Microsoft heeft nog altijd vrijwel een monopolie op de markt voor desktopbesturingssystemen, maar leek er de afgelopen jaren alles aan te doen om dat eigenhandig om zeep te helpen. Windows werd langzaam logger en opgeblazener, onder meer door de diepgaande integratie van diensten als Copilot en OneDrive, en Microsoft leek steeds minder om de gebruiker te geven. Dat patroon lijkt het softwarebedrijf nu langzaam te doorbreken.
Het was duidelijk dat er iets moest veranderen bij Microsoft toen Satya Nadella in 2014 het roer overnam bij Microsoft. De marktwaarde en de winstgroei van het bedrijf stagneerden. Nadella was voor zijn aanstelling vicepresident van de Cloud and Enterprise-afdeling van Microsoft en werd geprezen als de man die de cloudinfrastructuur van Microsoft had opgezet. Het was duidelijk: Microsoft ging vol voor de cloud.
Tevreden aandeelhouders, ontevreden klanten
Die strategie werkte prima, in ieder geval voor de aandeelhouders. Toen Nadella ceo werd, lag de prijs van het aandeel van Microsoft rond de 40 dollar. Inmiddels is een aandeel Microsoft bijna 400 dollar waard en de prijs bereikte in oktober zelfs een piek van ruim 555 dollar. Nadella's inzet op zakelijke diensten met hogere winstmarges werkte in dat opzicht uitstekend.
Met de focus op bedrijven verloor Microsoft echter ook de focus op consumenten en op bepaalde punten leek het bedrijf ze zelfs actief tegen te werken. Dat begint al bij het installeerproces, dat op Windows 7 nog eenvoudig was: de gebruiker maakte een lokaal account, gaf zijn computer een naam, voerde een productsleutel in en maakte een homegroup, een functie die sinds Windows 10 is opgeschort.
Zo simpel is het helaas niet meer. Ten eerste is het nu verplicht om met een Microsoft-account in te loggen om Windows voor het eerst in te stellen. Microsoft timmerde de workarounds daarvoor ook steeds meer dicht de afgelopen jaren. Verder wil de softwaremaker ook graag telemetriegegevens van gebruikers hebben, gepersonaliseerde advertenties tonen, verbinding maken met de telefoon van de gebruiker en Microsoft 365-, OneDrive- en Game Pass-abonnementen door je strot duwen. Ook wil Microsoft wel erg graag dat iedereen zijn Edge-browser, Bing-zoekmachine en Copilot-AI gebruikt.
AI AI AI
Over die AI gesproken: die is ook bepaald niet universeel geliefd. Generatieve AI is toch al een dienst die niet door iedereen gewaardeerd wordt, maar de liefhebbers weten hun weg wel te vinden naar hun favoriete AI-chatbot. Daar lijkt Microsoft alleen niet al te gerust op en dus probeert het gebruikers bijna overal AI voor te schotelen, tot in Paint en Kladblok aan toe. Sinds oktober is de Copilot-app ook standaard geïnstalleerd op Windows 11-systemen buiten de EU.
Vanuit bedrijfsperspectief is dat logisch: Microsoft heeft veel geïnvesteerd in Copilot en wil dat geld terugverdienen. Maar vanuit gebruikers is de reactie niet altijd even positief, onder meer door de zorgen over privacy. Niet voor niets waarschuwde SURF in september al voor de risico's van Copilot. De AI-assistent kan het gehele scherm van de gebruiker analyseren en sloeg zelfs screenshots op via zijn zeer omstreden Recall-functie. Die functie bleek bovendien creditcardgegevens op te slaan en was ook makkelijk te kraken. Uiteindelijk maakte Microsoft de functie opt-in na de stortlading aan kritiek.
Windows, maar niet voor iedereen
Ook de zeer hoge systeemeisen voor Windows stuiten al sinds Windows 10 op veel verzet. Bij Windows 10 stelde Microsoft de TPM-module verplicht, die lang niet alle gebruikers toen hadden. Dat is ook niet erg toegankelijk, maar daar is nog wel wat voor te zeggen: de TPM-chip genereert en bewaart cryptografische sleutels die worden gebruikt om de beveiliging van verschillende Windows-functies te verbeteren. Zo slaat de TPM de biometrische gegevens van Windows Hello en de sleutel voor de schijfversleutelingssoftware BitLocker op. Daardoor worden respectievelijk biometrische gegevens en gegevens van de harde schijf veel moeilijker te stelen.
De systeemvereisten voor Windows 11 bleken echter nog veel hoger. In één klap gaf Windows aan niet te draaien op alle systemen met een Intel-processor van voor de achtste generatie of een AMD Ryzen-cpu van voor de tweede generatie. Deze hardware was niet heel nieuw meer, maar wel nog prima bruikbaar. Microsoft zelf zegt dat dit de compatibiliteit en stabiliteit van Windows 11 ten goede komt, omdat oudere hardware vaak niet DCH-compliant is. Zeker systemen die dicht tegen de grens aan zitten, zoals Ryzen 1000-pc's en Intel Core Kaby Lake- en Skylake-systemen, voldoen echter vaak wél aan die eisen. Mede door deze eisen duurde het relatief lang voordat Windows 11 meer marktaandeel had dan Windows 10.
Terug naar de basis?
Nu lijkt Microsoft om onbekende redenen toch weer de andere kant op te gaan. Het bedrijf maakte onlangs bekend dat het Copilot 'intentioneler' wil inzetten. Dat moet in de praktijk betekenen dat Copilot in minder onderdelen van het systeem moet komen. Ook de verkenner is volgens Microsoft aan verbetering toe. De softwarefabrikant wil dat dit programma, dat essentieel is voor de gebruikerservaring van Windows, sneller wordt en een betere zoekfunctie krijgt.
Ook de gaat het bedrijf de verplichting van een Microsoft-account mogelijk versoepelen. Naar verluidt streeft een groep binnen het bedrijf naar versoepeling van die vereiste. Hoewel het niet bekend is hoe machtig deze groep is, is wel duidelijk dat er ook mensen binnen Microsoft zijn die Windows hebben zien afglijden en dit proces willen stopzetten.
De vraag is nu in hoeverre dat ook echt gaat lukken. Microsoft heeft weinig concrete plannen gedeeld, dus de tijdlijn is nog erg vaag. Bovendien geven ook woorden als 'stabieler' en 'sneller' maar weinig houvast: 1 procent sneller is immers ook sneller, maar het merkbare verschil zal verwaarloosbaar zijn. Uiteindelijk is er bij Microsoft immers pas écht nood als de gebruikers weglopen. De vraag is of dat nu in zo'n mate gebeurt dat de alarmbellen bij de softwaregigant afgaan.
Afbeelding: Getty Images/Vecteezy
:strip_exif()/i/2008086144.jpeg?f=imagenormal)
/i/2007833896.png?f=imagenormal)