Voor ATi is het boekjaar 2006, dat op 31 augustus zijn besluit vond, in mineur geëindigd. Hoewel de balans nog niet officieel is opgemaakt, is duidelijk dat het bedrijf tussen 100 en 140 miljoen dollar minder heeft verdiend dan werd verwacht. De verkoop van handhelds, die verantwoordelijk zijn voor zo'n twintig procent van ATi's inkomen, liet een forse dip zien, maar volgens een woordvoerder was dat uitsluitend te wijten aan de herstructurering van het inkoopbeleid van een van de grotere afnemers. Voor de langere termijn worden daar ook geen nadelige gevolgen van verwacht. Aanzienlijk belangrijker is dat de productie van chipsets voor Intel-processors minder opleverde. De chipsets, die grofweg 26 procent van de omzet vertegenwoordigen, leverden niet alleen veel minder op, maar ATi verwacht ook nog eens dat die daling structureel is.
'We hadden wel gedacht dat de overname door AMD een afname van Intel-chipsets tot gevolg zou hebben', sipte topman Dave Orton, 'maar we hadden niet gedacht dat dat zo snel zou gebeuren.' Volgens hem zijn de andere producten van het bedrijf, zoals videokaarten en handhelds, 'bijzonder positief ontvangen' en is er geen enkele reden om aan hun levensvatbaarheid te twijfelen. Voor de Intel-chipsets gaat dat verhaal echter niet op. Zodra het nieuws over de overname door AMD bekend werd, staken de speculaties de kop op dat Intel alle mogelijke moeite zou doen om het tweetal te dwarsbomen. Intel zou bijvoorbeeld moederbordmakers onder druk zetten om geen borden op basis van de nieuwe RD600-chipset te produceren, en de opvolger van die chipset werd zelfs geheel geannuleerd.