Als pc-liefhebber kijk je misschien met weemoed terug op de eerste maanden van 2025. Een tijd waarin je voor een setje DDR5-geheugen niet je spaarrekening hoefde te plunderen en je zonder nadenken 32GB in je nieuwe desktop klikte. De rustige prijsgrafieken bleken slechts de stilte voor de storm, want in oktober sloeg ineens het noodlot toe.
Waar de geheugenprijzen een groot deel van het jaar stabiel laag bleven, schoten ze plotseling de hoogte in. Niet langer koop je voor 100 euro een degelijk setje DDR5; verwacht eerder het vierdubbele neer te tellen. Bovendien lijkt het einde nog niet in zicht. In dit artikel blikken we terug op het bewogen geheugenjaar 2025.
De varkenscyclus van de geheugenmarkt
Prijsschommelingen op de geheugenmarkt zijn in feite heel normaal. Geheugen volgt namelijk een varkenscyclus, een economisch fenomeen van fluctuerende prijzen en aanbod.
Je hebt periodes van overschotten, waarbij de prijzen laag liggen. Die worden later opgevolgd door periodes van schaarste en torenhoge prijzen. Het komt doordat fabrikanten hun productiecapaciteit niet snel kunnen aanpassen aan de vraag van de markt. Soms wordt er te veel geproduceerd, soms juist te weinig.
De afgelopen jaren was geheugen vrij goedkoop. Rond 2017 en 2018 was er voor het laatst een groot geheugentekort. De prijzen van DDR4-geheugen, de toenmalige standaard, stegen in die periode fors vanwege een grote vraag en een gebrek aan productiecapaciteit. 16GB geheugen kostte toen niet langer acht tientjes, maar ging op het hoogtepunt voor meer dan 200 euro over de toonbank.
Na verloop van tijd daalden de prijzen weer en sindsdien waren ze relatief stabiel. Rond de introductie van DDR5 was dat geheugentype ook vrij duur, maar ook de kosten daarvan daalden na enkele maanden en bleven sinds 2024 hangen op een behaaglijk niveau.
Van stabiel lage naar ontiegelijk hoge prijzen
Die trend zette zich ook door in 2025. In de eerste helft van dit jaar lagen de geheugenprijzen continu op hetzelfde niveau, met slechts minimale schommelingen. Het vertaalde zich in DDR5-prijzen van rond de 3,80 euro per gigabyte, zo blijkt uit data die we verzamelden uit de Pricewatch.
Het begon in januari rond dat niveau en dipte in april en mei met enkele centen, voordat in juni een voorzichtige stijging werd ingezet. Toch bleven de prijzen stabiel. Totdat eind september plotseling een heuse geheugencrisis uitbrak.
In korte tijd stegen de prijzen van DDR5-geheugen in een moordend tempo. In oktober steeg de prijs per gigabyte van DDR5-6000 – de populairste snelheid – naar 5,11 euro. In november zette die stijging door naar 8,30 euro, met een nog grotere stijging in de maand daarop: in december stegen de aankoopbedragen met nog eens een kleine zeventig procent, naar 14,01 euro.
Het heeft alles te maken met de grote vraag naar geheugen vanuit de AI-hype. Grote bedrijven bouwen massaal datacenters vol met rekken servers, die allemaal voorzien worden van grote hoeveelheden DDR5-geheugen. Daar komt bovenop dat ook AI-chips, zoals die van Nvidia, gebruikmaken van geavanceerd HBM-geheugen.
Geheugenmakers springen daar uiteraard graag op in; de marges op enterprisegeheugen en HBM zijn immers een stuk hoger dan op het DDR5-geheugen dat de gewone consument in de winkels tegenkomt. Als gevolg daarvan wordt de productiecapaciteit steeds meer daarop toegespitst, met extreme prijsstijgingen voor consumenten als gevolg.
