25 jaar geleden barstte de zogenoemde 'dotcombubbel' doordat internetbedrijven in elkaar bleven investeren. Toen de vraag achterbleef bij het aanbod, zorgde dat voor een domino-effect: een bedrijf ging failliet, waardoor het zijn schulden bij een ander bedrijf niet kon afbetalen en daardoor kwam ook dat bedrijf weer in de problemen. De geschiedenis herhaalt zich nu mogelijk: AI-bedrijven voorzien elkaar van grote sommen geld.
een samenwerking aan.
In oktober meldden OpenAI en AMD dat zij een overeenkomst hadden bereikt: OpenAI zou voor 6GW aan AMD-gpu's afnemen, terwijl de ChatGPT-maker 10 procent van de aandelen van AMD zou kunnen kopen als het bedrijf bepaalde doelstellingen behaalt. Hoeveel geld er precies met de deal gemoeid was, is niet bekend, maar duidelijk is dat het om miljarden euro's gaat.
Het was zeker niet de eerste investering die het ene AI-bedrijf in het andere deed. De afgelopen maanden is een waar web aan investeringen, deals en samenwerkingen ontstaan, waardoor AI-bedrijven direct en indirect in elkaar investeren. Het doet denken aan de mop van de twee mannen die elkaar voortdurend dezelfde kast verkopen en daar 'goed van kunnen leven'. De prijs van de kast is intussen tot in de miljarden euro's gestegen.
OpenAI en de art of the deal
De grootste dealmaker is zonder meer OpenAI. In de afgelopen jaren heeft de maker van ChatGPT, Sora en de Atlas-browser deals met vrijwel alle andere AI-bedrijven gemaakt. Microsoft was er vroeg bij en heeft in totaal 11 miljard dollar in het bedrijf geïnvesteerd. OpenAI koopt zoals gezegd gpu's in bij AMD, maar heeft ook beloofd vier tot vijf miljoen gpu's van concurrent Nvidia te kopen. Nvidia investeert daarvoor op zijn beurt 100 miljard dollar in OpenAI om 10GW aan compute te leveren. OpenAI koopt verder cloudcapaciteit in bij CoreWeave (voor 22,4 miljard dollar), Google (voor een onbekend bedrag) en Oracle (voor 300 miljard dollar). Ook SoftBank, licentiehouder van de Arm-chips, heeft volgens The Information 30 miljard dollar in OpenAI zitten. Op deze manier bezien is OpenAI bijna een 'tussenstap' voor concurrenten om in elkaar te investeren. Nvidia en SoftBank investeren indirect in AMD en Microsoft koopt indirect capaciteit in bij Google en Oracle.
En de investeringen van OpenAI zijn pas het begin. Sommige bedrijven, zoals AMD en Microsoft, houden zich relatief gedeisd en houden de investeringen beperkt. Andere bedrijven hebben de afgelopen maanden echter meerdere miljardendeals gesloten met grote AI-spelers. Oracle investeerde zoals gezegd 300 miljard dollar in OpenAI en sloot ook een overeenkomst van 40 miljard dollar met Nvidia om chips af te nemen voor, jawel, OpenAI's nieuwe datacenter. Het bedrijf is ook in onderhandeling met Meta om het socialemediabedrijf voor 20 miljard dollar aan rekenkracht te voorzien.
Nvidia sloot naast de deals met OpenAI en Oracle ook overeenkomsten met SoftBank (waarbij het Japanse bedrijf 3 miljard dollar investeerde) en CoreWeave (dat een order van 6,3 miljard dollar van Nvidia ontving). De chipontwerper sloot daarnaast een samenwerkingsovereenkomst met Intel voor de ontwikkeling van x86-chips. Als onderdeel van die overeenkomst koopt Nvidia voor 5 miljard dollar aan Intel-aandelen.
