Hier in de Benelux kennen we TCL nog vooral van televisies. Dat zijn over het algemeen opvallend grote lcd-toestellen met opvallend lage prijzen, voorzien van duizenden miniledzones voor zeer heldere hdr.
Ook op monitorengebied wil TCL de komende jaren sterk groeien. Voorlopig gebeurt dat nog met lcd-panelen uit de eigen fabriek van TCL CSOT, aangevuld met oledmonitoren op basis van woledpanelen van LG. Begin dit jaar liet TCL al de 32X3A zien, een 32"-oledscherm met 3840x2160 pixels en een ingebouwd Bang & Olufsen-speakersysteem in de voet.
Op de IFA toont TCL voor het eerst de kleinere broer: de 27X3B. Dit model heeft een 2560x1440-pixelresolutie en hetzelfde tandemoledpaneel dat we eerder zagen in schermen zoals de ASUS XG27AQWMG en Gigabyte MO27Q28G. Dat betekent een nog iets hogere maximale helderheid van 1500cd/m² (de 32X3A piekt op 1300cd/m²). TCL kiest bovendien voor een glimmende coating, waar de 32X3A is voorzien van een mat paneel.
De 27X3B heeft hetzelfde extreem platte design, met dezelfde voet annex luidspreker met Bang & Olufsen-logo. Het scherm wordt gemaakt in verschillende kleuren, maar in Nederland krijgen we voorlopig alleen de zilveren versie. TCL verwacht dat het scherm in oktober of november in de winkels ligt voor ongeveer 1000 euro.
Panelen uit de printer
Terwijl de consumententak van TCL zijn eerste woledschermen introduceert, is de paneelfabriek TCL CSOT bezig met een hele nieuwe oledtechnologie: inkjet-printed oled (ijp-oled). Ijp-oledpanelen zijn heel anders opgebouwd dan de QD-oled- en woledpanelen die je nu in monitoren ziet, en in theorie simpeler en goedkoper te produceren. Als we TCL mogen geloven, hebben we in de toekomst dus de keuze uit drie soorten oledschermen: QD-oled, woled en ijp-oled.
Bij ijp-oledpanelen wordt oledmateriaal, zoals de naam al zegt, geprint op een substraat. Dat is een heel andere manier van produceren dan bij QD-oled- en woledpanelen: daarbij wordt het materiaal afgezet door opdampen. Op die manier gaat er meer kostbaar oledmateriaal verloren dan bij ijp-panelen, waarbij het materiaal heel precies wordt aangebracht.
Net als de oledschermen in smartphones en laptops gebruiken de ijp-panelen rood, groen en blauw oledmateriaal. De subpixels geven dus licht in de juiste kleur en hebben geen aparte laag kleurfilters nodig, zoals woled- en QD-oledpanelen. Met opdampen is het namelijk lastig om verschillende oledkleuren heel precies op een paneel te deponeren, zeker voor schermen van monitorformaat en groter. Het metalen masker (FMM) buigt voor hele grote panelen door.
Woled- en QD-oledschermen gebruiken dus oleds in één kleur: wit bij woledschermen, blauw bij QD-oleds. Kleurfilters geven de subpixels de juiste kleur bij woledschermen. QD-oledpanelen gebruiken quantumdots (de 'QD' in de naam) voor de kleuromzetting. Doordat de ijp-panelen geen kleurfilters nodig hebben, kunnen ze in theorie nog verzadigdere kleuren tonen.
Jarenlang proces
Ijp klinkt als de ideale oledtechniek, maar toch is die de afgelopen jaren nog niet echt van de grond gekomen. Aanvankelijk gingen de Japanse bedrijven Sony en Panasonic voor in de ontwikkeling. In 2014 begonnen ze de joint venture Joled samen met Japan Display, dat de voormalige schermdivisies van Hitachi en Toshiba combineerde.
