Een Californische rechtbank heeft aan Rambus te kennen gegeven dat de in april toegekende schadevergoeding van 307 miljoen dollar in de patentzaak tegen geheugenbakker Hynix veel te hoog is. Volgens de rechter moet Rambus, dat computertechnologie ontwikkelt, zich met een bedrag van 133,6 miljoen dollar tevreden stellen. De rechtbank stelt onder meer dat het oordeel van de jury in april, waarin gesteld werd dat er patenten werden geschonden die 'revolutionare technologie' beschreven, speculatief was. Dat oordeel zou op getuigenissen zijn gebaseerd die ter tafel kwamen voordat er gesproken was over een vergelijkbare zaak tussen Rambus en Hitachi. De analogie met die zaak zou een behoudendere schadevergoeding rechtvaardigen. Daarnaast zou een dergelijke vergoeding niet boven verwachte licentiebetalingen uit mogen stijgen.
De zaak heeft betrekking op patentschending door Hynix van een aantal Rambus-patenten op DDR-, DDR2- en SRAM-geheugentechnologie. Begin vorig jaar klaagde Rambus, na een eerste overwinning op Hynix, een aantal andere geheugenfabrikanten aan. Onder meer Infineon besloot te schikken, terwijl Samsung en Micron in de tegenaanval gingen. Ook Hynix heeft na de uitspraak van april een rechtszaak aangespannen waarin het probeert de bewuste patenten nietig te laten verklaren. Rambus heeft nu dertig dagen de tijd om de uitspraak te accepteren. Zo niet, dan volgt een nieuwe zaak waarin de hoogte van de schadevergoedingen opnieuw worden bepaald. Met de uitspraak ziet Rambus zich voor een gok gesteld: in een nieuwe zaak zou de vergoeding nog lager uit kunnen vallen. Daarnaast kunnen Hynix en andere geheugenfabrikanten ondertussen succes boeken in hun pogingen de patenten ongeldig te laten verklaren. Eerder werd geschat dat Rambus, als alle rechtszaken in het voordeel van het bedrijf uit zouden vallen, een dollar licentiegeld per pc op had kunnen strijken.
