Google heeft formeel bezwaar aangetekend tegen een Amerikaans vonnis waarin het bedrijf werd aangemerkt als illegale monopolist. In 2024 concludeerde een rechter dat Google daarmee antitrustwetten overtrad, al bleef het grootste risico, namelijk gedwongen verkoop van Chrome, uit. Google zei al in beroep te gaan en geeft nu ook aan op welke gronden het dat doet.
Dit nieuws in het kort
- Google gaat officieel in beroep tegen een vonnis uit 2024.
- Het bedrijf zei dat destijds al, maar heeft nu voor het eerst uitgelegd waarom.
- Google vindt dat bedrijven als Apple Google als standaardzoekmachine kozen omdat dat de beste is.
- Google ziet 'zoekmachinemarkt' heel anders dan de rechter.
- Google is het niet eens met de sancties die de rechter oplegde.
Onder andere Reuters heeft het bezwaarschrift online gezet. Daarin staat op welke gronden Google de baanbrekende uitspraak uit 2024 wil aanvechten. In augustus van dat jaar vonniste een federale rechter dat Google een illegaal monopolie heeft op de zoekmachinemarkt.
De uitspraak ging met name over de overeenkomsten die Google sluit met bedrijven zoals Apple om Google de standaardzoekmachine te maken op iPhones en andere Apple-apparaten. Die overeenkomsten zijn 'concurrentieverstorend', zei de rechter.
Google zei eerder al in hoger beroep te gaan in de zaak en de verwachting is dat als het bedrijf ook die zaak verliest, het naar het Hooggerechtshof stapt. Nu heeft Google voor het eerst ook gezegd op welke juridische gronden het de zaak precies aanvecht.
:strip_exif()/i/1078744292.gif?f=imagenormal)
Geen concurrentie, maar vrije keuze
De kern van Googles argument is dat het bedrijf helemaal geen concurrenten dwars zat. De juridische basis voor 'uitsluitingsgedrag' is volgens Google wankel. Bedrijven zoals Apple kozen voor Google omdat dat volgens hen simpelweg het beste product was, niet omdat ze daartoe gedwongen werden.
Ook zegt Google dat in de contracten nergens stond opgenomen dat de overeenkomst exclusief was. Bedrijven hadden alsnog de mogelijkheid andere zoekmachines als alternatief toe te laten.
Niet de juiste markt
Google vindt ook dat de rechtbank de markt niet goed schetste. Daarin zou ook bijvoorbeeld ook naar zogenaamde 'specialized vertical providers' moeten kijken, ofwel bedrijven zoals Amazon of Expedia. Dat zijn dus diensten die zelf ook een zoekfunctie hebben en die op hun beurt ook weer in Google verschijnen. Volgens Google moeten die diensten ook worden opgenomen in de definitie van 'de zoekmarkt'. Als dat gebeurt, zegt Google, heeft het bedrijf helemaal geen monopolie. Het concurreert dan immers met die andere bedrijven.
Verder vindt Google de straffen te hoog. Vorig jaar bleek al wel dat de ergste straf, namelijk Chrome en Android afstaan, niet hoefde te gebeuren, maar Google moet wél informatie over zijn zoekmachine delen met concurrenten. Als laatste argument zegt Google dat vooral het delen van die gegevens met AI-bedrijven onterecht is. Die bedrijven zouden niet eens hebben bestaan toen Google de vermeende overtredingen beging, dus het bedrijf zou die data niet hoeven te delen, vindt het bedrijf.