De Japanse bedrijvengroep haalde in 2019 zo'n 204 miljoen euro op om een productielijn op te zetten. Dat jaar kwamen ook al de eerste oledschermen uit met een geprint paneel, 21,6"-schermpjes met een resolutie van 3840x2160 pixels. ASUS had bijvoorbeeld de PQ22UC en Eizo de Foris Nova. Beide kostten zo'n 5000 euro en verschenen in beperkte oplage. Van de Foris Nova werden bijvoorbeeld slechts 500 stuks gemaakt.
Joleds volledige productielijn zou op termijn 220.000 panelen per maand kunnen maken, zo beloofden de Japanners in 2019. Uit de fabriek zouden ook grotere 27"- en 32"-schermen rollen, die in de jaren daarna inderdaad uitkwamen. LG had bijvoorbeeld de 27EP950 en 32EP950. ASUS kwam met de ProArt PA32DC. Zo exclusief als de eerdere 22"-schermen waren ze niet, maar met prijzen van 2000 euro tot 3000 euro alsnog peperduur. De maximale refreshrate van 60Hz, zonder FreeSync, maakte ze niet erg geschikt voor gaming. Bovendien was de piekhelderheid vrij laag: hoogstens 500 tot 600 cd/m² op basis van onze eigen tests.
Ondanks de verzamelde Japanse kennis kreeg Joled het niet voor elkaar om de schermen goedkoper te maken. Naar verluidt had de lijn veel last van productiefouten, waardoor een groot deel van de gemaakte schermen moest worden weggegooid. Tot overmaat van ramp begonnen LG Display en Samsung Display rond die tijd met de productie van hun eerste oledmonitorpanelen. In 2023 vroeg Joled het faillissement aan en beëindigde de productie van zijn panelen.
TCL CSOT had in 2020 al geïnvesteerd in Joled. De fabrikant was zelf ook al bezig met onderzoek naar ijp-oled, en wilde samen met Joled onderzoeken hoe de techniek kon worden ingezet om oledtelevisies te maken. Na het faillissement van Joled kocht TCL eind 2023 de patenten, technologie en productielijn van Joled.
Nieuwe impuls
Het veel grotere TCL-concern gaf de ontwikkeling van IJP-oled een nieuwe impuls. TCL verbeterde het oledmateriaal en de opbouw om de panelen efficiënter te maken, waarmee de helderheid omhoog zou kunnen gaan. Ook de printers zelf werden verder ontwikkeld, wat tot minder fouten en lagere kosten kon leiden. De eerste ijp-oledpanelen van TCL komen uit een bestaande fabriek. Een nieuwe fabriek die de panelen op grotere schaal kan maken dan het maximum dat Joled ooit beloofde, moet in 2027 opengaan.
MSI kondigde begin augustus als eerste fabrikant een monitor aan met TCL-ijp-paneel: de PRO MAX OLED 271UPJW12. Ik zag hem twee weken geleden voor het eerst op gamescom. Het PRO MAX-scherm heeft een 27"-oledpaneel met een 3840x2160-resolutie en een refreshrate van 120Hz.
Op de IFA toonde Lenovo de ThinkVision P27UL-40, uitgerust met ditzelfde paneel. Net als de MSI-monitor is hij bedoeld voor (semi)professioneel gebruik. Dat sluit goed aan bij de nog wat lagere refreshrate van dit paneel; bestaande QD-oled- en woledschermen met deze maat en resolutie verversen op 240Hz.
Een voordeel van het ijp-paneel tegenover bestaande 27"-QD-oledpanelen is dan weer de rgb-subpixelindeling. Tekst ziet er dus zeer scherp uit, zonder enige colourfringing. Het ijp-paneel is bovendien mat afgewerkt, wat in een kantooromgeving prettiger kijkt dan de glimmende QD-oled- en woledpanelen.
Niet zo zichtbaar, maar op termijn wel interessant, is de ingebouwde automatische compensatiefunctie waarover beide schermen beschikken. Daardoor is een periodieke 'pixelverversing' niet nodig, waarvoor het scherm een paar minuten op zwart moet staan. Bij QD-oledschermen en woledschermen moet deze verversing over het algemeen minstens elke 24 uur worden gedraaid.
