De zeven planeten in de bewoonbare zone rond Trappist-1, een stelsel dat eerder dit jaar werd ontdekt door een onderzoeksteam onder leiding van een Belg, kunnen volgens twee studies geen leven ondersteunen. Dat komt doordat de planeten te dicht bij hun ster staan.
Een studie van onderzoekers van de universiteiten van het Amerikaanse Harvard en het Britse Cambridge wijst erop dat planeten rond rode dwergen te veel uv-straling opvangen. Om bij een rode dwerg in de bewoonbare zone te zitten, moeten planeten dichtbij staan. Dat is nodig, omdat een rode dwerg veel koeler is dan bijvoorbeeld de zon. De nabijheid levert te veel uv-straling op om leven mogelijk te maken, betogen de onderzoekers.
Een andere studie claimt dat door de nabijheid van de ster zonnevlammen het oppervlak makkelijk kunnen bereiken. Een magnetisch veld beschermt de aarde ertegen, maar als ster en planeet te dicht bij elkaar staan, delen ze een magnetisch veld. Daardoor verdwijnt vermoedelijk de bescherming en kunnen zonnevlammen de atmosfeer aantasten. De wetenschappers achten de atmosfeer noodzakelijk voor het ontstaan van leven.
Het team onder leiding van de Belgische onderzoeker Michaël Gillon van een instituut in Luik maakte het bestaan van de zeven exoplaneten in februari bekend. De planeten zitten dicht op elkaar en hebben banen dichter bij hun ster dan Mercurius bij de zon staat. Dankzij waarnemingen met meerdere telescopen, waaronder de Spitzer-telescoop van de NASA, zijn er meer exoplaneten ontdekt bij de rode dwerg.
De naam van de ster komt van de Belgische telescoop Trappist. Officieel staat de naam voor Transiting Planets and Planetesimals Small Telescope. Hoewel de mensheid dankzij de telescoop scherper naar het universum kan kijken, roept die naam in de Benelux ook associaties op met een drankje waardoor mensen juist minder scherp naar de hemel kunnen kijken.