De Eerste Kamer heeft wetsvoorstellen goedgekeurd die een hardere aanpak van computercriminaliteit mogelijk maken. De wetgeving vloeit voort uit het kort voor de eeuwwisseling opgetekende Cybercrime Verdrag, waarin onder meer de VS, EU, Japan en Canada afspraken hebben vastgelegd over de strafbaarheid en strafmaat van bepaalde computergerelateerde delicten. Het verdrag moet de vervolging van vaak grensoverschrijdende computercriminaliteit vergemakkelijken. In september vorig jaar keurde de Tweede Kamer de voorstellen al goed.
Een belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige situatie zijn ten eerste dat het voorbereiding van een computermisdrijf met een tot vier jaar kan worden bestraft. Het gaat daarbij om het vervaardigen, het bezit, en de verkoop van 'geschikte technische middelen' waarmee een computerdelict gepleegd kan worden. Daarbij kan worden gedacht aan programmatuur die computersystemen kan ontregelen. Het is wel van belang dat wordt aangetoond dat er sprake is van handelen met het oogmerk om een misdrijf te plegen, zo benadrukt het persbericht van justitie. Tevens komt op het opzettelijk verstoren van een computersysteem door er gegevens naartoe te sturen, een maximumstraf van een jaar te staan. Hier worden eerder denial of service-aanvallen dan spam mee bedoeld; 'ernstige vormen van spam' worden echter ook strafbaar als dat verstoring van een computersysteem als doelstelling heeft. Zeker zo belangrijk is ten slotte dat het opzettelijk binnendringen van een computersysteem strafbaar wordt zonder dat het daarbij van belang is of er een beveiliging is gekraakt, een 'technische ingreep' is gedaan of een valse identiteit is aangenomen - met andere woorden: alleen de intentie van de indringer doet ertoe. Hierop komt een maximumstraf van een jaar te staan; bij het stelen van informatie kan dat oplopen tot vier jaar. Aan het begin van dit jaar plaatsten de PvdA- en VVD-fracties nog vraagtekens bij deze definitiewijziging van hacking:
Het moeten doorbreken/omzeilen van enige beveiliging werpt een duidelijke drempel op; de potentiële dader weet hierdoor dat hij zich op verboden terrein gaat begeven. Gaat het laten vallen van deze beveiligingseis niet te zeer ten koste van de kenbaarheid waardoor te snel het risico ontstaat dat personen tijdens het surfen (door bijvoorbeeld een 'deep link' te volgen) op verboden plaatsen terecht komen en zich deswege vervolgd slechts (moeizaam) kunnen verweren met het argument dat de opzet ontbrak? Is het niet beter dit soort situaties te voorkomen door de huidige redactie te handhaven?
Met het aannemen van de wet blijkt de politiek zijn weerstand te hebben laten varen, en zal afgewacht moeten worden hoe de handhaving van de wet in de praktijk uit gaat pakken, en wat de reikwijdte van de maatregelen is. Verdere wijzigingen hebben betrekking op het uitbreiden van de bevoegdheden van justitie en politie. Voor alle computerdelicten wordt het mogelijk om verdachten in voorlopige hechtenis te nemen, en kan in niet nader omschreven gevallen tot aftappen en inbeslagname van apparatuur worden overgegaan. Daarnaast wordt het voor de officier van jusitie mogelijk om isp's te verplichten gegevens over een klant tijdelijk beschikbaar te houden, in afwachting van een definitieve beslissing over het vorderen van de gegevens.