Google Zoeken bestaat 25 jaar, maar kan niet onbezonnen zijn verjaardag vieren. Eerder deze maand begon een rechtszaak rondom het vermeende misbruik van de monopoliepositie van Zoeken, terwijl nieuwe AI-toepassingen mogelijk in het vaarwater van de zoekmachine komen. Met drie experts bespreken we of en hoe Google zijn machtspositie nog eens 25 jaar kan behouden.
Google 25 jaar geleden
Google begon halverwege de jaren negentig als een onderzoeksproject van Larry Page en Sergey Brin. De Amerikanen ontmoetten elkaar op Stanford University en wilden een nieuwe technologie voor een 'universele, digitale bibliotheek' ontwikkelen. De naam is een afgeleide van de naam googol, de aanduiding voor het getal 1 met 100 nullen erachter.
In tegenstelling tot de meeste andere zoekmachines uit de late jaren negentig, baseerden Page en Brin de zoekindexering van Google op de hoeveelheid en kwaliteit van links naar een website. Concurrenten keken naar het aantal vermeldingen van de zoekterm op een website.
Na enkele testversies vanaf 1996 werd Google LLC ergens begin september 1998 opgericht. In de daaropvolgende jaren concurreerde de zoekmachine met onder meer Yahoo, MSN, AltaVista en Lycos. Sinds 2002 is de zoekmachine de grootste en dat is sindsdien niet meer veranderd.
25 jaar Google Zoeken en dominantie
Als de naam van een bedrijf of service een alledaags werkwoord is geworden, mag je concluderen dat het een immense impact op de mensheid heeft gehad. Maar of Google die impact de komende 25 jaar kan vasthouden of zelfs vergroten, is de vraag, niet in het minst omdat belangrijke instanties het bedrijf het vuur nu aan de schenen leggen.
Zo begon het Amerikaanse Justice Department deze maand een rechtszaak tegen Alphabet, omdat er sprake zou zijn van machtsmisbruik met Google Zoeken. Het bedrijf zou onder meer miljarden hebben betaald aan Apple om de standaardzoekmachine op apparaten van laatstgenoemde te mogen zijn.
De conclusie van de rechter kan grote invloed hebben op de markt, beaamt prof.dr. Hans Vedder, hoogleraar economisch recht en mededingingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Een dergelijke rechtszaak bestaat uit twee fases. Eerst moet gekeken worden of Google Zoeken een dominante marktpositie heeft. Daarna wordt gekeken of het bedrijf daar actief misbruik van maakt. Als op beide vragen 'ja' geantwoord wordt, kan dat fundamenteel veranderen hoe Google mag opereren."
Vedder legt uit dat we daar in Europa heel concrete kaders voor hebben; een bedrijf met meer dan 50 procent marktaandeel gedurende drie jaar wordt dominant geacht, al kan de onderneming dit altijd nog proberen te weerleggen. In de Verenigde Staten is daar geen specifiek getal voor, maar wordt er volgens het ministerie vanaf tussen de 70 en 90 procent marktaandeel gesproken over een monopolie, al kan een aandeel groter dan 55 procent genoeg zijn om deze term te rechtvaardigen. Aangezien Google Zoeken al zo'n twee decennia de grootste is en de afgelopen vijftien jaar zelfs tussen de 80 en 92 procent van het marktaandeel in handen had, ligt het antwoord voor de eerste fase van de rechtszaak voor de hand.
Hij gaat verder: "Vervolgens moet bepaald worden of Alphabet aan uitbuiting dan wel uitsluiting doet. Het uitbuiten van een machtspositie is in de Verenigde Staten niet illegaal; je mag bijvoorbeeld de hoofdprijs vragen als je de grootste bent. In Europa ligt dat wat ingewikkelder maar blijkt het in de praktijk ook hier zeer moeilijk te bewijzen dat er aan illegale uitbuiting gedaan wordt. Maar het uitsluiten van concurrenten, in de VS noemen ze dit 'monopolization', is onder de Sherman Act Section 2 in ieder geval wel verboden."
Doet Google aan monopolisering?
