Het Nederlandse ministerie van Defensie wil binnen twee jaar overstappen op een Europees alternatief voor de omstreden Palantir-software. Nu wordt Palantir-software in 'uitzonderlijke gevallen' toegepast. Palantir is omstreden vanwege de manier waarop het door andere landen gebruikt wordt.
Defensie wil de Palantir-software 'zo snel mogelijk vervangen', zei staatssecretaris Derk Boswijk dinsdag in de Tweede Kamer, schrijft de Volkskrant. Binnen twee jaar moet er een 'volwaardig alternatief' zijn. Eerder overstappen 'zou ik niet adviseren'. "Dan komen er meteen, hoewel beperkt, veiligheidsrisico's bij."
Volgens de staatssecretaris wordt Palantir-software sinds 2010 op kleine schaal gebruikt. "Dat gebruik is zeer beperkt, gecompartimenteerd en kleinschalig." Hierbij wordt synthetische of oude data gebruikt om te kunnen oefenen. "Tenzij op incidentele basis, bij een operatie bijvoorbeeld, opeens verbetering nodig is en een externe specialist moet worden ingehuurd." Die externe specialisten worden wel door de militaire inlichtingendienst MIVD goedgekeurd en werken altijd onder toezicht van Defensie.
Follow The Money schreef recent dat Palantir-software ook door het Special Operations Command wordt gebruikt, ofwel Socom. Socom vervult een cruciale rol bij geheime militaire operaties, schreef het medium. Ook in NAVO-verband gebruikt Defensie Palantir-software, om wapensystemen van verschillende landen met AI sneller met elkaar te laten communiceren.
Palantir is omstreden omdat de software bijvoorbeeld gebruikt wordt door de Amerikaanse immigratiedienst ICE om migranten op te sporen en daarbij mensenrechten schendt, schreef Amnesty International eerder. Ook in de oorlogen in Gaza en Iran wordt het gebruik van Palantir gekoppeld aan mensenrechtenschendingen. Palantir zegt zelf binnen de grenzen van het internationaal humanitair recht te werken.