Eind januari houdt het Europarlement een zitting om de Europese Commissie op te roepen om toch naar privacybezwaren te kijken in het lopende onderzoek naar de overname van DoubleClick door Google.
De stap is opmerkelijk omdat het onderzoek al gaande is en de doelstelling ervan halverwege zou moeten gewijzigd. Verscheidenen parlementariërs, onder aanvoering van de Nederlandse Sophie in 't Veld van D66, vinden echter dat de Europese Commissie in het onderzoek naar de acquisitie moet kijken naar wat er gebeurt met informatie over consumenten die in handen van internetbedrijven terecht komt, omdat dergelijke informatie door regeringen kan worden opgevraagd, bijvoorbeeld in het kader van onderzoeken naar terrorisme.
Volgens In 't Veld is het onduidelijk, vooral voor burgers, wie de eigenaar is van dit soort informatie, wat overheden ermee kunnen doen en wat voor bescherming consumenten hebben wanneer ze diensten als Google en Gmail gebruiken.
Er is echter kritiek op de 'inmenging' van de parlementariërs, niet enkel omdat het een reeds lopend onderzoek betreft maar ook omdat de Europese Commissie een reputatie heeft om zaken enkel op technische, economische en juridische aspecten te beoordelen, aldus Juan Delgado, voormalig antitrustexpert bij de commissie. Ook op het besluit van de Amerikaanse FTC om de privacygevolgen van de overname tegen het licht te houden bestaat kritiek, zo stelt hij, omdat dit politieke aspecten aan het reguleringsproces toe zou voegen.
De Europese Commissie is vooralsnog enkel van plan om de economische aspecten van de acquisitie te bekijken, waarbij de belangrijkste vraag is of DoubleClick zonder de overname door Google een geduchte concurrent van de zoekgigant op de advertentiemarkt zou hebben kunnen worden. Een oproep van het parlement om privacyaspecten in het onderzoek mee te nemen kan de commissie formeel echter naast zich neerleggen.