Jeremy Jaynes heeft de twijfelachtige eer de eerste Amerikaan te zijn die ten gevolge van anti-spamwetgeving de bak indraait. Het Hof van Beroep van de Amerikaanse staat Virginia heeft zijn veroordeling bekrachtigd, nadat een lagere rechtbank hem eerder tot negen jaar cel veroordeelde. Over de feiten was geen discussie mogelijk, wisten alle partijen: Jaynes had veel, heel veel spam verstuurd. Hij beschikte over een gestolen database met 84 miljoen AOL-klanten, en de enkele ongelukkige die erop inging werd ook nog eens opgelicht. Opmerkelijk genoeg werd alleen het verzenden van spam met een gefalsificeerde afzender aan ontvangers in Virginia bestraft, bevestigde het Hof. Dat de mailtjes niet uit Virginia afkomstig waren, zoals het verweer luidde, deed volgens de beroepsrechters niet ter zake.
Een belangrijker bezwaar van de advocaten van Jaynes betrof het recht op vrije meningsuiting. Het hof maakte brandhout van dit argument: 'De wet verbiedt het binnendringen van computers onder valse voorwendselen, en die handeling verdient geen enkele bescherming van het First Amendment.' Toch wist Jaynes zich in dit opzicht gesteund door een paar stevige partijen: zowel het gerenommeerde conservatieve Rutherford-instituut als de American Civil Liberties Union, afdeling Virginia, dienden getuigschriften in waarmee ze betoogden dat de anti-spamwetgeving veel te breed en te vaag was geformuleerd. Beide organisaties vrezen dat dit vonnis het makkelijker zal maken om onschuldigen te veroordelen. 'Als iemand een anoniem mailtje naar iemand anders stuurt en dat mailtje komt toevallig door een server in Virginia, dan is de verzender nu strafbaar', klaagde een advocaat van Jaynes. 'Sterker nog, als ik een mailinglijst koop, het verzendadres wijzig omdat ik niet lastig gevallen wil worden, en op paasmorgen iedereen een stichtelijk woord wil sturen, dan kan de staat Virginia mij vervolgen!' Dat niet alleen de ontvangers van spam als lastig kunnen worden ervaren, ontging de man kennelijk volkomen.