Bijna al deze overeenkomsten werden dit jaar gesloten: alleen Microsoft was er vroeg bij en investeerde in 2019 en 2023 in totaal 11 miljard dollar in OpenAI. Een snelle rekensom leert dat de totale investeringen van deze bedrijven in elkaar dit jaar al meer dan een half biljoen dollar bedragen. Een bedrag dat hoger ligt dan de marktwaardes van techreuzen als AMD, Palantir en ASML, die voor hun inkomsten bovendien ook weer (deels) afhankelijk zijn van deze bedrijven.
AI-hype: een revolutie of een bubbel?
De circulaire investeringen, waarbij bedrijven vooral veel in elkaar investeren, zorgen ervoor dat meerdere economen vrezen voor een 'bubbel'. Het patroon lijkt sterk op de dotcombubbel die rond de millenniumwisseling barstte. Die bubbel knapte mede omdat veel internetbedrijven in netwerkapparatuurfabrikanten investeerden, die dat geld vervolgens weer in internetbedrijven staken. Dat zorgde uiteindelijk voor een domino-effect: als een bedrijf failliet ging, zag een ander bedrijf niets van zijn investering terug en kwam het in de problemen, wat weer leidde tot financiële problemen bij andere bedrijven.
Meerdere prominente figuren waarschuwen daarom voor de gevaren van een potentiële bubbel. Microsoft-oprichter Bill Gates waarschuwde in oktober dat de huidige AI-bubbel lijkt op de dotcombubbel. David Solomon, ceo van investeringsbank Goldman Sachs, verwacht dat er binnen twee jaar een correctie volgt. Zelfs OpenAI-ceo Sam Altman waarschuwde in augustus dat investeerders 'overenthousiast' zijn.
Dat ziet ook Bart van der Sloot. Hij is filosoof en jurist met een focus op AI. "Ten dele zitten we wel in een AI-bubbel", zegt hij. "Een goede analogie is, denk ik, ook de bankencrisis, omdat destijds ook van die vage financiële constructies werden toegepast. Dat zien we hier ook gebeuren. Dat stimuleert de marktwaarde van dat soort bedrijven tijdelijk, maar dat is deels ook gebakken lucht. Ik wil er wel de kanttekening bij plaatsen dat heel veel van de beloften van de dotcombubbel ook waarheid zijn geworden. Alleen waren er toen tijdelijk te veel en te grote verwachtingen. De bubbel was eerder het tempo waarin de revolutie zou plaatsvinden dan de revolutie zelf. Ik denk dat dat hierbij ook het geval is. De ontwikkelingen gaan nu heel snel en het is aannemelijk dat die de komende tijd wat minder snel zullen gaan en dat een deel van die verwachtingen niet wordt waargemaakt."
Hetzelfde, maar met AI
Ook de gehaaste adoptie van AI door bedrijven onderstreept dat we in een bubbel zitten, merkt Agata Leszkiewicz, universitair docent en onderzoeker AI-marketing aan de University of Twente. "We hebben in verschillende marketingonderzoeken gezien dat de implementatie van AI geen voordelen oplevert als bedrijven hun werkwijze niet aanpassen om ruimte te maken voor AI-processen. Als bedrijven AI willen gebruiken om een duurzaam voordeel te verkrijgen, moeten zij hun besluitvormingsprocessen en hun gebruik van data compleet herzien. Het is complexer dan simpelweg een AI-tool kopen die taken uitvoert." Leszkiewicz verwijst onder meer naar een onderzoek in het Journal of Marketing Research. Onderzoekers concludeerden daarin dat advertenties voor het automerk Polestar die door ongetrainde AI-modellen waren gemaakt minder goed presteerden dan de eigen, door mensen gemaakte advertenties van de autofabrikant. Ook MIT publiceerde een onderzoek waaruit blijkt dat investeringen in generatieve AI zelden tot snelle omzetgroei bij bedrijven leiden.
"In dat opzicht denk ik dat de verwachtingen soms te hooggespannen zijn", vervolgt Leszkiewicz. "Bedrijven onderschatten de inspanning die nodig is om deze technologie voor hen te laten functioneren. Er zijn nu best wat AI-start-ups die te veel beloven of niet helemaal duidelijk zijn over welke oplossingen hun systemen bieden. Uiteindelijk zullen investeerders op de lange termijn leren om de werkelijke waarde van een oplossing te herkennen."