De hamvraag is dan of Google ook daadwerkelijk aan monopolisering doet. Het bedrijf zegt zelf uiteraard van niet. In een blogpost als reactie op de argumenten van de openbare aanklager schrijft het bedrijf dat het doodeenvoudig is om van standaardzoekmachine te wisselen. Op Android en de Safari-desktopbrowser zou dit met twee drukken op de knop kunnen, op een iPhone met vier drukken op de knop. Het hoofdargument van Google is dan ook: 'Mensen gebruiken Google omdat het behulpzaam is'.
'Het is overduidelijk dat Google Zoeken dominant is.'
Dat maakt de zaak volgens Vedder dan ook gelijk zeer complex. "Het is overduidelijk dat Google Zoeken dominant is en er zijn genoeg alternatieven die mensen zouden kunnen gebruiken als ze hun data niet aan Google willen 'verkopen', maar dat gebeurt niet. In hoeverre kun je dat Google aanrekenen?" Of zoals Google zelf in het openingsstatement van de rechtszaak redeneert: Microsoft biedt op ruim een miljard Windows-systemen standaard de browser Edge en de bijbehorende zoekmachine Bing aan, maar toch domineert Google de markt, parafraseerde The Verge. Het argument van de techgigant is dus feitelijk dat Zoeken zo goed werkt, dat talloze gebruikers doelbewust voor die zoekmachine kiezen.
Of de rechter deze redenering gaat accepteren, durft Vedder niet te voorspellen, maar de situatie in de Verenigde Staten kan alvast een indicatie geven. "Aangezien federale rechters in de VS aangesteld worden door de president, wat de senaat vervolgens moet bekrachtigen, is het rechtssysteem enigszins gepolitiseerd. Er zitten momenteel veel conservatieve rechters in de VS; zij laten bedrijven liever hun gang gaan dan liberalere rechters."
Naar verwachting vindt de uitspraak in deze rechtszaak ergens in 2024 plaats, al verwacht Vedder dat er eerst onderhandelingen plaatsvinden tussen het ministerie en Alphabet, bijvoorbeeld over een aangepaste manier waarop Google zijn services aanbiedt. Hij stelt dat het moederbedrijf in het allerergste geval Google Zoeken moet afsplitsen. Hierdoor zou de zoekmachine geen data meer kunnen delen met andere Google-services. Dit is nu juist een van de redenen waarom het Google-ecosysteem zo succesvol is. Alphabet gaat er naar verwachting dan ook alles aan doen om dit te voorkomen.
/i/2006067828.webp?f=imagenormal)
Opkomst van AI
'Microsoft was er vroeg bij door ChatGPT als eerste in zijn zoekmachine te integreren.'
Tegelijk is de era van kunstmatige intelligentie losgebarsten en verkeren partijen als OpenAI in de voorhoede van een nieuw soort zoeken. In tegenstelling tot de vooralsnog relatief kansloze zoekmachineconcurrenten voert een bedrijf als OpenAI een ander soort concurrentiestrijd met Google; er wordt immers een nieuwe service aangeboden, geen 'mindere' versie van dezelfde service. En daar zijn sommige partijen vroeg bij. Microsoft integreerde bijvoorbeeld als eerste grote zoekmachine ChatGPT in Bing. Ook Google heeft die filosofie overgenomen en onze bronnen zijn het er unaniem over eens dat dit waarschijnlijk de beste manier is voor Google om ook de komende 25 jaar dominant te blijven.
Volgens Henk van Ess, Osint-onderzoeker en schrijver van het boek De Google Code, heeft de zoekmachinemarkt een omslagpunt bereikt dankzij de opkomst van AI. "Dit is een uitermate spannende periode voor Google. AI wordt in een hoog tempo doorontwikkeld, terwijl partijen als OpenAI large language models verfijnen. Dat leidt tot paniek bij Google, want dat wil hieraan meedoen. Microsoft past die kennis tegelijk alweer heel goed toe door ChatGPT in Bing te integreren. Zowel direct als indirect voelt Google de hete adem van concurrenten in de nek."
