Cookies op Tweakers

Tweakers maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren, het gebruiksgemak te vergroten en advertenties te tonen. Door gebruik te maken van deze website, of door op 'Ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Wil je meer informatie over cookies en hoe ze worden gebruikt, bekijk dan ons cookiebeleid.

Meer informatie

Door Eric van Ballegoie

Reviewcöordinator

Oculus Quest 2 Review

VR als standalone én voor pc, voor 350 euro

Processor, accuwerktijd en beeldscherm

De verschillen onder de kap zijn wat ons betreft interessanter dan die aan de buitenkant. Het kloppend hart van de Quest 1 is een overgeklokte Qualcomm Snapdragon 835-soc die is gekoppeld is aan 4GB werkgeheugen en 64GB opslag bij de basisversie, of 128GB opslag voor de variant die 100 euro duurder is. Ook de Quest 2 is in twee varianten verkrijgbaar. De basisversie van 349 euro heeft wederom 64GB opslag aan boord, de uitgebreidere variant die 100 euro duurder is heeft nu de beschikking over 256GB opslaggeheugen. In beide gevallen is het werkgeheugen 6GB en wordt de rekenkracht verzorgd door Qualcomms gloednieuwe Snapdragon XR2-processor. De exacte specificaties van deze speciaal voor VR en AR bedoelde chip zijn een goed bewaard geheim, maar volgens marketinginformatie van Qualcomm biedt de chip tweemaal zoveel cpu- en gpu-prestaties, is er viermaal meer videorekenkracht, kan de chip tot zes keer hogere beeldresoluties aansturen en is de ‘AI-performance’ maar liefst elf keer beter. Wat dat zegt? Heel weinig, helaas.

John Carmack, consulting chief technical officer bij Oculus, liet vorige maand bovendien weten dat de cpu-cores van de XR2-chip in de Quest 2 ver onder hun maximale snelheid worden geklokt, omwille van warmteproductie en accuwerktijd. De grote winst lijkt in de praktijk dan ook vooral in de gpu te zitten, die meer shader-units heeft. De XR2 heeft volgens Carmack bovendien een nieuwe Computer Vision Accelerator en een Tensor Accelerator. Beide helpen de Quest 2 om meer berekeningen uit de voeren binnen het energie- en warmtebudget waar Oculus voor de headset op mikt.

Accuwerktijd

Oculus belooft dat de accuwerktijd ondanks de betere prestaties van de nieuwe Quest 2 nog altijd tussen de twee en drie uur moet liggen. Onze tests bevestigen dat: bij meerdere getimede speelsessies met verschillende games neemt het batterijniveau per half uur met ongeveer twintig procentpunt af, wat dus neerkomt op een totale werktijd van circa twee en een half uur. Opvallend genoeg lijkt het energieverbruik het hoogst wanneer we de headset draadloos met een computer verbinden om pc-games te streamen. Hoewel de ingebouwde soc dan in theorie minder werk heeft te verzetten, is de speeltijd op één acculading in dat scenario ongeveer een kwartier korter, waarschijnlijk als gevolg van de grote hoeveelheid data die hierbij via wifi naar de headset wordt verstuurd. Onze testresultaten komen hierbij (vrijwel) overeen met die van de Quest 1, die feitelijk dezelfde accuwerktijd biedt.

Van oled naar lcd

Met de Quest 2 maakt Oculus de overstap van oledschermen naar lcd, een stap die zowel voor- als nadelen heeft. De nadelen zijn tweeledig. Ten eerste is het zwartniveau van lcd-schermen minder goed dan dat van oleds, en dat zien we bij een directe vergelijking van de Quest en Quest 2 duidelijk terug. Bij games die zich grotendeels in het donker afspelen, zoals het ‘Old Mine’-level in de zombieshooter Arizona Sunshine, valt duidelijk op dat zwart bij de Quest 2 niet zwart is, maar donkergrijs, terwijl de Quest 1 perfect zwart rendert. Het contrast is hierdoor minder goed en dat beïnvloedt de beeldkwaliteit in negatieve zin. Ook de kleurverzadiging van het nieuwe lcd-scherm is minder goed dan dat van de Quest 1, al is dat verschil kleiner.

