Vandaag heeft Intel een nieuwe generatie van Xeon-processors geïntroduceerd. Dit ging tezamen met de introductie van de E7525-chipset, de eerste in een serie van drie. De nieuwe serie van Xeon-processors maakt gebruik van de Nocona-core, de serverversie van de Prescott die op 2 februari dit jaar officieel door Intel werd aangekondigd. De E7525-chipset is de eerste in een reeks van drie chipsets die speciaal voor de nieuwe Xeon-processor zijn ontworpen. De andere twee leden, de E7520 en de E7320, zullen ergens in de komende maanden het licht zien.
De Xeon met Nocona-core is gemaakt met behulp van een 90nm-proces. Hij is uitgerust met 1MB aan L2-cachegeheugen, net zoals de Prescott. Ten opzichte van de huidige Xeon-processor heeft de FSB een flinke snelheidsboost gekregen: van 533MHz naar 800MHz. Daarnaast is deze processor uitgerust met Intels antwoord op de 64-bit extensies van de AMD64-processors: Extended Memory 64 Technology. Op een instructie na, zou EM64T compatibel moeten zijn met AMD's x86-64-instructies.
De Intel E7525-chipset ging voorheen door het leven met de codenaam Tumwater. Deze chipset is bedoeld voor werkstations met een of twee Xeon-processors. Hij ondersteunt uiteraard de FSB van de nieuwe Xeon-processor van 800MHz. De E7525 heeft een DDR2-geheugencontroller die met 400MHz DDR2-geheugen overweg kan en is uitgerust met een PCI Express x16-poort en een PCI Express x8-poort. Deze laatste kan ook gebruikt worden als twee onafhankelijke x4-poorten. Voor servers heeft Intel de E7320 en E7520, met de codenamen Lindenhurst VS en Lindenhurst, in de planning. Deze zullen ergens in de komende maanden geïntroduceerd zullen worden.