:strip_exif()/i/2005968018.jpeg?f=imagenormal)
Van Ess gebruikt een praktische metafoor om het belang van AI in het googleproces te rationaliseren. "Als je zin hebt in pizza en naar 'de beste pizza' googelt, volstaat waarschijnlijk de bovenste link van de zoekresultaten. Maar als je een zeer specifieke Napolitaanse pizza wil, schotelt Google je wellicht allerlei andere pizzazaken voor die toevallig hoog scoren in de ranking. Wellicht hebben Napolitaanse restaurants dan weer geen goede search engine optimization gedaan en verschijnen zij niet in de resultaten. Die tekortkoming heeft een llm niet, omdat zo'n model simpelweg taal probeert te voorspellen en daarvoor verschillende termen associeert. Een goed taalmodel kan voorspellen wat je met een Napolitaanse pizza bedoelt. En klopt de eerste suggestie voor goede Napolitaanse pizza niet, dan kun je vervolgvragen stellen."
Techexpert en -spreker Jarno Duursma onderstreept deze redenering. "Google ziet de meerwaarde van llm's uiteraard in en is al bezig met generatieve AI. Momenteel is dat nog Bard, maar het bedrijf werkt aan een geavanceerdere versie, die Gemini gaat heten. Hiermee moeten zoekresultaten samengevat worden tot één coherente uitleg, eventueel met genereerde plaatjes erbij. De gebruiker kan daarna ook vervolgvragen stellen." Google is sinds mei bezig met de integratie van een generatief AI-model in Zoeken.
Deze fusie van disciplines, zoekmachines en taalmodellen, speelt volgens Van Ess dan ook in op wat hij een primaire levensbehoefte noemt. "De mensheid wil grip hebben op de realiteit maar we verzuipen in informatie. Een zoekmachine vervult die behoefte net als een llm, maar de combinatie van deze twee principes maakt het gemakkelijker om aan de behoefte te voldoen."
Duursma zet daar een kanttekening bij. "Soms wil je gewoon een hapklaar antwoord zonder dat je vijf zoekopdrachten moet invoeren en door allerlei seo-rommel heen moet. Dan is zoiets als ChatGPT handig. AI is echter vooralsnog geen vervanging voor een zoekmachine, aangezien veel van de informatie die een chatbot geeft, niet te vertrouwen is. Een zoekmachine als Google geeft je de optie om zelf verder onderzoek te doen en te beoordelen waar informatie vandaan komt."
:strip_exif()/i/2005816788.jpeg?f=imagenormal)
bijvoorbeeld Smart Compose in Google Chat. Klik voor een gif.
In het verlengde daarvan noemt Van Ess de nog relatief onbekende tool Perplexity.ai, die volgens hem een interessante combinatie van eigenschappen van llm's en zoekmachines biedt. Hij stelt dat kunstmatige intelligentie niet goed is in bronvermelding en dat ook Google filtert op welke links de gebruiker te zien krijgt. Perplexity zou een middenweg zoeken om deze twee tekortkomingen te verhelpen.
Of ook Google dat op de korte termijn voor elkaar krijgt, is lastig te voorspellen. Duursma: "Google is met zijn tweehonderdduizend werknemers natuurlijk een logge organisatie. Het voordeel voor dit bedrijf is daarentegen dat het marktaandeel zo groot is dat ze razendsnel nieuwe features kunnen uitbrengen. In hoeverre gaat dat voor behoud van het marktaandeel zorgen? Dat is de spannendste vraag voor Google in de afgelopen 25 jaar."
De rol van de gebruiker
Er is nog één machtige partij die eventueel iets zou kunnen veranderen aan de machtspositie van Google Zoeken: de gebruikers. Duursma illustreert echter een fenomeen dat veel gebruikers zullen herkennen: "We geven om onze privacy en vinden het onwenselijk dat we met onze data 'betalen' voor gratis services als Google Zoeken. Als het echter te veel moeite kost of het resultaat niet goed genoeg is, vallen we toch terug op dit soort bedrijven. Ik heb een ingebouwde gps-installatie in mijn auto. Maar dit systeem loopt een halfjaar achter op Google Maps, dus val ik toch weer terug op die service."
