Cookies op Tweakers

Tweakers is onderdeel van DPG Media en maakt gebruik van cookies, JavaScript en vergelijkbare technologie om je onder andere een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kan Tweakers hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren. Door gebruik te maken van deze website, of door op 'Cookies accepteren' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Wil je meer informatie over cookies en hoe ze worden gebruikt? Bekijk dan ons cookiebeleid.

Meer informatie

Door Olaf van Miltenburg

Nieuwscoördinator

Sneller vast internet

De lange adem van oude netwerken

De kabel: docsis 3.1

Net als dsl kent het kabelnetwerk een lange geschiedenis en ligt de oorsprong van het netwerk bij een andere functie dan internet, in dit geval bij kabeltelevisie. Vanaf de jaren vijftig kregen vooral woningbouwcorporaties en gemeenten zelf toestemming een centrale antenne-inrichting, of cai, te beheren. Dit moest onder andere een einde maken aan de slechte ontvangst en de wirwar aan tv-antennes op daken in dichtbevolkte gebieden. Huishoudens werden met coaxkabels aangesloten op deze centrale antenne voor televisie.

Door verouderde regelgeving bleven deze coaxnetwerken lang gemeentelijke eilanden, maar vanaf 1996 leidde Europese druk tot een liberalisering van de telecommunicatiesector. Hierdoor konden niet alleen de lokale kabelnetwerken met glasvezel met elkaar verbonden worden, maar kregen bedrijven ook de mogelijkheid de kabelnetten over te nemen. De privatisering leidde tot investeringen in de netwerken om er volwaardige hybrid fibre-coaxial telecommunicatienetwerken van te maken.

In 1995 was Caiw de eerste die internet via de kabel aanbood. Het grote voordeel was in die tijd dat de gebruiker niet gebonden was aan de 'tikken', oftewel het aantal minuten gebruik, zoals bij internetten via de telefoonlijn. De belangrijkste knooppunten in kabelnetwerken zijn de head-ends. Dit zijn de grote ontvangststations in provincies, die met glasvezel met elkaar verbonden zijn. De head-ends versturen het signaal naar regionale hubs, die eveneens in een glasvezelring zitten en met glasvezel op de wijkkasten zijn aangesloten. Deze wijkkasten vertalen het optische signaal naar het elektrische signaal voor coaxkabels. Het laatste stuk van wijkkast naar de huizen, maximaal een paar honderd meter, is namelijk nog coax.

Vooral in de begintijd had kabelinternet het imago storingsgevoelig te zijn en lang niet altijd de beloofde snelheid te bieden. In tegenstelling tot dsl biedt kabel namelijk geen point-to-pointverbindingen; gebruikers delen de maximale capaciteit. Omdat gebruikers niet gebonden waren aan telefoontikken, liep het dataverkeer flink op en was er sprake van ondercapaciteit. Bovendien waren de modems en coaxkabels storingsgevoelig. De verglazing van de netwerken tot aan de wijkkasten en het gebruik van versterkers hebben dit deels opgelost.

De techniek die snel internet over de kabel mogelijk maakt, heet docsis, wat staat voor data over cable service interface specification. Versie 1.0 van de standaard is in 1997 gepubliceerd door CableLabs, een consortium van kabelbedrijven met een eigen onderzoeksinstituut. Waar fabrikanten voorheen elk hun eigen technologie gebruikten voor kabelmodems en de cable modem termination systems bij de head-ends, konden ze nu de specificaties van docsis gebruiken. Dit bevorderde de concurrentie en maakte dat de kabelmodems interoperabel waren, ongeacht van welke fabrikant ze afkomstig waren. De wereldwijde standaard had zo tot gevolg dat kabelmodems aanzienlijk goedkoper werden, van honderden guldens tot een paar tientjes.

Docsis-versie Introductie Docsis max. downstream Docsis max. upstream Eurodocsis max. downstream Eurodocsis max. upstream Functionaliteit
1.0 1997 38Mbit/s 9Mbit/s 50Mbit/s 9Mbit/s Breedbandinternet
1.1 2001 38Mbit/s 9Mbit/s 50Mbit/s 9Mbit/s Voip, baseline privacy interface specification, quality of service
2.0 2002 38Mbit/s 27Mbit/s 50Mbit/s 27Mbit/s Verbetering upstream
3.0 2008 152Mbit/s (4 kanalen)
304Mbit/s (8 kanalen)
108Mbit/s (4 kanalen) 200Mbit/s (4 kanalen)
400Mbit/s (8 kanalen)
108Mbit/s (4 kanalen) Downstream/upstream-doorvoer omhoog, ipv6, channel bonding
3.1 2016 10Gbit/s 1Gbit/s 10Gbit/s 1Gbit/s

Downstream/upstream-doorvoer flink omhoog, ofdm, forward error correction, active queue management

3.1 full duplex - 10Gbit/s 10Gbit/s 10Gbit/s 10Gbit/s Symmetrische snelheden

Europa kreeg overigens zijn eigen docsisspecificatie: eurodocsis. Dat heeft te maken met de pal-standaard voor tv, die een kanaalbreedte van 8MHz voorschrijft, waar dit bij het Amerikaanse ntsc 6MHz is. Bij gebruik van QAM-256-modulatie levert dit een bandbreedte op van 55,62Mbit/s, waarvan na aftrek van overhead zo'n 50Mbit/s overblijft.

Versie 2.0 van de docsisstandaard leverde een belangrijke verbetering van de uploadsnelheid op. Aanvankelijk ging de kabelindustrie uit van een download-uploadverhouding van 35:1, maar begin 2000 veranderde het internetgedrag van gebruikers aanzienlijk door de komst van Napster en andere peer-to-peerdiensten. Bovendien bleken gebruikers internet steeds meer te gebruiken om foto's en video te delen. Om hieraan tegemoet te komen moest de upstreamcapaciteit omhoog.

