Het 'One Laptop Per Child'-project heeft opdracht gegeven de productie van de XO-laptop officieel van start te laten gaan. De eerste laptops zullen als alles goed verloopt in oktober van dit jaar geleverd kunnen worden.
De XO-laptop bevat 800 onderdelen van verschillende fabrikanten en wordt gebouwd door het Taiwanese Quanta. Welke landen het apparaat hebben aangeschaft, wil de Olpc-organisatie niet bekendmaken. Het apparaat kost 176 dollar. Het grootste deel van die kosten, namelijk 75 dollar, zitten in het moederbord. Het lcd-scherm, de batterij, wifi en de camera kosten samen 60 dollar en het in elkaar zetten van de XO kost 30 dollar. De overhead- en administratiekosten zijn respectievelijk 10 en 1 dollar. Op den duur moet de prijs van 176 dollar gaan zakken naar om en nabij de 100 dollar. Daarmee komt het Olpc-project een stuk dichter bij de oorspronkelijke doelstelling, namelijk het produceren van een '100 dollar'-laptop.
Het eerste idee voor een goedkope laptop voor de kinderen in ontwikkelingslanden werd vijf jaar geleden geopperd. Sinds dat moment is onder leiding van Nicholas Negroponte gewerkt aan de ontwikkeling van de hard- en de software voor het apparaat. Het Olpc-project heeft veel kritiek over zich heen gekregen, omdat kinderen in arme landen bijvoorbeeld eten, drinken en kleren nodig zouden hebben in plaats van een goedkope laptop. Negroponte's standaardreactie op dergelijke kritieken is altijd geweest dat het Olpc-project een onderwijsaangelegenheid was en geen laptopproject. Deze opvatting werd gedeeld door voormalig Secretaris Generaal van de VN Kofi Annan. Intel, dat eerder nog kritiek leverde, heeft zijn mening inmiddels overigens bijgesteld en werkt sinds begin deze maand samen met de Olpc-organisatie.