Net als tijdens de dotcombubbel verwacht Van der Sloot dat er uiteindelijk bedrijven zullen omvallen of uit de AI-race zullen stappen. Hij denkt dat OpenAI en Google nu het verst zijn in de ontwikkeling van hun modellen: "Dat zijn de twee bedrijven waarvan de taalmodellen er echt bovenuit steken. En misschien de bedrijven in China, maar ik vind het heel moeilijk in te schatten of dat nou knap is gemaakt of gewoon goed gestolen."
Leszkiewicz ziet dat OpenAI de eerste was die generatieve AI breed beschikbaar maakte. Daardoor heeft het bedrijf een voorsprong, maar in principe blijft het een challenger: "Onder meer Google en Meta investeren nu ook veel in AI. Dat zijn bedrijven met veel robuustere financiën die ook een langere geschiedenis hebben met het ontwikkelen van technologieën. Daardoor moet OpenAI ChatGPT beter blijven maken en kan het niet gemakzuchtig worden."
Leszkiewicz benoemt ook de hoge kosten die het ontwikkelen van generatieve AI met zich meebrengt: "De initiële investering is nog hoger dan tijdens de dotcombubbel door alle vereisten rond energie en rekenkracht. Het wordt daardoor waarschijnlijk een geconcentreerde markt. Veel kleinere bedrijven zullen de technologie van de grotere spelers in hun eigen jasje steken en verkopen. Dat betekent niet dat deze bedrijven niet succesvol zullen zijn, maar ze maken wel gebruik van bestaande oplossingen en bestaande AI-providers."
'De winst komt later wel'
Mede door die hoge investeringen is het moeilijk om met veel AI-providers een winstgevend bedrijfsmodel op te zetten. Zo zei OpenAI aan het begin van het jaar nog dat het verlies maakt op zijn Pro-abonnement, dat 229 euro per maand kost. Dat komt onder meer doordat veel AI-bedrijven nog in een soort 'start-upfase' zitten met hun AI-producten, ziet Van der Sloot: "Ik denk dat zij heel snel de markt willen veroveren en hun producten daarom gratis of goedkoper aanbieden. Als die bedrijven dan na drie of vier jaar zoveel data hebben verzameld van alle markten en alle taalgebieden, dan is hun model echt superieur en kunnen ze de prijs misschien wat omhooggooien."
Mede daarom voorspelt ook Leszkiewicz dat een aantal AI-bedrijven uiteindelijk zal verdwijnen: "Het betekent niet per definitie dat de markt ineenstort, maar als het bedrijfsmodel van bepaalde bedrijven onhoudbaar en verlieslatend blijft, denk ik dat die bedrijven worden overgenomen door grotere spelers. Uiteindelijk verdwijnt de kennis van die bedrijven daarmee niet, maar wordt hij misschien aangeboden door iemand anders of in een wat ander format."
Van der Sloot verwacht dat uiterlijk over vijf jaar duidelijk zal worden welke AI-bedrijven het zullen redden. "De rest valt dan wel af. Dat zal wel even een klap zijn. Die bedrijven zullen deels omvallen of deels herstructureren. De infrastructuur die ze hebben aangelegd, wordt afgewaardeerd en op termijn weer overgekocht door de concurrenten." Daardoor zullen veel investeerders hun geld kwijtraken, maar hij vermoedt dat de impact op de algehele economie beperkt blijft: "Dat is veel complexer dan alleen de vraag of de AI-revolutie slaagt of niet. En juist als die slaagt, gaan er misschien wel veel banen verloren. Als die bubbel klapt, zal dat even een schokgolf in de economie veroorzaken, maar ik denk niet dat de gevolgen catastrofaal zullen zijn en dat de economie daar binnen een paar jaar weer bovenop komt."
Redactie: Imre Himmelbauer • Eindredactie: Monique van den Boomen