The Register meldt dat Intel zijn CSI-technologie open gaat zetten voor coprocessors van derden, net als AMD via het Torrenza-initiatief doet. Het bedrijf zou de details volgende week openbaren tijdens IDF, maar schijnt al geruime tijd met zijn partners aan het overleggen te zijn over mogelijke toepassingen van de techniek. CSI is de opvolger van de verouderde FSB en maakt gebruik van geïntegreerde interconnects die maximaal 6,4 gigatransfers per seconde ondersteunen. Ter vergelijking: de nieuwe versie van HyperTransport die AMD eind volgend jaar gaat gebruiken voor K8L ondersteunt 5,2 gigatransfers per seconde. Het tweede kernpunt van CSI zijn geïntegreerde geheugencontrollers gebaseerd op FB-DIMM. Volgens geruchten zullen dit er maar liefst vier zijn met ieder twee kanalen, goed voor meer dan 40GB/s aan bandbreedte per socket. Uniek is verder dat CSI compatible zal zijn met zowel Xeon als Itanium, waardoor ontwikkelkosten bespaard worden en het makkelijker wordt om van het ene naar het andere platform over te stappen.
Het grote probleem van CSI is dat het laat komt: de techniek zal voor het eerst opduiken bij de Itanium Tukwila, die pas in 2008 verwacht wordt. Het gros van de markt moet er zelfs nog langer op wachten: pas in 2009 wordt de eerste Xeon gebaseerd op CSI verwacht.
