Eén ander aspect: Jongeren beginnen steeds later met seks (bij 18 jaar in 2017 en 18,7 in 2023).
Niet heel verwonderlijk. Veel porno kijken leidt tot een afname van behoefte aan reguliere seks.
welnee. Dat is echt té kort door de bocht. Als je naar de data kijkt, wordt in ieder geval één ding duidelijk: jongeren beginnen later met seks. Uit
Seks onder je 25e 2023 blijkt inderdaad dat de leeftijd van de eerste keer vaginale seks de afgelopen tien jaar is opgeschoven: de mediaan ging van 17 jaar (2012) naar 18 jaar (2017) en nu 18,7 jaar in 2023. De leeftijd waarop jongeren voor het eerst masturberen bleef in diezelfde periode vrijwel gelijk rond de 14,5 jaar. (
Jongeren positief over seks en seksuele diversiteit – Rutgers) Dat betekent: later seks mét partner, maar niet later beginnen met seksualiteit an sich.
Dat later beginnen wordt in de data zelf helemaal niet direct aan porno gekoppeld. In een uitwerking met seksuologe Astrid Kremers worden andere verklaringen genoemd: prestatiedruk (“het moet in één keer goed en spectaculair zijn”), perfectionisme, angst voor falen (erectieproblemen, pijn), en de sociale druk en roddels via sociale media (
Waarom jongeren steeds later seks hebben, volgens deze seksuologe. 'Het draait om loslaten' - Vox magazine). Rutgers zelf wijst op bredere maatschappelijke ontwikkelingen: meer aandacht voor consent en
grensoverschrijding (#MeToo) (dit is echt een hele belangrijke waarom bijvoorbeeld jonge mannen vaak helemaal niet meer beginnen aan seks), veranderde relatiepatronen, veel online contact waardoor fysiek dichtbij iemand komen lastiger kan zijn, en een afname van het aantal jongeren met veel verschillende bedpartners (
Seks onder je 25e (2023)). Dat zijn allemaal factoren die heel plausibel bijdragen aan “voorzichtigheid” en dus een latere seksuele start, los van wat er op Pornhub gebeurt.
Over porno zelf weten we twee dingen uit behoorlijk degelijk onderzoek. Ten eerste het gebruik: uit hetzelfde Rutgers-onderzoek blijkt dat het overgrote deel van de jongens (circa 86%) en een flink deel van de meiden (55%) porno kijkt, waarbij het aandeel kijkende meiden sinds 2017 duidelijk is gestegen (
Vox magazine). Ten tweede het effect op attitudes: in het UvA-proefschrift van Klaassen (2020) is met een drie-golvenpanel onder 13-17-jarigen gekeken naar het verband tussen internetporno en ideeën over vrouwen als seksobject en “instrumentele” opvattingen over seks (seks zonder liefde). Daaruit komt wél een effect, maar: het gaat om een
statistisch klein verband, en vooral bij jongeren die al sterk traditionalistische/hypermasculiene of hyperfeminiene ideeën hadden. Bij hen versterkt porno bestaande ideeën, maar het verandert niet “zomaar” iedereen in een seksist (
Thesis.pdf). De auteur concludeert expliciet dat dit geen reden is voor massale paniek, maar wél voor goede seksuele voorlichting en mediawijsheid.
The outcomes of this content analysis result in three implications for media effects research. First of all, the finding that Internet pornography presents a predominant message of casual sex as pleasurable may explain why research has found robust associations between pornography use and positive attitudes toward casual sex (e.g., Peter & Valkenburg, 2016; Wright, 2012). Second, our findings suggest that, for a broader understanding of the relationship between pornography use and attitudes toward sex without love, it may be useful to take into account an extended conceptualization of love. Although pornography use in general seems to be related with less commitment in sexual relations (i.e., increased positive attitudes toward casual sex), effects on other dimensions of love may differ, as these are differently portrayed in pornography.
[..]
A third implication of our results for media effects research points to a crucial role for genre differences, distinguishing at least between amateur and professional pornography. Based on our findings, it may be that that those who predominantly watch mainstream amateur pornography not only have more positive attitudes towards casual 76 Chapter 3 sex, but also consider intimacy less important and sex for utilitarian reasons more acceptable than those who watch professional pornography. Because different genres portray sex and relationships differently, the effects may differ accordingly, which should be addressed to advance our understanding of the impact of contemporary Internet pornography
Dat sluit ook aardig aan bij de NCVS-tekst die je aanhaalt. Het Nederlands Centrum voor Seksverslaving beschrijft hoe een (relatief kleine) groep jongeren echt de controle kwijtraakt: urenlang kijken, afspraken missen, studie/werk die eronder lijdt, obsessie in plaats van plezier (
Over internetporno doen we te nonchalant: verslaafde jongeren verliezen de controle - NCVS). Bij díe groep is het waarschijnlijk dat porno wél een negatieve invloed heeft op hun vermogen om gezonde (seksuele) relaties aan te gaan, inclusief minder behoefte aan “gewone” seks, vertekend zelfbeeld en problemen met opwinding. Maar NCVS zegt er zelf ook bij: we weten niet goed hoe groot die groep is op populatieniveau, dit zijn klinische casussen, niet “de gemiddelde scholier”. Dit is al de groep uitschieters die volle bak een verslaving in trekken, maar die waarschijnlijk gevoed wordt door een sociale barrière die voortkomt uit bijvoorbeeld de Coronatijd en het vermeerderde digitale contact ipv analoog/fysiek.
Als je dat alles bij elkaar legt, kun je hooguit zeggen: porno is onderdeel van het seksuele ecosysteem van jongeren en het kan voor een kwetsbare subgroep behoorlijk ontwrichtend zijn, inclusief mogelijk minder behoefte aan seks met een partner. Maar de trend naar later beginnen met seks zie je tegelijkertijd in een context van meer druk om het “perfect” te doen, meer openheid over grensoverschrijding, meer online leven en misschien ook simpelweg meer keuzevrijheid om níet meteen de standaard hetero-coïtus-norm te volgen.
1 op de 9 jongens en 1 op de 4 meiden voelt zich niet alleen aangetrokken tot de andere sekse. In 2017 was dat nog 1 op 12 respectievelijk 1 op 8.
De sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit nam de afgelopen jaren toe. In 2017 keurde de helft van de jongens en een kwart van de meiden het af als twee jongens elkaar zoenen op straat, in 2023 was dan 24 procent van de jongens en 9 procent van de meiden.
Dat maakt het nogal onwaarschijnlijk dat je die 0,7 jaar verschuiving in gemiddelde leeftijd vooral op het conto van porno kunt schrijven. Het is eerder een cocktail van sociale, psychologische en culturele factoren waar porno hoogstens één ingrediënt van is en dan ook nog vooral problematisch voor een minderheid die doorschiet naar verslaving of al sterke seksistische ideeën heeft. En zelfs daarvan zou je je af kunnen vragen of porno de oorzaak is, of meer het gevolg door gebrek aan sociale sturing en contacten.