De simpele bewering van TLS dat een chipkaart in het buitenland veel makkelijker werkt, puur en alleen omdat ze daar minder reisproducten hebben is een verdraaiïng van feiten. Jammer dat zo veel mensen trappen in dat 'we willen zoveel reisproducten en daarom is het zo moeilijk om een chipkaart te maken'-verhaal.
Volledig overgewaardeerde reactie dus.
Het mooie van dat Duitste systeem juist dat het al bewezen al die Nederlandse varianten van reisproducten aan te kunnen. Of je nou werkt met zones, kilometers, tijdslimieten of een combinatie; enkele reizen of retourtjes; kaartjes met of zonder korting; landelijke tarieven of plaatselijke 'eurokaartjes'; etc.
De kern van de discussie over de Duitse chipkaart is nou juist dat dat systeem wel heeft bewezen te werken en dat daarmee bewezen is dat de bewering van TLS onjuist is. Het staat al een tijd vast dat de Nederlandse OV-chipkaart over niet al te lange tijd al vervangen moet worden door een beter alternatief. Dan is het niet nodig om het wiel opnieuw uit te vinden als er al een beter alternatief is. Bovendien bevat het huidige OVC-systeem zoveel fouten dat het daarmee doormodderen ook onnodig veel geld zou kosten.
Even terug naar de reden waarom de OV-chipkaart op zoveel problemen stuit en aan het mislukken is. Het aantal reisproducten op zich is geen probleem. De echte reden dat de OV-chipkaart aan het mislukken is, is dat men alles tegelijk op de schop wil gooien. In plaats van dat men nou begint met al die 'reisproducten' (abonnementen, strippenkaarten, enkele reizen, retourtjes, etc.) simpelweg 'verchippen', hebben de vervoerders, het rijk en de decentrale overheden (provincies en stadsregio's) elk hun eigen belangen die ze willen doorvoeren met de chipkaart. De invoering van de OV-chipkaart is tegelijk het veranderen van het hele systeem van betalen in het openbaar vervoer. In feite gebeuren er drie dingen tegelijk:
1. Het verchippen van de vervoerbewijzen
2. Het overgaan van het zone-systeem in een kilometertarief in stads- en streekvervoer
3. Het afschaffen van de Nationale Vervoersbewijzen (strippenkaarten en abonnementen) en het decentraliseren van alle tariefsbevoegdheden
Als men er simpelweg voor had gekozen om bovenstaande zaken stap-voor-stap uit te voeren was het invoeren van een chipsysteem in Nederland echt niet zo fout gelopen. Ik zal bovenstaande 3 zaken even verder uitdiepen.
1 en 2. Nederland liep met de invoering van de Nationale Vervoerbewijzen, dus de landelijke strippenkaarten en abonnementen, voorop ten opzichte van andere landen. Het systeem had twee nadelen: (1) Vervoerders moeten sinds het invoeren van een nationaal tarief de opbrengsten verdelen. Omdat het erg moeilijk is om inzicht te krijgen in reisgedrag en reizigersaantallen zal deze verdeling nooit helemaal goed en eerlijk verlopen. (Meer info: zoek op WROOV) (2) Het werken met exacte kilometers was onmogelijk, dus zijn er zones bedacht. Dat betekent dus dat reizigers gunstig, danwel ongunstig kunnen wonen ten opzichte van een zonegrens en de kosten voor reizen per OV oneerlijk kunnen zijn.
1. De belangrijkste reden voor de vervoerders om een OV-chipkaart te willen is dat het systeem de technische mogelijkheid biedt om goed inzicht te krijgen in reizigersstromen en om het geld op een juiste manier te kunnen verdelen. Vervoerder hoeven dan minder afhankelijk te zijn van elkaar (immers: marktwerking) en vervoerders zullen meer geneigd zijn om een goed product te bieden en daarvoor reclame te maken, omdat ze weten dat ze dat financieel sneller zullen merken. Daarnaast kan beter inzicht in reizigersstromen betekenen dat vervoerders hun lijnvoering beter kunnen afstemmen op reizigersstromen en -aantallen.
2. Het tweede probleem (onnauwkeurigheid en oneerlijkheid van het zonesysteem) is op te lossen door het vervangen van de zone door het kilometertarief. In het huidige systeem stempelt een reiziger het aantal zones + een basisstrip (instaptarief) af. Dit wordt vervangen door een instaptarief + kosten voor het aantal te reizen meters. Dit lijkt makkelijk, maar is veel ingewikkelder dan het lijkt. Zo wil je als reiziger van plek A naar plek B, maar zul je in praktijk moeten overstappen op plek C. Wat moet je dan betalen? De afstand A-B, of de gemaakte reis A-C-B? En moet dat dan hemelsbreed, of moet je de daadwerkelijk gereden route betalen? Met andere woorden: moet je als reiziger de omweg betalen die je bus of tram maakt? En moet je dan dus betalen voor de routekeuze die een vervoerder maakt? Stads- en streek lijnen worden nu vaak onderverdeeld in grofmazige, snelle bereikbaarheidslijnen en fijnmazige, kronkelige ontsluitingslijnen. Bij het betalen volgens gereden route zullen ontsluitingslijnen veel duurder worden en bereikbaarheidslijnen misschien iets goedkoper. De verschuiving in reizigersstromen zal vervoerders geld kosten, waardoor het voor ze aantrekkelijk zal worden om alle lijnen te laten kronkelen.
