Ruimtevaartorganisatie NASA heeft uit metingen van ruimtesonde Cassini geconcludeerd dat er waterstofmoleculen in de gaspluimen zitten die door geiserachtige fonteinen op de zuidpool van de Saturnusmaan Enceladus de ruimte in worden geblazen.
Deze ontdekking wijst volgens NASA op het bestaan van hydrothermische activiteit in de oceaan van de kleine maan Enceladus, die zich onder de ijslaag aan de oppervlakte bevindt. De waterstofmoleculen ontstaan door reacties van het hete water met mineralen in de bodem. Dat heeft de ruimtevaartorganisatie bekendgemaakt in een publicatie in het tijdschrift Science. Dit proces op Enceladus, waarbij waterstofmoleculen ontstaan, is vergelijkbaar met de chemische processen bij thermische bronnen die zich op de bodem van Aardse oceanen bevinden. De oceaan op Enceladus is relatief warm door de getijdenwerking die Saturnus via zijn zwaartekracht op de maan uitoefent.
Volgens NASA-onderzoeker Thomas Zurbuchen vormt Enceladus hiermee de meest aangewezen plek in ons zonnestelsel waar alle voorwaarden aanwezig zijn voor levensvormen om te kunnen gedijen. Enceladus voldoet aan de drie voorwaarden voor leven: er is water, er is een energiebron en er zijn organische moleculen in de vorm van waterstof. De aanwezigheid van stoffen als fosfor en zwavel, naast waterstof ook belangrijke bouwstenen voor leven, is nog niet vastgesteld door Cassini. Maar wetenschappers denken dat naast waterstof ook deze elementen aanwezig zijn in de oceaan van Enceladus. Ze denken dat de rotsachtige kern van de maan vergelijkbaar is met meteorieten die deze twee elementen bevatten.
Cassini vloog in oktober 2015 door een gaspluim van Enceladus. Uit metingen tijdens dat moment en eerdere momenten toen de sonde dicht langs Enceladus vloog, hebben onderzoekers van Nasa vastgesteld dat 98 procent van het gas bestaat uit waterdamp. Eén procent wordt gevormd door waterstofgas en de rest is een mix van koolstofdioxide, methaan en ammoniak.
In 2005 heeft de ruimtesonde al de geiserfonteinen van Enceladus ontdekt. Deze bevinden zich bij breuken en scheuren in het ijs aan het maanoppervlak bij de zuidpool. Dat wees toen al op het mogelijke bestaan van een groot waterreservoir bij de zuidpool. Door een latere analyse van data afkomstig van Cassini en na bestudering van zwaartekrachtdata rees toen een vermoeden van de aanwezigheid van een grote oceaan onder het ijsoppervlak van de maan. In 2015 heeft NASA, na beeldinformatie van Cassini zeven jaar lang bestudeerd te hebben, bevestigd dat er zich daadwerkelijk een oceaan op Enceladus bevindt die zich uitstrekt over het hele oppervlak.
NASA-onderzoekers hebben ook een ontdekking gedaan bij een ijsmaan van Jupiter, Europa. In 2016 meldden wetenschappers van NASA al dat observaties van de Hubble Space Telescope wezen op de mogelijke aanwezigheid van een soort geisers aan de oppervlakte van Europa die waterdamp de ruimte in spuwen. NASA heeft opnieuw een vermoedelijke gaspluim op Europa in beeld gebracht die tot 100 kilometer in de ruimte reikt. De locatie van deze gaspluim blijkt, net als de locatie van fonteinen die eerder zijn waargenomen, in de buurt te zijn van een plek waar het relatief heet is en er scheuren in het oppervlak zitten.
Van Europa was ook al bekend dat het een oceaan onder het ijsoppervlak heeft. Nu onderzoekers vermoeden dat Europa een vergelijkbare thermische activiteit als die van Enceladus heeft, is ook deze maan een geschikte kandidaat voor het mogelijk vinden van microbiologisch leven. In de jaren na 2020 lanceert NASA de Europa Clipper-missie, waarbij de ruimtevaartorganisatie met een lander het ijsoppervlak zal onderzoeken. Tevens zal het ruimtevaartuig van de missie zo'n veertig keer langs de maan vliegen om gasmonsters te analyseren en foto's te maken.
De Cassini-Huygens-ruimtesonde werd op 15 oktober 1997 gelanceerd en kwam op 1 juli 2004 aan bij Saturnus. Sindsdien stuurt de sonde informatie naar de aarde. Het is een samenwerkingsproject tussen ESA, NASA en de Italiaanse ruimtevaartorganisatie. Op 15 september zal de Cassini-missie eindigen. De ruimtesonde zal dan een gecontroleerde duikvlucht maken tot in de atmosfeer van Saturnus, waar de sonde zal verbranden. Overigens is 14 april 1629 de geboortedag van de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens, die met zijn telescopen al vroeg onderzoek deed naar de ringen rond Saturnus.