De toenemende beveiligingseisen voor het gebruik van DigiD hebben als risico dat burgers moeilijker digitaal met de Nederlandse overheid kunnen communiceren. Daarvoor waarschuwt de Algemene Rekenkamer, die stelt dat 'het doel van DigiD grotendeels is bereikt'.
De Nederlandse toezichthouder op het regeringsbeleid schrijft in een rapport dat 'DigiD en eHerkenning massaal door burgers en bedrijven worden gebruikt'. Daarmee zou het doel van die diensten, namelijk tijdwinst en goede beveiliging, 'grotendeels zijn bereikt'. Ook functioneren DigiD en de zakelijke tegenhanger 'toereikend' in de samenleving, stelt de Rekenkamer.
Wel maakt de Rekenkamer zich zorgen over de toekomst van DigiD. De toezichthouder ziet daar twee problemen. Aan de ene kant zijn er de steeds strengere beveiligingseisen van DigiD. DigiD ondersteunt meerdere veiligheidsniveaus. Op het laagste niveau hoeven burgers alleen een gebruikersnaam en wachtwoord te hebben om in te loggen. Bij de hogere beveiligingsniveaus kan multifactorauthenticatie via sms optioneel worden ingeschakeld of zelfs af worden gedwongen. Onder die niveaus valt ook de DigiD-app. Die geldt ook als multifactorauthenticatiemethode.
Op steeds meer plekken, waaronder bij de Belastingdienst en op Mijn Overheid, is sinds relatief kort alleen dat hoogste beveiligingsniveau nog toegestaan. Met andere woorden: burgers moeten verplicht een sms kunnen ontvangen of de app installeren voordat zij daar in kunnen loggen. De Rekenkamer erkent dat dat goed is voor de veiligheid, maar waarschuwt er ook voor dat minder digitaal vaardige burgers daardoor minder makkelijk kunnen inloggen. "Niet alle burgers zijn in staat hiervan gebruik te maken", schrijft de Rekenkamer. "Het gevaar bestaat dat deze burgers geen toegang tot digitale overheidsdiensten hebben, terwijl deze steeds belangrijker worden."
Die strengere eisen maken het ook moeilijker om anderen te machtigen DigiD te gebruiken. Daar komt ook bij dat de ondersteuning voor die burgers onvoldoende is. Zo zijn er wel informatieloketten opgezet in bijvoorbeeld bibliotheken, maar medewerkers daarvan kunnen burgers maar 'tot op bepaalde hoogte helpen' omdat ze bijvoorbeeld niet gemachtigd kunnen worden om namens hulpzoekers op DigiD in te loggen.
Een ander probleem is dat de Nederlandse overheid slecht is voorbereid op toekomstige digitale authenticatiemogelijkheden. Die komen er; vorige week nam de Eerste Kamer de Wet digitale overheid aan die het mogelijk moet maken om alternatieve loginmethodes toe te staan. Ook wordt er vanuit Europa gewerkt aan een digitaal identificatiebewijs. Volgens de Rekenkamer is de overheid daar niet goed op voorbereid.
Er is bijvoorbeeld nog geen centraal aansluitpunt waarop alternatieve authenticatiemiddelen kunnen worden aangesloten. Ook is niet bekend wanneer dat er komt. Het is daarom niet duidelijk wat er gebeurt als er bijvoorbeeld volgend jaar al een alternatief authenticatiemiddel beschikbaar is voor burgers, maar dat nog niet gebruikt kan worden door burgers.