De door waterstof aangedreven drone Phantom Eye, die gebouwd is door Boeing, heeft op de Edwards Air Force Base in Californië zijn eerste testvlucht succesvol afgerond. Het onbemande toestel had wel problemen bij de landing.
De Phantom Eye vormt onderdeel van een uitgebreid testprogramma van Boeing voor de ontwikkeling van onbemande spionagevliegtuigen. Het testtoestel wordt in tegenstelling tot reguliere drones aangedreven door vloeibare waterstof. Volgens Boeing zou het toestel, dat een spanwijdte heeft van 45,7 meter, vier dagen lang in de lucht blijven op hoogtes tot 19,8 kilometer. De Phantom Eye kan daarbij circa 200 kilogram aan apparatuur en wapens meenemen.
Bij zijn eerste testvlucht, die 28 minuten duurde, wist de Phantom Eye een hoogte van 1,2 kilometer en een kruissnelheid van 115 kilometer per uur te behalen. Bij de landing raakte het testtoestel echter beschadigd doordat het landingsgestel afbrak op de landingsbaan.
Of de Phantom Eye ooit door het Amerikaanse leger zal worden gekocht, is nog onduidelijk. Zo zijn er ook plannen om onbemande zeppelins in te zetten. Deze kunnen nog langer in de lucht blijven en meer apparatuur meenemen, maar de kosten zouden aanzienlijk hoger liggen.