Het Nederlandse demissionaire kabinet heeft 245,6 miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld voor kleinere waterstofprojecten op hernieuwbare energie. Daarmee hoopt de overheid vijf tot tien elektrolyseprojecten te kunnen helpen realiseren.
Alleen elektrolyseprojecten met een vermogen van 0,5 tot 50 megawatt komen in aanmerking voor de subsidie, zodat het kabinet naar eigen zeggen meerdere kleinere projecten kan steunen. Met de subsidie kunnen projecten compenseren voor de zogenoemde 'onrendabele top'; het kostenverschil tussen initiatieven waarbij waterstof met hernieuwbare en fossiele brandstof wordt opgewekt. Een andere eis is dat partijen het betreffende waterstofproject binnen vier jaar moeten kunnen realiseren.
De kleinere projecten moeten afnemers op lokaal niveau voorzien van de brandstof. De overheid noemt als voorbeeld tankstations, kleine industriële bedrijven, boeren en woningen. Ook zouden deze projecten gebruikt kunnen worden om overtollige energie lokaal op te slaan om netcongestie te voorkomen
Het initiatief van minister Jetten van Klimaat en Energie moet bijdragen aan het doel, opgesteld in het Klimaatakkoord, om in 2030 in Nederland tenminste 4 gigawatt aan elektrolysecapaciteit te hebben. Voor grotere waterstofprojecten zijn andere subsidieregelingen mogelijk, waaronder een toezegging van 780 miljoen euro aan subsidie eind 2022. Vanaf begin 2024 komt er nog eens een miljard euro beschikbaar, waarover de overheid op een later moment meer informatie deelt.