David Stevens, de ontslagen voorzitter van de Belgische privacytoezichthouder, heeft zijn ontslag niet via een snelle procedure kunnen aanvechten bij de Belgische Raad van State. Het hof ging niet mee in de argumentatie dat er sprake is van een uiterst dringende noodzakelijkheid.
Kort na zijn ontslag, dat eind juli viel, stelde de man dat de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit niet in volle onafhankelijkheid kan blijven handelen als de overige leden van het directiecomité onder de voortdurende dreiging van een ontslagprocedure om politieke redenen moeten werken. Hij ging hierop naar de Belgische Raad van State met de vraag om zijn ontslag dringend ongedaan te maken. “Het risico op geanticipeerde gehoorzaamheid is reëel”, klonk het bij Stevens, die naar eigen zeggen ook een klacht bij de Europese Commissie had ingediend wegens schendingen van het Europese recht. De Raad van State volgde de argumentatie echter niet en zag volgens Het Laatste Nieuws geen 'uiterst dringende noodzakelijkheid' om de beslissing van de plenaire Kamer via een snelle procedure terug te draaien.
De Belgische plenaire Kamer had eind juli, via een geheime stemming, ingestemd met het ontslag van David Stevens, voormalig voorzitter van GBA en Charlotte Dereppe, de directeur van de Eerstelijnsdienst. De ontslagprocedure van de twee kaderleden werd begin dit jaar ingezet nadat een Kamercommissie het ontslag van de twee had aanbevolen. Dat advies kwam er na een audit van het Belgische Rekenhof. De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit betreurde toen naar eigen zeggen de beslissing van de Kamer. Opvallend is dat de GBA ook zei dat ze 'geen toegang had tot de door de Kamer samengestelde dossiers' rondom het ontslag.
Update, 22.20 uur: Titel en artikel aangepast. Voorheen stond er te lezen dat de man zijn ontslag niet heeft kunnen aanvechten terwijl dat op moment van schrijven enkel via een snelprocedure bij de Belgische Raad van State niet was gelukt. Met dank aan Dasprive.