3. Met de Wet Personenvervoer 2000 is het openbaar vervoer in Nederland (met uitzondering van het hoofdnet spoor) gedecentraliseerd. Dit betekent dat de decentrsle overheden (provincies en stadsregio's en officieel een aantal zogenoemde VOC-steden) verantwoordelijk zijn geworden voor het opdrachtgeverschap voor het openbaar vervoer in hun regio. Het idee is dat decentrale overheden beter weten wat de burgers ter plaatse willen dan ergens in 'Den Haag'. Ook hoopte men door het aanbesteden van het OV voor elkaar te krijgen dat vervoerders meer en beter openbaar vervoer zouden bieden tegen een lagere prijs. (Oftewel: bezuinigen en toch meer/beter OV)
Een deel van die decentralisering hield in dat ook de tarieven zijn gedecentraliseerd. Decentrale overheden mogen eigen, regionale tarieven bedenken. In de praktijk bieden de decentrale overheden de vervoerders de mogelijkheid om hun eigen tarieven te hanteren. Dit doen die vervoerders maar al te graag, omdat ze het geld voor die kaartjes direct in hun zak krijgen in plaats van dat te hoeven verdelen met andere vervoerders (zie 1). Omdat het NVB nog steeds bestaat en verkocht wordt zal een vervoerder nooit kaartjes bedenken die duurder zijn dan het NVB. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wil echter de invoering van de OV-chipkaart gebruiken om het NVB af te komen. Waarom? Omdat de ambtenaren niets met OV hebben en van hun bevoegdheden af willen en omdat de politiek ooit heeft besloten dat het OV, onclusief tarieven, moet worden gedecentraliseerd en ze toen niet hebben ingezien dat het afschaffen van het NVB betekent dat het hele nationale tariefssysteem verdwijnt en er zo een wildgroei aan tarieven en voorwaarden ontstaat waar je als reiziger niets mee kunt. Fictief voorbeeld van hoe het werkt in praktijk: provincie Flevoland biedt een bustrajectabonnement Almere - Amsterdam aan. Lijkt mooi voor forenzen, maar als je vervolgens een apart 40%-korting abonnement moet kopen voor het Amsterdamse GVB-net en voor de concessie 'stad Almere' geldt dat daarvoor alleen aparte abonnementen te koop zijn werkt dat niet. Nu hebben die 19 decentrale overheden voorlopige gezamenlijke afspraken gemaakt voor de eerste twee(?) jaren van de OV-chipkaart, maar het is bijvoorbeeld algemeen bekend dat de Stadsregio Rotterdam de OV-chipkaart ziet als een kans om te bezuinigen op OV (lees: prijzen voor de reiziger te verhogen om zelf te kunnen bezuinigen). Ook heeft de provincie Zuid-Holland in bepaalde regio's al besloten de prijs voor reizen in de spits te verhogen zodra dat kan, terwijl op landelijk niveau juist wordt geprobeerd om de files terug te dringen door in de spits meer mensen in het OV te krijgen.
Niet slim dus om het NVB, en daarmee zowel het maximumtarief als het landelijke systeem, op te heffen. Het verchippen hiervan was heel goed mogelijk.
Overigens is laatst bekend geworden dat na het afschaffen van het NVB
op Vlieland, Terschelling en Ameland de OV-chipkaart niet zal worden ingevoerd, maar dat men zal komen met een eigen systeem. Hoe zat het nou met "Eén kaart voor trein, tram, bus en metro"?
Dit waren een aantal voorbeelden van dingen die spelen bij de invoering van de OV-chipkaart. Er spelen nog veel meer problemen. Vervoerders, het rijk en de decentrale overheden hebben elk hun eigen belangen en proberen die door middel van de OV-chipkaart allemaal door te voeren. Aan de belangen van de reiziger (klant / burger) wordt daarbij in beginsel niet gedacht, tenzij het goed uitkomt om je doelen te bereiken. Maar de bewering van TLS dat het aantal hele verschillende reisproducten het probleem is van het mislukken van de OVC is onzin. Dit bewijst het Duitse systeem perfect.
Vervoerders en overheden zijn zelf verantwoordelijk voor het mislukken van dit project door zoveel tegelijk te willen doorvoeren i.p.v. stap voor stap. Bovendien is TLS, de ontwikkelaar en uitgever van de OVC, eigendom van de vervoerders en zijn daarmee ook de overheden, die ook elk op zich hun eigen belangen en visies hebben, afhankelijk van de vervoerders.