De Uruguyaanse overheid blijkt met de bestelling van honderdduizend XO-laptops de eerste en enige officiële klant van het Olpc-project te zijn. De bestellingen van overige landen zijn niet definitief, aldus een woordvoerder van Olpc.
Eerder meldde het Olpc-gezelschap dat Argentinië, Brazilië, Libië, Nigeria, Rwanda, Thailand en Uruguay gezamenlijk een definitieve bestelling hadden geplaatst voor meer dan een miljoen goedkope laptops, en Italië zou 50.000 laptops aan Ethiopië doneren. Volgens Olpc-oprichter Nicholas Negroponte overschatte hij destijds de waarde van een mondelinge afspraak met de leiders van de landen. Volgens Negroponte was het vooral moeilijk om de landen zover te krijgen dat ze hun bestelling concreet maakten.
Uruguay blijkt nu dus het eerste land te zijn dat de Olpc-laptops gaat inzetten in zijn onderwijssysteem en dat de honderddollarlaptop boven Intels Classmate PC verkiest. Inmiddels is echter ook duidelijk dat Libië voor de laptops van Intel en Microsoft heeft gekozen.
De prijs van de 'honderddollarlaptop', inmiddels XO-laptop genaamd, is de afgelopen tijd opgelopen tot ongeveer 188 dollar. Voor die prijs krijgt Uruguay degelijk gebouwde, waterdichte laptops die met zonnecellen of met de hand van stroom kunnen worden voorzien, bijvoorbeeld door middel van een voetpompje. De XO-laptop bevat geen bewegende delen en heeft een scherm dat in fel zonlicht leesbaar is.

Om de verkoop van de XO's verder te stimuleren is er het G1G1-programma, waarbij consumenten een Olpc-laptop voor zichzelf kunnen kopen en een tweede aan een ontwikkelingsland schenken. Via dit programma krijgen Cambodja, Afghanistan, Rwanda en Haïti hun laptops. Het is ook mogelijk een laptop aan een ontwikkelingsland naar keuze te schenken; dit kost minimaal 299 dollar.