In 2008 bracht versie 3.0 potentieel enorme snelheidsverbeteringen met de komst van channel bonding voor upstream en downstream. Modems kregen hiervoor tuners om verschillende kanalen te bundelen tot een enkele bundel met gecombineerde doorvoercapaciteit. De eerste eurodocsis 3.0-modems konden het minimum van vier kanalen bundelen voor een downloadsnelheid van 200Mbit/s, terwijl latere achtkanaalsmodems tot 400Mbit/s kwamen. UPC introduceerde in 2008 zijn eerste twee pakketten op basis van de techniek, onder de verwarrende naam Fiber Power, waarvan de snelste een downloadsnelheid van 120Mbit/s had.

Anno 2017 zitten we met de kabelaanbieders Ziggo en Delta nog steeds in het docsis 3.0-tijdperk. Ziggo levert sinds deze maand pakketten met een maximale downloadsnelheid van 400Mbit/s en upload van maximaal 40Mbit/s. Bij Delta is dat 400Mbit/s down en 15Mbit/s up. Die snelheid kan nog flink omhoog, ook als de huidige kabelaars bij de 3.0-generatie blijven. In principe is er namelijk geen maximum aan het aantal kanalen dat docsis 3.0-apparaten kunnen bundelen. In theorie zouden internetaanbieders modems met ondersteuning voor 24-kanaals-bonding kunnen verstrekken om downloadsnelheden van 1,2Gbit/s te bieden.

Gebruikers bleken internet steeds meer te gebruiken om foto's en video te delen

Kabelbedrijven zijn waarschijnlijk niet bereid in de benodigde infrastructuur te investeren, aangezien docsis 3.1 voor de deur staat, met ondersteuning voor aanzienlijk hogere snelheden. Met docsis 3.1, dat in 2015 werd aangekondigd, verdwijnt het onderscheid tussen docsis en eurodocsis, doordat de techniek afstapt van de kanaalbreedte van 6 en 8MHz, en overstapt op smalle subcarrier-kanalen met een breedte van 25 en 50kHz. De specificatie beschrijft hoe zo kanalen van 192MHz zijn te creëren met tot aan, initieel, 4096-qam-modulatie per subcarrier. Dit maakt downloadsnelheden tot 10Gbit/s en uploadsnelheden tot 1Gbit/s mogelijk, terwijl inmiddels ook docsis 3.1 full duplex is aangekondigd, met symmetrische snelheden.

Een ander voordeel van docsis 3.1 is de ondersteuning voor active queue management, dat de latency minimaliseert, waar bijvoorbeeld streaming vr en online gaming baat bij hebben. Daarnaast is bij de specificatie rekening gehouden met het verbruik van modems; die gaan in slaapstand bij inactiviteit, met behoud van de verbinding, zodat gebruikers snel online kunnen. Ten slotte is docsis 3.1 backwards compatibel en kunnen kabelaars dus gefaseerd modems uitrollen in hun bestaande netwerk.


Nadelen zijn er ook. De toename in frequentie moet ergens vandaan komen. De voornaamste optie om aan die capaciteit te komen is door analoge tv uit te zetten en de vrijkomende frequenties te benutten. Dat is precies wat het Zeeuwse kabelbedrijf Delta gaat doen. Het bedrijf becijfert dat zijn 140 digitale zenders 37 procent van de ruimte op de kabel innemen en de 29 analoge zenders 35 procent. Het bedrijf is daarom actief bezig met het plaatsen van docsis 3.1-apparatuur op 15.000 locaties in Zeeland. Begin 2018 schakelt Delta analoge tv uit, hoewel 20 procent van zijn klanten er nog gebruik van maakt.

Dit biedt Delta de mogelijkheid volgend jaar docsis 3.1 in te voeren en downloadsnelheden van 1Gbit/s te bieden. "We gaan ons digitale netwerk optimaal inrichten voor meer bandbreedte of kortweg, méér internet", aldus Delta Telecom-ceo Ludolf Rasterhof. De toename in capaciteit is volgens hem nodig om te blijven voldoen aan de stijgende vraag naar bandbreedte; bij Delta stijgt het dataverkeer jaarlijks met 40 procent.

De grote vraag is wat Ziggo gaat doen. De marktleider heeft nog meer dan een half miljoen analoge kijkers, hoewel dat aantal snel afneemt. Een optie is dat het analoge tv-aanbod wordt teruggeschroefd. Ziggo laat weten dat het docsis 3.1 aan het testen is. Dat gebeurt in het laboratorium en er is nog geen pilot met modems van medewerkers of klanten. "Natuurlijk gaan ook wij gebruik maken van docsis 3.1, maar op welke termijn wij het zullen uitrollen kunnen wij nu nog niet zeggen", zegt Ziggo-woordvoerder Hans den Heijer. De resterende kabelaar, Caiway, investeert in ieder geval niet in docsis 3.1, maar stort zich vol op glasvezel.

Wat vind je van dit artikel?

Geef je mening in het Geachte Redactie-forum.

Nintendo Switch (OLED model) Apple iPhone SE (2022) LG G1 Google Pixel 6 Call of Duty: Vanguard Samsung Galaxy S22 Garmin fēnix 7 Nintendo Switch Lite

Tweakers vormt samen met Hardware Info, AutoTrack, Gaspedaal.nl, Nationale Vacaturebank, Intermediair en Independer DPG Online Services B.V.
Alle rechten voorbehouden © 1998 - 2022 Hosting door True