Advertenties in computerspelletjes zijn een flop, meldt analistenfirma Bunnyfoot. Spelers zouden bijvoorbeeld amper in staat zijn om de aangeprezen merken later te herkennen. Volgens de onderzoekers zijn de virtuele advertenties in hun huidige vorm onbruikbaar.
De Britse onderzoekers van Bunnyfoot keken voor het onderzoek onder andere naar oogbewegingen om vast te stellen of advertenties wel bekeken werden, en naar lichamelijke reacties om vast te stellen hoe gamers op zowel het spel als op de advertenties reageerden. Het viel ze onder andere op dat de 120 onderzochte gamers de beschikbare informatie op een andere manier verwerkten dan bij bijvoorbeeld het bekijken van een tv-uitzending: voor een voetbalwedstrijd werken reclameborden rond het veld prima, maar bij een voetbalgame bleek deze reclamelocatie vrijwel geen aandacht te krijgen. Ook het moment van waarneming bleek van belang: een speler die een racegame speelde, crashte in een moeilijke bocht telkens tegen een reclamebord - dat de daarop getoonde advertentie geen positieve waardering kreeg, spreekt vanzelf.
De analisten concludeerden dat in-game advertising grondig op de helling moet, omdat de huidige aanpak simpelweg te weinig resultaat zal opleveren. Dat is met name belangrijk omdat de ontwikkeling van spellen steeds duurder wordt; een gemiddeld PlayStation 3-spel zou volgens gameontwikkelaar Namco een slordige acht en een half miljoen dollar kosten. Dat betekent dat er een half miljoen exemplaren van een game verkocht moeten worden om uit de kosten te komen; advertenties zouden dat aantal omlaag brengen zodat het financiële risico van het uitbrengen van een spel afneemt. Voor kleinere gamemakers is een dergelijke investering al bijna niet meer verantwoord; alternatieve inkomstenbronnen - zoals dus advertenties - zijn dan ook hard nodig. Voordat de virtuele reclame geld op kan leveren, moet er echter nog heel wat denkwerk verzet worden, zo luidt de conclusie.
