NASA heeft met behulp van interplanetaire radartechnologie een Indiaas ruimtevaartuig dat sinds 2009 vermist is, opgespoord. Het is de grootste beproeving van de technologie tot nu toe geweest en de gedemonstreerde potentie kan behulpzaam zijn bij toekomstige maanmissies.
Het ruimtevaartuig, de Chandrayaan-1, is een onbemande kubus van ongeveer 1,5 kubieke meter en moest nog ergens in een baan om de maan draaien. Het voertuig opsporen met telescopen bleek niet mogelijk omdat het weerkaatsende licht van de maan te fel was om zo'n klein object te kunnen zien.
De interplanetaire radar wordt volgens NASA al langer gebruikt om bijvoorbeeld asteroïden die miljoenen kilometers van de aarde af zijn, te observeren. Chandrayaan-1 drijft weliswaar door de ruimte op een afstand van 'slechts' zo'n 384.400 kilometer, maar door het kleine formaat was dit object opsporen alsnog uitdagender dan de gebruikelijke asteroïden. NASA heeft met de technologie ook zijn eigen Lunar Reconnaissance Orbiter opgespoord, maar die was niet verloren en het agentschap had dus een zeer goed idee van waar het moest zoeken.
De radarinstallatie van NASA bestaat uit twee grote onderdelen. De microgolven worden uitgezonden van een antenne met een diameter van 70 meter bij het Goldstone Deep Space Communications Complex in Fort Irwin, Californië. De terugkaatsende golven worden bijna helemaal aan de andere kant van het land opgevangen, door de 100 meter brede Green Bank Telescope in West Virginia.
De zoektocht werd bemoeilijkt door het feit dat de aantrekkingskracht van de maan niet overal even sterk is, wat het lastiger maakt om inschattingen te maken van waar het Indiase ruimtevoertuig ongeveer had moeten zijn. Het was zelfs niet uitgesloten dat Chandrayaan-1 inmiddels op de maan was neergestort. NASA wist echter wel dat het ruimtevaartuig over de polen van de maan heen bewoog en dat is ook het ijkpunt geweest dat tot de herontdekking heeft geleid.
Deze nieuwe toepassing voor interplanetaire radar kan nuttig zijn om zowel botsingsgevaar in te schatten als om ruimtevoertuigen met communicatie- en navigatieproblemen te ondersteunen.