Honderden euro's voor een klein beetje dram
Het zal je dan ook niets verbazen dat ook de daadwerkelijke geheugensetjes de afgelopen maanden ontiegelijk duur zijn geworden. De tijd dat je voor rond de 100 euro een 32GB-setje geheugen kon aanschaffen, is voorlopig volledig voorbij. Sterker nog: voor dat geld vind je niet eens 16GB aan DDR5-geheugen.
Gemiddeld genomen lagen de prijzen van 32GB aan DDR5-6000-geheugen rond de 121 euro tijdens hun dieptepunt in april, hoewel de prijsbewuste koper ook wel kits van rond de 100 euro kon vinden. De prijs steeg in de maanden daarop rustig door naar zo'n 132 euro in september, om vervolgens in hoog tempo ruim te verdriedubbelen naar 468,36 euro medio december.
Datzelfde zie je ook gebeuren bij setjes van 16GB en 64GB geheugen. In april kon je gemiddeld voor 60 euro een setje 16GB DDR5-6000-werkgeheugen in de Pricewatch aanschaffen, maar inmiddels betaal je daar gemiddeld zo'n 296 euro voor. 64GB-sets stegen in die tijd van 230 naar 833 euro.
Het wordt waarschijnlijk erger in 2026
Het lijkt er bovendien niet op dat deze stijgingen binnenkort gaan stoppen. Zoals gezegd: de prijsstijgingen komen vooral voort uit geheugenmakers die inspelen op de vraag vanuit de AI-markt en andere datacentertoepassingen.
Productiecapaciteit kan volgens hen beter daarvoor gebruikt worden, aangezien de winstmarges daar fors hoger liggen en klanten grotere hoeveelheden geheugen in één keer aanschaffen. Een moderne pc heeft anno 2025 vaak 32GB dram; een AI-'superchip' van Nvidia heeft 480GB (en daarvan zitten er tot 36 in een enkel rack).
Geheugenmakers verwachten dan ook dat de geheugenmarkt voorlopig in een crisis blijft verkeren. SK hynix, een van de grootste geheugenfabrikanten ter wereld, verwacht dat het aanbod van consumentengeheugen tot en met 2028 beperkt zal blijven. Dan gaat het niet alleen om DDR5, maar ook om GDDR-geheugen voor videokaarten en Lpddr-geheugen voor laptops en smartphones.
Micron ging zelfs een stapje verder: die geheugenfabrikant hief zijn eigen consumentenmerk, Crucial, helemaal op. Ook die chipmaker besloot dat het produceren van servergeheugen en HBM een lucratievere business was, en had daarom geen plek meer voor een consumentenportfolio. Nu blijft Micron wel gewoon chips leveren aan fabrikanten van geheugenmodules en ssd's, maar dat de prioriteiten aan het verschuiven zijn, is overduidelijk.
Ook TeamGroup, een fabrikant van geheugenmodules, verwacht dat de prijsstijgingen en de tekorten nog zeker in 2026 zullen doorzetten. De algemeen directeur van het bedrijf zei begin december dat de inkoopprijzen alsmaar blijven stijgen en dat dat volgend jaar alleen maar erger gaat worden.
Momenteel zijn bijvoorbeeld alleen de prijzen hoog, maar de voorraden zijn over het algemeen nog goed op peil. Er staan op het moment van schrijven bijvoorbeeld 122 leverbare 32GB-setjes DDR5-6000-geheugen in de Pricewatch: een ruim aanbod, zelfs al kosten die steevast meer dan 400 euro. Ook 64GB-setjes zijn nog prima leverbaar. Alleen het aanbod van 16GB- en 128GB-kits is op het moment niet heel groot.
