Intel heeft dinsdag nieuwe details bekendgemaakt over de zuinigheidstechnieken in Nehalem. Een van de onthullingen is die van een 'extra core'; een microcontroller met meer dan een miljoen transistors die zich bezighoudt met stroombeheer.
De microcontroller is continu op de hoogte van de processorbelasting, de spanning, de stroomsterkte en de temperatuur van zowel de cores als de totale chip. Doel is om op basis van deze gegevens de optimale configuratie te kiezen. De controller kan er bijvoorbeeld voor kiezen om een of meer cores uit te schakelen, of juist extra snel te laten draaien, zo heeft Intel dinsdag op de eerste dag van zijn Intel Developer Conference bekendgemaakt.

De manier waarop Nehalem-cores uitgeschakeld worden, is fundamenteel anders dan de manier die voor de huidige generatie processors gebruikelijk is. In plaats van alleen de klok stil te zetten wordt in Core i7, de officiële naam van Nehalem, fysiek de spanning van de core afgehaald, zodat er zelfs geen lekstroom meer verloren gaat. Pat Gelsinger van Intel bevestigde desgevraagd aan Tweakers.net dat het een 'logische volgende stap' is om deze techniek op een fijner niveau dan alleen hele cores toe te gaan passen.
De turbomode - het tijdelijke overklokken van cores zolang het tdp dat toelaat - wordt al enige tijd in de mobiele wereld gebruikt, maar vindt met Core i7 ook zijn weg naar desktops en servers. Het is systeem is niet langer beperkt tot een enkele turbostand: er kunnen nu minstens twee stappen gemaakt worden boven de standaardsnelheid.
Intel heeft tijdens het ontwerp van Nehalem een paar drastische stappen genomen om het verbruik onder controle te houden. Een van de meest voor de hand liggende manieren om te besparen is door de spanning te verlagen, maar dat levert problemen op met de betrouwbaarheid van de transistors, met name in de geheugencellen waar caches uit bestaan.
Dit probleem heeft de fabrikant op verschillende manieren aangepakt: ten eerste heeft Intel het fout-correctiesysteem verbeterd om drie omgevallen bits tegelijk te kunnen detecteren en tot twee omgevallen bits te kunnen herstellen. Ten tweede gebruikt het bedrijf voor het meest gevoelige systeem - de L1-cache - voortaan een geheugencel die uit 8 transistors bestaat. Deze is een stuk groter, maar wel betrouwbaarder dan de cellen met 6 transistors die al tientallen jaren in gebruik zijn.
Tot slot is Nehalem volledig geïmplementeerd met statische circuits, de zuinigste ontwerpstijl die mogelijk is. De methode is simpel en stamt uit de jaren tachtig, maar wordt lang niet overal toegepast omdat de prestaties ervan matig zijn vergeleken met die van modernere circuitvormen. Intel heeft op dit niveau dus een hoop moeten inleveren, maar door dat te compenseren met trucs op hogere niveaus weet Nehalem uiteindelijk toch in ieder geval dezelfde kloksnelheid te halen als Penryn.