Vedder wijst daarbij op de zelfversterkende aard van Googles ecosysteem. Google Zoeken heeft namelijk miljarden gebruikers en Alphabet gebruikt de verzamelde data van de gebruikers van Zoeken, maar ook van bijvoorbeeld Gmail, Maps, YouTube, om weer een beter product te maken, in dit geval betere zoekresultaten. Dat betere product trekt nieuwe en terugkerende gebruikers aan, die weer data kunnen leveren voor een nog beter product. "Dit wijst weer op het feit dat Google Zoeken een monopoliepositie heeft en illustreert dat het bedrijf de structuur van de markt kan beïnvloeden. Daarom hebben we in Europa de Digital Markets Act", aldus Vedder.
Onder deze wet worden poortwachters aangewezen, die zich simpelweg aan bepaalde gedragsregels moeten houden. Uiteraard is Alphabet ook als poortwachter aangewezen. Naast deze gedragsregels is er al decennia de vrijheid voor gebruikers om een zoekmachine naar keuze te gebruiken, maar gekeken naar het consistente marktaandeel van Zoeken, gebeurt dat kennelijk niet. De drie experts zijn het er dan ook over eens dat de tegenwerkende kracht van gebruikers in de praktijk minimaal is, terwijl ook direct concurrerende zoekmachines simpelweg niet op kunnen tegen de aantrekkingskracht van Google.
'Google is zijn eigen grootste vijand'
Van Ess: "Uiteindelijk is Google zijn eigen grootste vijand. Ik zie een ontwikkeling bij de zoekmachine waardoor gebruikers in een echokamer terechtkomen. Het bedrijf lijkt het algoritme dusdanig te hebben aangepast dat de grootste gemene deler bovenaan komt te staan. Resultaten in Google Zoeken worden met andere woorden steeds meer voor de massa, niet voor het individu, wat het tegenovergestelde is van het oorspronkelijke uitgangspunt van Page en Brin. Wellicht dat deze zorgwekkende ontwikkeling een deel van de gebruikers op den duur afschrikt en Google zo dwingt om bij te sturen."
Google in de komende 25 jaar
Al met al doen wetgevers, waakhonden en concurrenten hun stinkende best om tegenwicht te bieden aan de macht van Google Zoeken. Politici zijn daarentegen pas de afgelopen paar jaar begonnen met het inperken van de tot dusver praktisch ongeremde invloed van grote techbedrijven. Concurrenten lijken ondanks onderscheidende services, een andere UI of een grotere focus op privacy niet op te kunnen boksen tegen de gouden standaard. En consumenten lijken daar gemiddeld genomen, zo te zien aan de marktaandelen en de alsmaar stijgende winsten van het moederbedrijf, eigenlijk ook niet echt iets om te geven.
Duursma redeneert daarom dat het niet aannemelijk is dat de macht van Google de komende tijd zal afnemen, vooral omdat het bedrijf al hard bezig is met de implementatie van generatieve AI; dat is essentieel. Hij schetst een parallel met een andere techsaga, waarbij een gigant dankzij de innovatie van een ander wist te blijven groeien: "Kijk naar Snapchat, dat iets totaal nieuws op de markt bracht, uitgroeide tot een enorm sociaal medium en ondertussen nog maar een fractie van zijn waarde heeft weten te behouden omdat Instagram met het vergelijkbare Stories kwam." Google zou met zijn vergelijkbare middelen eenzelfde slag kunnen maken, zeker nu het bedrijf goed heeft kunnen afkijken wat de innovaties van OpenAI waren.
Vedder voorspelt tot slot: "Google zal de komende 25 jaar zo groot blijven als het nu is, mits het zich weet aan te passen aan huidige ontwikkelingen. Het bedrijf zal hoe dan ook gedurende die tijd de speerpunt blijven die zich door kritieken en rechtszaken moet boren. En wij als consument zijn de markt; wij zouden heropgevoed moeten worden als we verandering willen. Daarvoor moeten we echter door heel wat ongemak heen en dat gaat niet gebeuren."