De Belastingdienst gaat ook kijken of hij andere systemen in eigen beheer kan nemen en wil 'rijksbreed koploper worden op het gebied van digitale autonomie'.
Dit nieuws in het kort
- De staatssecretaris van Financiën schrijft in een Kamerbrief over digitale autonomie bij de Belastingdienst.
- De Belastingdienst gaat systemen om btw te innen niet uitbesteden aan een Amerikaans bedrijf, maar zelf beheren.
- De software voor het contactcentrum wordt waar mogelijk Europees en in eigen beheer.
- De fiscus onderzoekt opnieuw of hij Microsoft 365 als kantooromgeving zelf kan hosten.
- De Belastingdienst heeft meerdere nieuwe regels opgesteld om digitaal autonoom te blijven.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën schrijft over de strategie in een brief aan de Tweede Kamer. De Belastingdienst gaat meerdere stappen zetten om zijn digitale autonomie te vergroten. Een van de belangrijkste stappen daarin is dat de fiscus alle systemen om btw te innen zelf in beheer neemt.
Eerder dit jaar ontstonden er zorgen toen bleek dat de Belastingdienst het beheer van dat systeem had uitbesteed aan een Amerikaans bedrijf. Onder meer experts waarschuwden toen voor de risico's daarvan, bijvoorbeeld in een situatie waarin de Amerikaanse overheid ervoor zou kunnen zorgen dat Nederland geen btw-inkomsten meer kan ontvangen. De Belastingdienst begon daarop een onderzoek naar de risico's. Eerenberg zegt nu dat 'de risico's niet voldoende gemitigeerd kunnen worden' als het btw-systeem inderdaad Amerikaans wordt.
Zelf hosten
"Daarom heeft de Belastingdienst besloten om voor ingebruikname van het nieuwe systeem over te gaan op het zogenoemde hostingscenario", schrijft Eerenberg. "In het hostingscenario doet de Belastingdienst het beheer en onderhoud van de infrastructuur in plaats van de leverancier. De servers staan in onze eigen datacenters en worden beheerd door medewerkers van de Belastingdienst zelf, niet door de leverancier. Ook het softwaredistributiemechanisme komt onder controle van de Belastingdienst. Daardoor heeft de Belastingdienst controle over de toegang tot de software en de bijbehorende data."
Wel blijft Fast Enterprises, het bedrijf dat de software aanvankelijk zou beheren, de software ontwikkelen. Het bedrijf kan dan echter niet bij 'productiegegevens'.
:strip_exif()/i/2008188904.jpeg?f=imagenormal)
In de brief schrijft de staatssecretaris meer over de autonomiestrategie van de Belastingdienst. Zo wil de fiscus zijn eigen datacenters uitbreiden om meer capaciteit vrij te maken voor eigen softwarebeheer. Daarbij speelt netcongestie wel een rol; uitbreiding van de huidige datacenters is op dit moment niet mogelijk, omdat het stroomnet in de regio Apeldoorn te vol zit.
Zoveel mogelijk opensource
Een ander plan is om bij de inkoop en aanbesteding van software de voorkeur te geven aan Europese partijen. Eerenberg erkent ook dat aanbestedingsregels het soms moeilijk maken daarin de juiste keuze te maken.
De Belastingdienst wil verder zoveel mogelijk inzetten op opensourcesoftware. "Bij de verwerving van nieuwe software wordt bij gelijke geschiktheid voor opensource en open standaarden gekozen", schrijft de staatssecretaris. Dat is niet heel verrassend. Het kiezen voor opensourcesoftware is al jaren de voorkeur bij de hele Rijksoverheid.
Andere klantenservicesoftware
De Belastingdienst gaat meer inzetten op opensource, al is dat al jaren overheidsbeleid.
De Belastingdienst wil die keuzes onder andere in de praktijk brengen bij de Belastingtelefoon. Ook daar moet veel veranderen. De systemen van de 'contactcentervoorziening', ofwel alle digitale kanalen waarmee burgers contact kunnen opnemen met de fiscus, moeten op de schop. Het contract met de leverancier stopt in 2028 en dan moet er een nieuw systeem komen.
Op dit moment is dat nog on-premsoftware, ofwel software die op eigen servers van de Belastingdienst draait. Dat stopt. De huidige leverancier levert die software niet meer, dus moet de Belastingdienst op zoek naar een alternatief.
Daarover wil Eerenberg nog niet veel zeggen, omdat er op dit moment een aanbestedingsprocedure loopt. Maar, zegt hij: "Ik wil een nieuw contactcenter aansluiten op mijn uitgangspunten rond digitale autonomie en weeg daarbij ook de continuïteit voor de dienstverlening."
Opnieuw kijken naar Microsoft 365
De Belastingdienst gaat tot slot opnieuw kijken naar de inzet van Microsoft 365 als officepakket. Ook dat is een langlopend dossier. Vorig jaar bleek dat de fiscus geen goed Europees alternatief kan vinden voor het kantoorpakket. Daarom gaan alle werknemers op termijn over naar M365. Dat gebeurt gefaseerd. Eerder deze week bleek nog dat in 2025 5000 werknemers al over waren.
Die situatie verandert niet helemaal, maar Eerenberg zegt wel 'opnieuw te gaan bekijken' of er niet alsnog een alternatief bestaat. "Want in een jaar tijd kunnen omstandigheden zoals beschikbare datacentercapaciteit en marktaanbod zijn veranderd, waardoor eerder niet-haalbare opties nu wel mogelijk zijn", schrijft hij. Dat betekent in de praktijk dat de Belastingdienst niet stopt met M365, maar dat hij wel opnieuw onderzoekt of hij de software alsnog zelf kan draaien.
:strip_exif()/i/2008210572.jpeg?f=imagenormal)
'Volledige onafhankelijkheid' bestaat niet
Eerenberg erkent in de brief verder wel dat volledig onafhankelijk worden van techbedrijven, ook Amerikaanse, niet mogelijk is. "Volledige digitale autonomie is geen realistisch streven. De Belastingdienst zal ook in de toekomst gebruik moeten blijven maken van laptops, telefoons, infrastructuur en software van niet-Europese leveranciers."
Dat is een conclusie die experts overigens volgen; zij waarschuwen er vaak voor dat digitale autonomie als een alles-of-niets-situatie wordt gezien en dat bedrijven en overheden zich daardoor soms laten tegenhouden. Eerenburg zegt daarover: "Mijn doel is dat de Belastingdienst, ook in de toekomst, een organisatie is die zo onafhankelijk mogelijk keuzes kan maken over zijn digitale omgeving en minder afhankelijk wordt van een beperkt aantal, vaak niet-Europese, technologieleveranciers."