Het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de hoogste bestuursrechter voor zaken met bepaalde economische onderwerpen, heeft bepaald dat er geen strijd met het mededingingsrecht is bij de volledige overname van Reggefiber door KPN.
Daarmee heeft de rechterlijke instantie het eerder ingestelde beroep van Vodafone tegen de goedkeuring van toezichthouder ACM voor de overname, afgewezen. Volgens het College is er geen reden dat de concentratie in de zin van een volledige overname van Reggefiber door KPN ertoe leidt dat de concurrentie op de markt voor toegang tot het kopernet en het glasvezelnet serieus wordt verstoord.
Vodafone maakte eerder bezwaar tegen de goedkeuring van de ACM. Volgens de provider was er voordat de overname tot stand kwam nog een prikkel om de prijzen niet te hoog te maken. Voor de overname was er een situatie van gezamenlijke zeggenschap en gedeeld aandeelhouderschap van KPN en Reggefiber. Nu die prikkel met de overname is verdwenen, denkt Vodafone dat de marktprijzen zullen gaan stijgen met 10 tot 15 procent. De provider stelt dat een concentratie die tot dergelijke prijsstijgingen leidt, normaal gesproken zou worden verboden.
In navolging van een eerdere uitspraak van de lagere rechtbank, hebben de rechters van het College van Beroep voor het bedrijfsleven geoordeeld dat de prijsstijgingen tot aan de tariefplafonds niet in strijd zijn met het mededingingsrecht. Daardoor is het oordeel dat ook niet meer de vraag hoeft te worden beantwoord of die prijsstijgingen wel of niet het gevolg zijn van de overname. De rechters stellen dat het bijvoorbeeld goed denkbaar is dat Reggefiber in de situatie van voor de overname tijdelijk lagere tarieven rekende om zo snel een hogere penetratiegraad van ftth te realiseren. De prijsstijgingen kunnen volgens het College te maken hebben met het terugverdienen van de eerder gedane investeringen.
In 2008 vergaarde KPN een minderheidsbelang van 41 procent in het in 2005 opgerichte Reggefiber. Dat werd in 2012 uitgebreid tot 51 procent. De toenmalige toezichthouder, de NMa, hoefde er daardoor geen goedkeuring voor te geven. Dat veranderde in 2014 toen KPN zijn belang in Reggefiber uitbreidde naar 60 procent, waarmee het telecombedrijf de zeggenschap over Reggefiber kreeg. Hiervoor gaf de ACM in 2014 toestemming. Later vergaarde KPN 100 procent van de aandelen.