Uit Canada verkregen data van versleutelde communicatie mag als bewijs worden gebruikt in strafzaken. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag bepaald. De verdediging betwistte de rechtmatigheid van de 'Ennetcom-data'.
De Hoge Raad houdt met zijn uitspraak in cassatie een eerder arrest van het gerechtshof in stand. Het hof oordeelde dat het verkrijgen van de data rechtmatig verlopen is en de gegevens bruikbaar zijn voor het bewijs. De verdediging vond verder dat zijn verzoek om inzage in alle gegevens te krijgen, niet afgewezen had mogen worden. De Hoge Raad wees ook dit verweer af.
De zaak draaide om gegevens die tussen pgp-telefoons uitgewisseld werden. Dit waren in de praktijk omgebouwde Blackberry-toestellen, die via speciale netwerken versleutelde berichten uitwisselden. Het Nederlandse bedrijf Ennetcom bood dergelijke diensten aan en maakte gebruik van BlackBerry Enterprise Servers die in Canada stonden. Na een aanhouding wegens moord, trof de politie bij de verdachte een pgp-Blackberry van Ennetcom aan.
Voor het onderzoek in die zaak en nog drie andere onderzoeken, diende de Nederlandse justitie bij Canada een verzoek in om alle beschikbare gegevens van de BES-servers van Ennetcom over te dragen. De verdediging voerde aan dat deze pgp-gesprekken uitgesloten dienden te worden van het bewijs, omdat deze onrechtmatig verkregen waren en de betrouwbaarheid niet kon worden getoetst. De verdachte stelde de communicatie niet te hebben gevoerd. Het gebruik van de data zou in strijd zijn met het recht op een eerlijk proces op basis van artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Hoge Raad oordeelt dat het gerechtshof juist heeft geconcludeerd dat de juiste procedures zijn gevolgd bij het opvragen en verkrijgen van de gegevens en dat de gang van zaken niet in strijd is met het Wetboek van Strafvordering of met het Nederlandse wettelijke systeem. De Nederlandse politie heeft in de afgelopen jaren veelvuldig gebruikgemaakt van data van versleutelde communicatienetwerken.