Een commissie die in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken het beleid inzake stemmachines heeft onderzocht, heeft vandaag een uitgesproken negatief rapport gepubliceerd. De overheid heeft geen grip op elektronisch stemmen, zo stelt de commissie-Hermans.
Het correct en veilig functioneren van stemcomputers werd vorig jaar op de agenda gezet door de actiegroep 'Wijvertrouwenstemcomputersniet', die onder leiding van ex-Xs4all-voorman Rop Gonggrijp aantoonde dat de stemmachines af te luisteren waren. Deze opzienbarende ontdekking - geheime verkiezingingen zijn essentieel in een parlementaire democratie - bleek slechts een eerste stap: stemcomputers zouden op diverse wijzen te misbruiken zijn. De Commissie Besluitvorming Stemmachines heeft met het rapport 'Stemmachines: een verweesd dossier' vrijwel alle bezwaren bevestigd. Zo werd kritiek geleverd op het ontbreken van regels voor opslag en verzegeling voor de apparatuur, terwijl die wel bestaan voor de klassieke bus met stembiljetten. Wijvertrouwenstemcomputersniet toonde bovendien aan dat de software van stemcomputers te hacken is. De onderzoekers konden achterhalen dat de gebruikte programmatuur - met name die voor het tellen van de stemmen - niet altijd wordt getest, en ze waren ook niet te spreken over het feit dat de broncode van de stemsoftware niet eens ter beschikking van de overheid staat.
De opdracht tot het onderzoek werd gegeven door ex-minister van Bestuurlijke Vernieuwing Atzo Nicolaï, die de verantwoordelijkheid voor het correcte verloop van verkiezingen in zijn portefeuille had. Nicolaï kreeg een pluim van de commissie, omdat hij, toen de stemmachines ter discussie werden gesteld, 'adequaat' heeft gehandeld door fabrikanten te verplichten wijzigingen aan te brengen. Even verderop laat men echter weten dat het ministerie 'traag en niet actiegericht' bezig is geweest, en dat er 'weinig ervaring en amper kennis' op het ministerie aanwezig is om oordeelkundig op te kunnen treden: de enige eis die het ministerie aan leveranciers wist te stellen is dat stemcomputers 'het stemmen met papier en potlood moesten nabootsen'.
Verder heeft het ministerie zich afhankelijk van zijn leveranciers gemaakt: 'Door niet te handelen heeft het ministerie het politieke en maatschappelijke debat over zichzelf afgeroepen', stelt het rapport. Volgens de commissie is er een voorlopig evenwicht gevonden tussen de wensen van de Tweede Kamer en de eisen die 'redelijkerwijs' aan leveranciers Nedap en Sdu gesteld konden worden, maar dat is voor de lange duur volstrekt ontoereikend. De Kieswet, die van een 'ijl abstractieniveau' is, moet op de helling, en de keuring van stemcomputers moet niet meer door dezelfde organisatie gebeuren die de eisen ervoor formuleert. Verder moet er volgens de onderzoekers een zogeheten 'paper trail' komen: zowel voor de kiezer als voor de stembureaus moeten papieren afschriften komen, waarop vermeld staat op wie er gestemd is. Ook wil de commissie dat er op zijn minst wordt nagedacht over het openbaar maken van de gebruikte broncode.