De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding volgt volgens NRC al 'jarenlang' personen in Nederland op sociale media door middel van nepaccounts. Vergaarde informatie werd verder verspreid naar andere autoriteiten. Die bevoegdheid heeft de NCTV echter niet.
De NRC concludeert dat op basis van eigen onderzoek en 'gesprekken met tientallen betrokkenen en interne documenten'. De dienst zou bijvoorbeeld in kaart brengen of personen getrouwd zijn, hoeveel kinderen ze hebben en met wie ze zich associëren. Ook zouden foto's van de personen verzameld worden, vermoedelijk die de personen zelf op sociale media geplaatst hebben. De NCTV volgt onder andere politieke campagneleiders, religieuze voormannen en linkse en rechtse activisten.
De NCTV zou de informatie vergaren voor zijn analyses over de nationale veiligheid. De vergaarde informatie wordt bijvoorbeeld in een zogenaamd weekbericht gedeeld met instanties als gemeenten, politie, de AIVD en zelfs buitenlandse inlichtingendiensten. Er zou echter nergens vastgelegd zijn wat precies de kaders zijn voor deze informatievergaring. In een interview met NRC erkent NCTV-chef Pieter-Jaap Aalbersberg dat de 'juridische grondslag' problemen heeft, maar zegt ook dat daaraan gewerkt wordt.
Niet alleen het stelselmatig volgen van personen zou niet vallen onder de bevoegdheden van de NCTV, maar ook het gebruik van een nepaccount, wat werken onder dekmantel is. De NCTV-voorman benadrukt wel dat de Coördinator de bevoegdheid heeft om onderzoek te doen naar online uitingen.
Twee dagen voor publicatie van het NRC-stuk op vrijdag, verdween een bij de krant bekend NCTV-nepaccount van Instagram, Twitter en Facebook. De Autoriteit Persoonsgegevens zegt navraag te gaan doen over de praktijken bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
In een aanvullende reactie op de website van de NCTV stelt de organisatie dat het 'in de afgelopen jaren geconfronteerd is met juridische procedures, waarbij ook de legitimiteit van het verwerken van persoonsgegevens ter discussie is gesteld'. Volgens de Coördinator hebben deze procedures 'tot nu toe niet geleid tot de vaststelling dat er een wettelijke grondslag ontbreekt'. Verder zou het beeld dat de NRC schetst onvolledig zijn en voorman Pieter-Jaap Aalbersberg zou veel meer informatie gegeven hebben dan in het artikel is beland. Ook 'raakt het de NCTV enorm dat medewerkers en werksituaties herleidbaar aan de orde komen. De aard van de werkzaamheden vraagt om een veilige werkomgeving'.