Jammie Thomas, die vorige week werd veroordeeld tot het betalen van 222.000 dollar wegens het via Kazaa aanbieden van 24 muzieknummers, vindt dit bedrag 'belachelijk'. Maar volgens de regering toont de uitspraak aan dat de wet werkt.
Meteen na de uitspraak van de jury verlieten Thomas en haar advocaat de rechtszaal zonder commentaar, maar later wilde Thomas nog wel een reactie geven. Volgens haar is de opgelegde schadevergoeding belachelijk hoog. 'In de Grondwet staat dat er geen onredelijk hoge boetes mogen worden opgelegd.', verklaarde Thomas, 'maar toch moest ik 9000 maal de waarde van die liedjes betalen.'
Volgens Thomas, die blijft volhouden nooit muziek te hebben aangeboden, werd ze in feite in een positie geplaatst waarin ze haar onschuld moest bewijzen. 'Als ik het had kunnen betalen zou ik een analist van de FBI hebben ingehuurd die het wel had kunnen aantonen. Maar daar heb ik het geld niet voor.' Ze beraadt zich nog over hoger beroep. Tal van mensen hebben haar via internet donaties aangeboden, maar ze aarzelt nog of ze die zal aannemen. Wel wil ze graag advocaten die haar gratis willen bijstaan.
In een schril contrast met de grotendeels afwijzende reacties heeft de Amerikaanse regering, bij monde van coördinator Intellectueel Eigendom Chris Israel, zijn steun aan het vonnis betuigd. 'Zaken zoals deze herinneren ons eraan dat strenge maatregelen nodig zijn om piraterij te beteugelen en dat er in de VS een effectief rechtssysteem bestaat waarmee rechthebbenden hun intellectueel eigendom kunnen beschermen.' Volgens de zegsman bedreigt piraterij de innovatie, kost het banen en vermindert het de concurrentiekracht van de VS.