Het tweede nadeel zit in het feit dat de Quest 2 gebruikmaakt van één groot beeldscherm voor beide ogen, waar de Quest 1 twee kleinere schermpjes heeft, voor elk oog één. Die schermpjes zijn elk gekoppeld aan een eigen lens, waarbij de afstand tussen de schermen en lenzen traploos verstelbaar is en zo perfect op de oogafstand - Interpupillary Distance (ipd) in jargon – van de gebruiker kan worden afgesteld.

De Oculus Quest 1 heeft voor elk oog een eigen oledscherm en laat de afstand tussen de schermen en lenzen traploos aanpassen met een slider onderop de headset

Bij de Quest 2 wordt gebruikgemaakt van één groot scherm dat het beeld voor beide ogen produceert. Ipd-aanpassingen zijn wel mogelijk door de lenzen los van het scherm in drie stappen naar binnen of buiten te schuiven, waarna de rendering op het lcd-paneel softwarematig wordt aangepast aan de positie van de lenzen. De ipd-instelling van de Quest 2 is dus niet traploos, maar biedt vast opties voor 58, 63 en 68mm oogafstand. Val je precies tussen twee van die presets, dan kan het zijn dat je moeite hebt om het beeld scherp te zien. Onze ipd is 60mm en in de praktijk werkten zowel de 58mm- als 63mm-instellingen goed, waarbij de 58mm-stand het beste resultaat bood. Staan je ogen juist ver uit elkaar en gebruik je de 68mm-preset, dan moet je er rekening mee houden dat de maximale field of view van de headset iets afneemt, omdat de aanpassing van het beeld er simpelweg voor zorgt dat de rand van het lcd-paneel wordt bereikt.

De Quest 2 maakt gebruik van één lcd-scherm en de lenzen zijn met drie stappen verstelbaar door ze met de hand naar binnen of buiten te duwen

Dat klinkt wellicht als een slecht verhaal voor wat betreft de beeldkwaliteit, terwijl we in de inleiding juist schreven dat de beeldkwaliteit van de Quest 2 béter is dan die van zijn voorganger. En onder de streep is dat gelukkig ook zo. Het nieuwe lcd-paneel mag een paar punten laten liggen ten opzichte van de oledschermpjes uit het eerste model, maar voordelen zijn er ook. De belangrijke daarvan is de resolutie. Bij VR-headsets kan je eigenlijk niet genoeg beeldpunten hebben, omdat het beeld een heel groot deel van je blikveld vult en je dus heel veel pixels nodig hebt om dat grote beeld scherp weer te geven. In plaats van 1440x1600 pixels per oog bij de Quest 1 is krijg je nu 1832x1920 pixels per oog. Dat betekent een stap van 2,3 miljoen naar 3,5 miljoen beeldpunten. Een flinke verbetering, maar dat is slechts een deel van het verhaal. De oledschermpjes van de Quest 1 maken namelijk gebruik van een Diamond Pentile-pixelmatrix, wat betekent dat elke pixel een eigen groene subpixel heeft, en een rode en blauwe subpixel deelt met omliggende pixels. Hierdoor bestaat elke pixel feitelijk uit slechts twee in plaats van drie subpixels. Het lcd-paneel van de Quest 2 heeft een standaard rgb-stripe-opbouw, waarbij elke pixel gewoon over eigen rode, groene en blauwe subpixels beschikt. Hierdoor is het verschil in unieke beeldelementen - 4,6 miljoen bij de Quest 1 tegenover 10,5 miljoen bij de Quest 2 - zelfs ruim een factor twee. Die vergelijking van unieke beeldelementen geeft een eerlijker beeld van het waargenomen scherpteverschil tussen de Quest 1 en 2 dan de wat scheve vergelijking op basis van pixels. De Quest 2 steekt hierdoor qua resolutie niet alleen boven zijn voorganger uit, ook duurdere pc-vr-headsets als de Oculus Rift S en de high-end Valve Index moeten het met minder scherpe beeldschermen stellen. Qua resolutie wordt de Quest 2 in het mainstreamsegment alleen overtroffen door de HP Reverb G2 die later dit jaar op de markt komt en 2160x2160 rgb-pixels per oog biedt.

