Het Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE) zal binnenkort de eerste draft-versie presenteren van de nieuwe 802.11n-standaard, die de huidige 802.11a, -b en -g-standaarden moet gaan opvolgen. De commissie die aan de nieuwe standaard werkt, wil komende week een voorstel voor de nieuwe standaard voorleggen aan de leden van het IEEE waarna deze kunnen stemmen over de nieuwe standaard.
Het werk voor het opstellen van de nieuwe standaard die de huidige Wi-Fi-standaarden moet gaan opvolgen is al geruime tijd aan de gang. Het grootste probleem was dat de fabrikanten die verwachten producten op basis van 802.11n op de markt te brengen waren verdeeld in twee groepen die op bepaalde punten van de nieuwe standaard lijnrecht tegenover elkaar stonden. De ene groep, WWiSE, bestond voornamelijk uit producenten van mobiele telefoons, zoals Nokia, Motorola en NTT. Deze groep had een voorstel voor 802.11n gedaan waarbij het ook mogelijk zou zijn om de draadloze technologie te gebruiken in kleine draagbare apparaten zoals mobiele telefoons. De andere groep, bekend onder de naam TGn Sync, had de grote netwerkapparatuurproducenten Intel en Cisco als leden die minder belang hebben bij een energiebesparende versie van het netwerkprotocol. Uiteindelijk zagen de diverse bedrijven in dat het niet echt opschoot met twee afzonderlijke groepen, waarna besloten werd om de krachten te bundelen. Hiervoor werd het Enhanced Wireless Consortium opgericht dat als voornaamste doel heeft de ontwikkeling van de nieuwe 802.11n-standaard te versnellen.
De nieuwe Wi-Fi-standaard zal gebruik maken van diverse technieken om de snelheid te verhogen. Zo zal er gebruik worden gemaakt van kanaalbundeling om de bandbreedte te vergroten. Het nadeel hiervan is dat er minder draadloze netwerken 'tegelijk' actief kunnen zijn. De belangrijkste snelheidsverbetering zal dan ook worden gerealiseerd door een techniek die bekend staat onder de naam MIMO, wat staat voor Multiple Input, Multiple Output. Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat een accesspoint over meerdere antennes moet beschikken die elk een eigen signaal uitzenden en ontvangen. Door wiskundige berekeningen is het toch mogelijk om voor een ontvanger de afzonderlijke 'kanalen' te herkennen. Deze methode, die gebruik maakt van multipath scattering, werkt met name binnen gebouwen goed, maar presteert minder in de buitenlucht omdat er dan minder obstakels zijn waar het signaal tegen weerkaatst. Momenteel wordt deze techniek al gebruikt in accesspoints die voorzien zijn van een Airgo-chipset en beschikken over een zogenaamde 'turbo-modus'.
De nieuwe standaard zal in de eerste 802.11n-apparaten een brutosnelheid van 300Mbit/sec weten te halen waarbij gebruik wordt gemaakt van twee antennes. Op een later moment zullen er ook apparaten op de markt komen die snelheden van 600Mbit/sec weten te halen, waarbij het aantal antennes wordt verdubbeld tot vier. De netto snelheid zal rond de 100Mbit/seconde komen te liggen wat vergelijkbaar is met de meeste Ethernet-netwerken die momenteel gebruikt worden. Naast de verbeterde snelheid zal ook de betrouwbaarheid en het bereik van het signaal worden verbeterd, wat uiteraard ook ten goede komt van de snelheid. De verwachting is dat de draft-versie van het protocol komende week zal worden goedgekeurd, waarna het ongeveer nog een jaar zal duren voordat de uiteindelijke versie van de 802.11n-standaard is voltooid. De eerste apparaten kunnen we echter wel in de loop van dit jaar verwachten, die dan later door een firmware-update kunnen worden voorzien van volledige conformatie met de standaard.