De TeamGroup-topman verwacht dat dit ergens in 2026 gaat omslaan. Leveranciers teren nu nog op hun bestaande voorraden. Als die uitgeput raken, zal er niet genoeg geleverd worden om de vraag bij te benen. Dan zullen niet alleen de prijzen stijgen, maar zal ook de beschikbaarheid in de knel komen. Maar hoe erg dat wordt, zal uiteraard in de praktijk moeten blijken.
| Voorraad DDR5-6000-geheugen (peildatum: 16 december 2025) | |
|---|---|
| Totale capaciteit | Leverbare setjes (max. 3 dagen levertijd) |
| 16GB | 15 |
| 32GB | 122 |
| 64GB | 84 |
| 128GB | 4 |
Ook de vraag naar geheugen lijkt fors te stijgen
De kans is dus aanwezig dat volgend jaar ook de voorraden opraken. Ook omdat de vraag naar geheugen vanuit consumenten, samen met de prijzen, fors gestegen lijkt te zijn. Althans, dat concluderen we uit data vanuit de Tweakers Pricewatch. We zien dat het aantal click-outs – waarbij iemand vanuit de Pricewatch doorklikt naar een webwinkel – bij geheugen in de laatste maanden van het jaar fors is gestegen.
Als we kijken naar de procentuele verhoudingen over heel 2025, zijn de laatste paar maanden van het jaar bovenmatig vertegenwoordigd. Dit jaar zijn de click-outs in november en de eerste helft van december goed voor ruim de helft van alle DDR5-click-outs van heel 2025; vorig jaar waren die maanden samen goed voor zo'n 33 procent van het totaal. Dat is dubbel indrukwekkend als je bedenkt dat december nog niet eens helemaal voorbij was.
Niet alleen de procentuele aandelen per maand zijn verschoven: tweakers klikten ook gewoon meer op geheugen in 2025. Dat geldt speciaal voor DDR5: iedere maand van het jaar werden meer click-outs genoteerd dan in 2024. Uiteraard ook hier met grote pieken in november en december.
Nu is dat misschien niet geheel eerlijk: DDR5 zal in de tussentijd ook steeds meer marktaandeel van DDR4 wegsnoepen. Bij DDR4 daalde het aantal click-outs dus juist in vergelijking met 2024, op een aantal uitzonderingsmaanden na. Daarbij valt vooral de maand juli op; toen vonden er ruim 40 procent meer click-outs plaats ten opzichte van juli 2024. Ook in december is het aantal clicks aanzienlijk hoger dan vorig jaar.
Dat komt niet onverwacht: de prijsstijgingen bij DDR4-geheugen begonnen namelijk eerder dan die van DDR5. Medio juni en in juli stroomden daarover de eerste berichten binnen. Het is weliswaar een hypothese, maar de DDR4-pieken zullen dan ook vooral te wijten zijn aan paniekaankopen; ze vallen precies samen met het begin van de DDR4-prijsstijgingen.
Als je de click-outs van DDR4 én DDR5 met elkaar combineert, ontstaat nog steeds het beeld dat in heel 2025 meer geheugen werd gekocht dan in 2024. Wederom pieken in juli, met écht grote stijgingen vanaf oktober en een gigantische stijging in december. Die eerste piek is vooral te wijten aan DDR4, terwijl DDR5 vanaf oktober de kar trekt.
Tot slot
Samengevat: 2025 mondde uit in een grote geheugencrisis, waarin bedrijven zich vol richten op de AI-markt en consumenten achterblijven met exorbitant hoge prijzen en voorraden die langzaam uitgeput raken. Gezien de huidige trends en waarschuwingen van geheugenmakers, lijkt het er volgend jaar niet beter op te worden. Zo rampzalig als 2025 eindigde, zo erbarmelijk zal 2026 beginnen.
Als je begin dit jaar toevallig je pc van nieuw geheugen hebt voorzien, kun je met recht je handen dichtknijpen. Als je nu op zoek bent naar een upgrade, zul je die (lang) moeten uitstellen of de markt moeten afspeuren naar de goedkoopste geheugensetjes. Maar ook die zullen behoorlijk aan de prijs zijn.
Redactie: Daan van Monsjou • Eindredactie: Monique van den Boomen • Bannerafbeelding: Kingston, sarayut Thaneerat / Lemon_tm / Getty Images
:strip_exif()/i/2006573412.jpeg?f=imagenormal)