Close-up van de de virtuele browser, gefotografeerd door de lens van de Quest 1 (links) en Quest 2

Een ander voordeel van het lcd-scherm van de Quest 2 is dat het nauwelijks last heeft van screendoor, lege zwarte ruimte tussen de individuele beeldelementen. De oledpanelen van de Quest 1 hebben juist relatief veel screendoor, waardoor extra opvalt dat het beeld is opgebouwd uit relatief weinig individuele punten. Het resultaat is dat het beeld van de Quest 2 er véél scherper uitziet dan dat van zijn voorganger en je ook veel minder het idee hebt naar een digitaal beeld te kijken omdat veel minder sprake is van zwartruimte tussen de beeldelementen. In donkere scenes is het betere contrast van de Quest 1 zoals gezegd een duidelijk zichtbaar pluspunt, maar bijvoorbeeld bij racegames die zich overdag afspelen is het beeld van de Quest 2 zonder voorbehoud véél beter dan dat van zijn voorganger.

Klaar voor 90Hz

Op het moment dat de Quest 2 gelanceerd wordt is de verversingssnelheid van het lcd-paneel beperkt tot 72Hz, dezelfde frequentie die de Quest 1 ook gebruikt. Oculus belooft ‘snel’ ook ander beeldsnelheden mogelijk te maken, te weten 60, 80 en 90Hz. Hoe hoger de verversingsfrequentie, hoe beter de potentiële ervaring in VR, mits de processor voldoende beelden aan kan leveren. Carmack liet weten dat de headset in eerste instantie gelockt is op 72Hz omdat de ontwikkelaars (tot voor kort) nog niet helemaal tevreden waren over de aansturing van het paneel in 90Hz-mode. Tijdens de pre-launch periode waarin wij de headset testten was de 90Hz-optie via een omweg – waarover verderop meer – wel beschikbaar, en wij bemerkten geen problemen. Dat de 90Hz-optie er komt is dus zeker, en daarmee biedt de Quest 2 nog een voordeel boven zijn voorganger.

Privébioscoop?

De Quest 2 heeft een levert voor vr-begrippen scherp beeld, maar wie hoopt dat de beeldscherpte hoog genoeg is om (3d-)films en series in hoge kwaliteit te bekijken moeten we teleurstellen. Uiteraard is het mogelijk om video te kijken met de Quest 2, zowel vanaf lokale files als via diensten als Facebook Video, Youtube, Netflix en Amazon Prime Video. Net als bij eerdere vr-headsets heb je hierbij de mogelijkheid om in een virtuele huiskamer of bioscoop naar een groot scherm te kijken waarbij je afhankelijk van de app kunt ook kiezen of je het scherm groter of kleiner wil hebben. Wanneer je een prettige virtuele beeldgrootte kiest zal het beeld in de praktijk netto ongeveer een 720p-resolutie hebben, maar optisch dus heel groot en dat is niet per definitie heel fraai. Films en series kijken kan dus zeker, en de beleving is een stuk beter dan bij de Quest 1, maar wie verwacht full-hd-beeldkwaliteit te krijgen moeten we teleurstellen, laat staan dat de ervaring de scherpte van 4K-video benadert.

Voor écht hoge kwaliteit videoplayback is de resolutie van de Quest 2 te laag. Een virtueel bioscoopscherm heeft een resolutie van ongeveer 720p.

Lenzen

Over de beeldscherpte moeten we sowieso kwijt dat deze – net als bij andere VR-headsets – aan de randen aanzienlijk minder is dan in het midden. Net als eerdere Oculus-headsets maakt ook de Quest 1 gebruik van enkel-element fresnel-lenzen. Deze zijn licht van gewicht omdat ze gebruikmaken van een dun lenselement met concentrische ringen die het beeld naar de randen toe steeds verder afbuigen. Perfecte scherpte over het hele beeld is met dergelijke enkel-elementlenzen niet mogelijk, en de ringvormige opbouw zorgt ook bij de Quest 2 soms voor een lichte vorm van ‘God Rays’ wanneer een helder object op een donkere achtergrond wordt getoond. De kwaliteit van het optische systeem is vergelijkbaar met die van de Quest, al is de ervaren beeldscherpte richting de randen van het scherm wel afhankelijk van de match tussen de oogafstand van de gebruiker en de drie presets die de Quest 2 biedt om daarop aan te passen.


Microsoft Xbox Series X LG CX Google Pixel 5 CES 2020 Samsung Galaxy S20 4G Sony PlayStation 5 Nintendo Switch Lite

Tweakers vormt samen met Hardware Info, AutoTrack, Gaspedaal.nl, Nationale Vacaturebank, Intermediair en Independer DPG Online Services B.V.
Alle rechten voorbehouden © 1998 - 2020 Hosting door True