Het grootschalig verzamelen van telefonie-metadata door de NSA heeft nauwelijks waarneembare effecten bij het voorkomen van terroristische daden, zo concluderen onderzoekers na de analyse van 225 dossiers van al-Qaeda gelieerde zaken in de VS.
Het onderzoek is opgesteld door de New America Foundation. De stichting concludeert dat veel politieonderzoeken en onderzoeken van de geheime diensten naar mogelijk terroristische activiteiten zijn gestart na traditioneel politiewerk of tipgevers die informatie doorgaven. Ook informatie uit andere onderzoeken zou soms voldoende materiaal opleveren om een onderzoek naar mogelijk terroristische activiteiten te starten. Verder zouden gerichte taps, waarbij toestemming nodig is van de FISA-rechtbank, informatie kunnen opleveren. Bij slechts enkele dossiers zou verzamelde metadata van telefoongesprekken een Amerikaan in direct verband met een terroristische organisatie hebben gebracht.
De resultaten komen grotendeels overeen met de bevindingen van een onderzoeksteam dat in opdracht van president Obama onderzoek deed naar de NSA-activiteiten. Aanleiding was de onrust onder Amerikanen nadat klokkenluider Edward Snowden onder andere een grootschalig programma blootlegde waarbij de metadata van telefoongesprekken van Amerikanen door de NSA wordt ingezameld. NSA-topman Keith Alexander stelde eerder tegenover het Congres dat het metadata-programma en enkele andere omstreden NSA-programma's meer dan vijftig terroristische plannen in twintig landen zou hebben voorkomen. Later krabbelde de NSA wat terug en werd het inzamelprogramma een 'verzekeringspolis tegen terrorisme' genoemd.
Aan Obama werd het advies gegeven om de NSA te verbieden voortaan nog de metadata van Amerikaanse telefoniegebruikers zelf op te slaan. Dit zouden de providers zelf moeten gaan doen. De Amerikaanse president moet nog een besluit nemen over hoe hij de NSA wil gaan hervormen. Naar verwachting zal Obama in een toespraak op vrijdag 17 januari meer bekendmaken over zijn plannen.