Corning, bekend van zijn Gorilla Glass, werkt aan glas dat ver genoeg kan buigen om in vouwbare smartphones gebruikt te worden. Het bedrijf schat dat het glas klaar is voor de markt tegen de tijd dat vouwbare smartphones mainstream worden, wat nog enkele jaren kan duren.
Om het buigbare glas waar te maken, probeert Corning zijn Gorilla Glass te combineren met Willow Glass, dat oprolbaar is. Het grootste probleem waarmee het Amerikaanse bedrijf nu nog worstelt, is dat bij Willow Glass het materiaal in een oplossing van gesmolten zout gedoopt wordt. Dit maakt het glas weliswaar flexibel genoeg om te buigen, maar het toegevoegde zout gaat niet goed samen met de transistors van in dit geval een smartphone die het glas aanraken. "Alles in de zoutfamilie vreet een transistor gewoon op. Ze zijn niet compatibel." Dat vertelt Corning-topman John Bayne aan Wired.
Op dit moment moet Corning bij zijn leveringen nog kiezen tussen zeer buigbaar glas en glas dat tegen een stootje kan. "Het gaat erom dat we ze beide geven", vertelt hij. Het doel is om een buiging met een radius van 3 tot 5 millimeter te kunnen leveren.
Het 'glas' dat nu gebruikt wordt in bijvoorbeeld de Samsung Galaxy Fold, bestaat uit een polymeer. Volgens Motorola-topman Dan Dery is dit materiaal erg kwetsbaar voor krassen en vormt zich op den duur een lelijke kreuk op het punt waar de vouw zit. Wegens dit probleem zouden vouwbare prototypes op het Mobile World Congress 2019 veelal achter glas hebben gezeten en mochten journalisten er niet aanzitten.
De net aangekondigde vouwbare telefoons van Samsung en Huawei gaan respectievelijk 1999 en 2300 euro kosten.