Persoonlijke belangen? Kun je dat eens toelichten?
Ik vind het te makkelijk om dit vooral weg te zetten als “persoonlijke belangen van de politiek”. Natuurlijk speelt politiek mee. Soms bureaucratisch, soms via lobby, soms via internationale druk, soms via dreigen met tegenmaatregelen. Dat is niet fraai, maar wel hoe geopolitiek en overheidsbeleid in de praktijk vaak werken.
Maar de discussie wordt naar mijn mening vaak te plat gemaakt: Amerikaanse big tech slecht, Europese oplossing goed. Mijns inziens is dit niet zo simpel te stellen.
Microsoft is niet toevallig zo dominant geworden. Ze hebben in de afgelopen decennia een enorm sterk en geïntegreerd platform gebouwd: werkplekken, identity, opslag, collaboration, compliance, governance, security, device management, auditing, e-discovery, automatisering, lifecycle management, enzovoort. Dat alles werkt relatief goed samen binnen één ecosysteem. Daar mag je kritiek op hebben, en die kritiek is ook nodig, maar je kunt niet doen alsof het alleen maar marketing of politieke gemakzucht is.
Europese bedrijven hebben ook tientallen jaren de kans gehad om een volwassen alternatief te bouwen. We hebben grote spelers zien verdwijnen of afhaken, en er zijn kleinere spelers bijgekomen. Alleen richten die zich vaak op één onderdeel: mail, opslag, chat, videobellen, documentbeheer, identity, security, enzovoort. Dat kan prima zijn voor specifieke use-cases, maar grote organisaties zoeken meestal geen verzameling losse puzzelstukjes met houtje-touwtje-integraties. Die willen een stabiel, beheerbaar en veilig totaalplatform dat op schaal werkt.
En ja, de overheid heeft gevoelige informatie. Niet over patenten of commerciële producten, maar over burgers, bedrijven, belastingen, zorg, justitie, veiligheid en beleid. Juist daarom moet je zorgvuldig zijn. Maar zorgvuldig betekent niet automatisch: alles weg bij Microsoft en alles naar een Europese look-a-like.
Nu Europa wakker lijkt te worden, zie je dat er financiële steun komt voor Europese alternatieven. Dat is op zichzelf goed. Maar laten we eerlijk zijn: veel van die oplossingen zijn óf nog een slap aftreksel van wat Microsoft biedt, óf zo complex en beheeronvriendelijk dat alleen het in de lucht houden ervan al een vermogen kost. Dan creëer je nieuwe afhankelijkheden, alleen dan van een kleine groep gespecialiseerde leveranciers of beheerders. Ook dat is een risico.
Wat mij ook opvalt: dezelfde mensen die nu fel tegen Microsoft zijn, hoorde je vroeger vaak ook al. Ver voor Trump. Toen was het argument vaak dat Linux, Android of open source per definitie beter was, en dat iOS voor “schapen” was of Microsoft voor “simpele gebruikers”. Maar echt inhoudelijk werd zelden onderbouwd waarom het alternatief op grote schaal beter, veiliger, goedkoper én beter beheerbaar zou zijn.
Er is genoeg op Microsoft aan te merken. Absoluut. Vendor lock-in, afhankelijkheid van Amerikaanse wetgeving, licentiekosten, datastromen, strategische kwetsbaarheid: allemaal terechte punten en dan zwijgen we nog maar even over de kwaliteit van support die je vandaag de dag krijgt. Maar je kunt niet ontkennen dat Microsoft een krachtig platform levert waarmee veel organisaties hun kerntaak kunnen uitvoeren. En dat wordt vaak vergeten: voor de meeste organisaties is IT geen doel op zich, maar een ondersteunend proces. Dan is het heel aantrekkelijk als een derde partij dat betrouwbaar, geïntegreerd en schaalbaar kan faciliteren.
De vraag zou daarom niet moeten zijn: “moeten we alles bij Amerikaanse partijen weghalen?”
De vraag zou moeten zijn: “welke informatie en processen horen op welk type platform thuis?”
Mijns inziens moet je werken met duidelijke classificaties. Algemene kantoorinformatie en standaard werkprocessen kunnen in veel gevallen prima op een Microsoft-platform draaien, mits goed ingericht en beheerd. Voor gevoelige informatie kun je kijken naar aanvullende maatregelen zoals encryptie, dataclassificatie, logging, sleutelbeheer, duplicatie of Europese opslagvarianten. Voor zeer gevoelige informatie of kritieke processen kun je besluiten om die volledig zelfstandig of Europees soeverein te hosten.
Dat is een realistischer model dan roepen dat alles wat nu bij Amerikaanse bedrijven draait morgen naar lokale Europese oplossingen moet. Dat klinkt stoer, maar is in de praktijk vaak onrealistisch, extreem duur, organisatorisch complex en een forse teruggang in functionaliteit voor zowel eindgebruikers als beheerders.
En stel dat we straks miljarden steken in een volledige EU-oplossing, en de EU valt over twintig jaar politiek uit elkaar. Gaan we dan weer roepen dat ieder land zijn eigen Microsoft-achtige totaalplatform had moeten bouwen?
Strategische autonomie is belangrijk. Digitale soevereiniteit ook. Maar soevereiniteit betekent niet dat je uit emotie alles moet vervangen. Het betekent dat je bewust kiest waar afhankelijkheid acceptabel is, waar aanvullende waarborgen nodig zijn, en waar volledige eigen controle noodzakelijk is. Dat is minder spectaculair dan “weg met Microsoft”, maar waarschijnlijk wel veel verstandiger.