Het 'One Laptop Per Child'-project is opnieuw onder vuur gekomen nu een groep van twaalf chief information officers (CIO's) uit verschillende bedrijven en organisaties heeft laten weten dat het project primair de grootste noden op het gebied van communicatie en onderwijs had moeten aanpakken, en niet direct een oplossing had moeten leveren in de vorm van een goedkope laptop. Deze mening wordt gedeeld door onder meer India, dat vorige week bekendmaakte geen laptops te willen bestellen, omdat het geld beter besteed kon worden aan leraren en schoollokalen. Nigeria had vorige week juist laten weten wel de 100-dollar-laptop te willen aanschaffen voor een deel van zijn jonge inwoners. De twaalf door silicon.com bevraagde CIO's waren hierdoor echter niet overtuigd.
Een laptop zonder internetverbinding is, aldus CIO Nick Clark, van weinig nut omdat het geen extra mogelijkheden tot communicatie biedt. Het zou volgens hem dan ook beter zijn om te investeren in communicatie-infrastructuur, door een al dan niet bedraad netwerk aan te leggen. Daarnaast zou men beter een goedkope telefoon met internettoegang kunnen ontwikkelen. Dan blijft echter alsnog de vraag staan wie het allemaal gaat betalen. Volgens Russell Altendorff, IT-manager bij de London Business School, is deze vorm van hulp een vorm van Westers imperialisme en zou de OLPC-projectleiding meer moeten kijken naar hoe een laptop binnen de mogelijkheden van het land past. Een betere oplossing zou zijn, aldus Altendorff, dat er betere handelsovereenkomsten gesloten worden met de derdewereldlanden.
