Tijdens de World Summit on the Information Society - waar de internationale gemeenschap deze week heeft gediscussieerd over de toekomst van het internet - is de nodige kritiek geuit op Tunesië, het gastland van de conferentie. Terwijl president Ben Ali de genodigde politieke, koninklijke, wetenschappelijke en zakelijke gasten toesprak met mooie woorden over vrijheid van informatie, zou hij ondertussen mensen die zich (al dan niet op internet) kritisch uitlaten over zijn overheid in de gevangenis laten gooien. Human Rights News citeert een uitgebreid rapport over censuur in het Midden-Oosten en het noorden van Afrika, waar onder andere het verhaal instaat van de democratische journalist Muhammad Abou. Eerder dit jaar publiceerde hij een artikel op zijn site waarin hij Ben Ali vergeleek met minister Sharon van Israël. Een dag later werd hij opgepakt en veroordeeld tot meer dan drie jaar celstraf.
Officieel wordt er in Tunesië iedere vijf jaar een nieuwe president gekozen, maar omdat er geen enkele andere machtige politieke partij bestaat heeft Ben Ali al sinds 1987 de touwtjes in handen. Hij heeft met zijn familie een monopolie op internettoegang in het land en misbruikt dat om op grote schaal censuur toe te passen; veel normale nieuwssites zijn niet te bereiken en de (toch al kleine) oppositie heeft al helemaal geen kans om zich online te verenigen. Verder zou men bewust het gebruik van webmail tegen proberen te houden, omdat normale mail makkelijker te bespioneren is. Een Tunesische voorvechter van vrijheid van meningsuiting zag de komst van het WSIS naar het land dan ook als een vernedering, want de 'dictator' Ben Ali zou volgens hem niet de kans moeten krijgen om mooi weer te spelen voor de ogen van zoveel belangrijke mensen.
Tunesië is echter niet het enige land waar kritiek op is. Reporters Without Borders heeft een lijst samengesteld van vijftien landen die het 'vijanden van het internet' noemt. Naast Tunesië staan landen als China, Cuba, Iran, Noord-Korea, Sirië, Saudie-Arabië en Vietnam op deze lijst. De klachten gaan vooral over censuur van de overheid en het bespioneren van burgers. Naast de vijftien 'vijanden' worden er ook nog tien potentiële gevaren genoemd, waaronder de VS en de EU. Eerstgenoemde zou niet genoeg privacy bieden voor zijn eigen bevolking, en bovendien werken Amerikaanse bedrijven als Yahoo, Cisco en Microsoft mee om de censuur in andere landen mogelijk te maken. De EU krijgt kritiek op de plannen om dataverkeer te gaan bewaren, maar ook omdat providers verantwoordelijk worden gesteld voor de inhoud van websites die ze hosten.