Tankstations langs de snelweg mogen enkele laadpalen aanbieden, mits de laadpalen een 'aanvullende voorziening' blijven van het tankstation. Tankstations mogen dus niet meer laadpunten dan tankpunten aanbieden, blijkt uit een uitspraak van de Raad van State.
De uitspraak van de RvS draaide om een zaak tussen enerzijds Fastned en The Fast Charging Network en anderzijds de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De minister heeft de afgelopen jaren meerdere tankstations langs snelwegen toestemming gegeven om laadpalen aan te bieden, als aanvullende voorziening. Hier waren Fastned en The Fast Charging Network tegen, aangezien deze twee bedrijven vlakbij meerdere tankstations ook laadpalen aanbieden. Daarom tekenden ze beroep aan tegen de verleende vergunningen van de minister.
Een van de beroepen draaide om de vraag wanneer sprake is van een 'aanvullende voorziening'. De tankstations hebben namelijk een vergunning waarbij het verkopen van brandstoffen de basisvoorziening is. Daarnaast mogen de tankstations aanvullende voorzieningen aanbieden, zoals een winkel, autowasstraat of snoepautomaat. Meerdere tankstations hebben een laadpaal echter ook als 'aanvullende voorziening' aangevraagd, waar het ministerie toestemming voor gaf.
Fastned en The Fast Charging Network vonden echter dat het onduidelijk was wanneer laadpalen als voorziening 'aanvullend' zijn en wanneer ze niet langer 'aanvullend' zijn. Hier gaat de Raad van State voor een groot deel in mee. Uiteindelijk kun je volgens de rechter echter stellen dat laadpalen 'aanvullend' zijn als ze ondergeschikt zijn aan het tankstation.
Concreet komt het er op neer dat een tankstation geen vergunning mag krijgen om laadpalen als aanvullende voorziening te plaatsen, als het aantal laadpalen het aantal tankpunten overschrijdt. In de uitspraak noemt de rechter het voorbeeld van verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek-Oost. Hier heeft Shell een vergunning om zes laadpalen te plaatsen. Het tankstation zelf heeft negentien tankzuilen. Daarmee is het volgens de rechter 'duidelijk dat de laadfunctie van het energielaadpunt ondergeschikt is aan de hoofdfunctie van het benzinestation als motorbrandstoffenverkooppunt'.
Shell heeft echter ook een vergunning gekregen om op verzorgingsplaats Peulwijk-Oost vier laadpalen te plaatsen, terwijl er 'maar' zes tankzuilen staan. Hier 'klemt' het volgens de rechter. 'Temeer nu Fastned voor de verzorgingsplaats ook een aanvraag voor twee laadpalen als aanvullende voorziening heeft ingediend'. Daarmee zouden er zes laadpalen als 'aanvullende voorziening' verschijnen, terwijl er maar zes tankpunten staan. Shell krijgt daarom van de Raad van State geen vergunning om hier laadpalen te plaatsen.
Fastned en The Fast Charging Network hadden meer beroepsgronden, die voor een groot deel al eerder waren aangedragen in een vergelijkbare zaak. Zo claimen de twee bedrijven dat het gevaarlijk en onduidelijk is als bestuurders bij een verzorgingsplaats moeten kiezen tussen twee aanbieders van laadpunten. Automobilisten zouden bijvoorbeeld spookrijden om toch bij de andere aanbieder te komen.
De twee laadpaalbedrijven vinden daarnaast dat ze ongelijk worden behandeld, bijvoorbeeld omdat tankstations een vergunning voor onbepaalde duur krijgen voor de laadpalen. Dat terwijl de laadpaalbedrijven een vergunning voor vijftien jaar krijgen. Op deze punten gaat de Raad van State niet mee. Tankstations mogen van de rechter daarom nog steeds laadpalen aanbieden, zolang het maar een aanvullende activiteit blijft.