Warner en Bertelsmann begraven na zes jaar de strijdbijl en beëindigen de juridische strijd rond Bertelsmanns betrokkenheid bij de muziekdienst Napster. Bertelsmann werd ervan beschuldigd te profiteren van de mogelijkheid om illegaal muziek te delen, die Napster bood.
Bertelsmann kreeg in 2001 de dagvaarding van Warner in de bus, naar aanleiding van investeringen ter waarde van 85 miljoen dollar die het bedrijf in Napster had gedaan. Ook EMI en Universal klaagden Bertelsmann hiervoor aan; met hen trof het bedrijf eerder schikkingen. Het is onbekend hoeveel er aan EMI werd betaald, maar Universal incasseerde 60 miljoen dollar en Warner krijgt 110 miljoen dollar. Overigens hoefde Bertelsmann in geen van de drie overeenkomsten aansprakelijkheid voor gepleegde copyrightschendingen te aanvaarden. Het bedrijf heeft altijd volgehouden dat het pas in Napster ging investeren nadat de muziekdienst er werk van maakte de auteurswetgeving na te gaan leven.