Hoewel de refreshrate van 120Hz nog wat lager ligt, komen andere specificaties van de nieuwe schermen aardig in de buurt van huidige QD-oled- en woledschermen. Zo dekken ze 99 procent van de DCI-P3-kleurruimte. De VESA DisplayHDR True Black 500-certificering duidt erop dat het scherm een fullscreenhelderheid van zeker 300cd/m² biedt. De piek van 1000cd/m² die MSI noemt, ligt nog wel wat lager dan bij de recentste QD-oled- en Woledschermen.
Beide fabrikanten verwachten dat hun schermen begin 2027 in de winkels liggen. Lenovo geeft zijn ThinkVision P27UL-40 een adviesprijs van 1099 euro. MSI mikt zelfs op 699 euro. QD-oledschermen en woledschermen met dit formaat zien we nu in de Pricewatch met prijzen tussen 500 en 1250 euro.
TCL wacht op de tweede generatie
De consumententak van TCL kijkt voorlopig nog even de kat uit de boom. Het merk zegt te willen wachten op de tweede generatie van het oledpaneel van TCL CSOT voor zijn eigen schermen. Misschien licht TCL op CES begin volgend jaar een tipje van de sluier op, maar TCL verwacht een echte introductie niet voor eind 2027.
Grotere panelen dan het 27"-paneel dat nu al in massaproductie is voor de schermen van MSI en Lenovo, kan TCL CSOT in zijn oude fabriek niet maken. Dat zou dus in de nieuwe fabriek moeten gebeuren.
Het nieuwe paneel zou volgens TCL minder stroom moeten gebruiken, wat zeker belangrijk is als er een groter paneel zou volgen. TCL werkt voor de volgende versie ook nog aan een betere uniformiteit; kleine afwijkingen in het printproces kunnen in het scherm zichtbaar worden als helderheidsverschillen tussen pixels.
In het hoekje van de TCL-hal op de IFA waar TCL CSOT zijn innovaties presenteert, is ook al een voorproefje van het nieuwe paneel te zien. Energiegebruik en uniformiteit daarvan kunnen we lastig beoordelen, maar wel interessant is dat TCL een fullscreenhelderheid van 500cd/m² belooft. Dat is niet alleen aanzienlijk hoger dan wat het eerstegeneratie-ijp-paneel vermoedelijk zal halen, maar ook hoger dan wat de nieuwste QD-oled- en woledpanelen kunnen bieden.
Behalve in monitoren ziet TCL de ijp-panelen in de toekomst ook in vele andere soorten apparaten terugkomen. Zo is er al een 16"-laptop op komst met een ijp-paneel, de Lenovo Legion R9000P. Op de IFA toont TCL CSOT ook een 14"-paneel. Een dubbelvouwbaar paneel staat tussen de notebook en het nieuwe 27"-paneel in. TCL zegt dat zijn ijp-panelen zowel vouwbaar als transparant kunnen worden gemaakt.
TCL ziet nog steeds grote potentie in de techniek voor televisies: ijp-oledpanelen zouden in zeer grote formaten flink goedkoper geproduceerd kunnen worden dan woled- en QD-oledpanelen. Het zal nog wel een jaar of vijf duren voordat de eerste ijp-oledtelevisies van rond de 100" van de band rollen, zo verwacht de fabrikant.
Redactie: Friso Weijers • Eindredactie: Monique van den Boomen
:strip_exif()/i/2008355372.jpeg?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2008355374.jpeg?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2003212006.jpeg?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2008355362.jpeg?f=imagemedium)
:strip_exif()/i/2008355364.jpeg?f=imagemedium)
:strip_exif()/i/2008355376.jpeg?f=imagemedium)
:strip_exif()/i/2008355378.jpeg?f=imagemedium)
:strip_exif()/i/2008355380.jpeg?f=imagemedium)
:strip_exif()/i/2008355382.jpeg?f=imagemedium)
:strip_icc():strip_exif()/u/304128/crop6a92edeb7dbe5_cropped.jpg?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/52293/yingyang.jpg?f=community)