Toezichthouder Ctivd zegt 'een aantal onrechtmatigheden en onzorgvuldigheden' te hebben gezien bij toezicht op de inzet van virtuele agenten door de AIVD en MIVD. Toch zegt de Ctivd dat die inzet 'over het algemeen rechtmatig' is.
Virtuele agenten zijn agenten van de veiligheidsdiensten die online in worden gezet, bijvoorbeeld op chatdiensten, fora en sociale media. Die inzet gaat 'in het algemeen rechtmatig', concludeert de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. De Ctivd merkt op dat er maatregelen zijn voor de veiligheid van de agenten, dat de geheimhouding van de agenten 'op een rechtmatige manier geregeld' is en dat er goed verslag wordt gelegd van de online operaties.
De toezichthouder zegt echter dat bij het onderzoek naar de virtuele agenten wel 'een aantal onrechtmatigheden en onzorgvuldigheden' zijn vastgesteld. Zo waren niet alle benodigde toestemmingsaanvragen goed onderbouwd en was deze in één geval niet goed geregistreerd. Daarnaast was er een virtuele agent van de MIVD die strafbare feiten pleegde, terwijl de benodigde toestemming hiervoor nog niet was verlengd. De Ctivd vindt ook dat de overwegingen rondom dataminimalisatie voor bulkdatasets beter vastgelegd moeten worden. Zo controleren de diensten onvoldoende of verzamelde data wellicht verwijderd kan worden, omdat de gegevens achteraf niet noodzakelijk blijken te zijn.
De Ctivd kondigde het onderzoek naar de virtuele agenten in mei vorig jaar aan. Het onderzoek focuste zich op de periode van 1 januari 2020 tot 1 juni 2023, waarbij de inzet van vijf virtuele agenten steekproefsgewijs werd beoordeeld. De virtuele agenten verzamelen undercover op internet informatie over bijvoorbeeld terrorisme en extremisme en worden door zowel MIVD als AIVD ingezet. Die diensten hebben volgens de toezichthouder naar aanleiding van het onderzoek aangegeven verbeteringen door te voeren.