Zo'n veertien jaar geleden ontvingen Nederlanders voor het eerst een NL-Alert op hun telefoon. Deze wist nog lang niet alle Nederlanders te bereiken, maar toch was dit een belangrijke mijlpaal. Naast het luchtalarm had de Nederlandse overheid nu een tweede systeem om Nederlanders grootschalig te kunnen waarschuwen voor rampen en crises.
Hoewel dit mobiele alarmsysteem nog last had van een hoop kinderziekten, werd er in 2015 al geconcludeerd dat NL-Alert op termijn het verouderde luchtalarm (of Waarschuwings- en Alarmeringssysteem, zoals de officiële naam luidt) moet gaan vervangen. Destijds werd 2017 als deadline genoemd, maar de afschaffing van het analoge alarm is sindsdien meermaals uitgesteld.
Een meerderheid van de Tweede Kamer gaf vorig jaar nog aan het alarm te willen behouden. Toch is er nu (opnieuw) een deadline gesteld: na 2028 stopt Nederland met het sirenenetwerk om burgers te waarschuwen voor noodsituaties. NL-Alert moet dan vrijwel volledig op eigen benen kunnen staan. Is dat systeem daar inmiddels klaar voor?
NL-Alert mag 'bijna' drinken
NL-Alert werkt met cellbroadcasting en verstuurt waarschuwingsmeldingen naar telefoons binnen het bereik van zo'n cell. Zo'n melding heeft als duidelijk voordeel ten opzichte van het luchtalarm dat er specifieke informatie en handelsperspectieven in kunnen staan. Aan zo'n mobiel systeem wordt al geruime tijd gewerkt. Sterker nog: in augustus viert NL-Alert zijn achttiende jubileum. Althans, achttien jaar geleden kondigde de overheid het plan aan om een dergelijk systeem op te tuigen.
Geen geld voor luchtalarm
Het huidige luchtalarm is een verouderd systeem, waarvan de laatste iteratie inmiddels al dertig jaar oud is. Het onderhoud is daardoor erg duur. Om het luchtalarm toekomstbestendig te maken moet het worden gemoderniseerd, maar dat vereist forse investeringen.
Daarvoor is volgens de Nederlandse overheid geen geld beschikbaar. De overheid heeft daarom besloten om het onderhoudscontract van het luchtalarm per 1 januari 2028 te laten aflopen. De WAS-palen worden in dat jaar gefaseerd uitgeschakeld.
Het duurde nog tot november 2012 voordat NL-Alert in heel Nederland actief werd. Toen waren er nog veel kinderziekten. Zo ontving lang niet iedereen de meldingen. De dekkingsgraad van het eerste testbericht was nog geen tien procent. Dat kwam onder meer doordat de 3G-netwerken van T-Mobile en Vodafone het systeem nog niet ondersteunden. Pas bij de overgang naar 4G werd het systeem grootschalig in gebruik genomen. Ook iPhones boden in eerste instantie nog geen ondersteuning voor cellbroadcasting.
Volgens de recentste bereikmeting, van afgelopen december, bereikt NL-Alert in 'normale situaties' ongeveer 93 procent van de Nederlanders. Dat percentage is al enige tijd vrij stabiel. In juni 2024 werd bijvoorbeeld ook al een bereik van 93 procent gemeld en een jaar daarvoor ging het om 92 procent. Het luchtalarm heeft een minder groot bereik van 75 procent, omdat dit bijvoorbeeld binnenshuis niet goed te horen is of omdat er in nieuwe wijken geen WAS-palen in de buurt zijn.
Van de burgers die in december vorig jaar het testbericht niet ontvingen, zat bijna een derde in het buitenland. Van een kleiner deel stond de telefoon op dat moment uit. Dat gold vooral voor 75-plussers – bij 3 procent daarvan. Van de burgers die het bericht wél ontvingen, zou zeker 13 procent niet het beoogde doordringende, luide meldingsgeluid hebben gehoord en 9 procent ontving het bericht te laat. Het systeem werkt dus nog niet perfect.
Eén is geen
Een jaar geleden werd er in twee onafhankelijke onderzoeken al geconcludeerd dat NL-Alert alleen niet voldoende is in tijden van oorlog of op locaties met een hoog risico op rampen. Dat komt onder meer doordat een NL-Alert opstellen en verzenden te traag is voor acute noodsituaties.
Ook zou het mobiele systeem kwetsbaar zijn voor cyberaanvallen en stroomuitval. Als één telecomprovider uitvalt, is er kans dat ten minste een derde van de bevolking geen alarmberichten ontvangt. Het is in dat geval de bedoeling dat telefoons overschakelen naar een andere provider, maar dat is niet te garanderen. Het luchtalarm is robuuster, aangezien aanvallers dit minder makkelijk kunnen uitschakelen en het accu's heeft voor als de stroom uitvalt.
Een deel van de in het onderzoek genoemde problemen is op te lossen door de NL-Alert-app te gebruiken. Zo zou de reguliere pushmelding niet goed werken in randgebieden, doordat het bereik daar niet optimaal is, en in grensstreken, doordat telefoons daarbij verbinding maken met buitenlandse zendmasten en dus (vooralsnog) geen NL-Alert ontvangen. Voor de app maakt het niet uit waar de gebruiker zich bevindt, als de smartphone maar een internetverbinding heeft. Daarnaast bevat de app aanvullende toegankelijkheidsfuncties voor slechtzienden en slechthorenden. Een nadeel is natuurlijk dat gebruikers deze app wel zelf moeten installeren.
Voor de meeste vastgestelde problemen is het volgens de onderzoekers nodig om niet alleen te vertrouwen op NL-Alert, maar om dit systeem te combineren met andere middelen, zoals een luchtalarm. Dat is ook de aanpak van veel vergelijkbare landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Zweden. De overheid gaf vorig jaar opdracht voor deze onderzoeken, nadat bijna de hele Tweede Kamer voor een motie stemde om het luchtalarm te behouden. Het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Defensie wilden hiermee kijken of het inderdaad nodig was om het luchtalarm te behouden.
Mogelijk alternatief
Uit de onderzoeken bleek dat NL-Alert (nog) niet in alle situaties geschikt is als vervanger voor de WAS-palen. Toch is er volgens de overheid geen geld om het bestaande, verouderde luchtalarm te onderhouden of om een nieuw sirenenetwerk op te tuigen. De aanhoudende plannen om de WAS-palen uit te faseren hebben eerder al geleid tot kritiek van de Nederlandse veiligheidsregio's.
"Ik vind dat als er een crisis is, je de burgers echt allemaal moet kunnen informeren", stelde Arjen Littooij, directeur van de regio Rotterdam-Rijnmond, in 2024 tegenover de NOS. "Dat doe je enerzijds met een NL-Alert en daarnaast nog met de sirenes. We hebben ze alle twee nodig om mensen goed te kunnen informeren."
Hoewel de maandelijkse waarschuwingssirenes lijken te verdwijnen, hoeft dat niet te betekenen dat NL-Alert het over twee jaar helemaal alleen moet zien te redden. Veiligheidsminister David van Weel meldt dat het ministerie zoekt naar een andere oplossing om NL-Alert aan te kunnen vullen. Het is nog niet duidelijk welk systeem de fundamentele tekortkomingen van de mobiele meldingen moet gaan opvangen. Dat moet ook nog eens gaan gebeuren voor een fractie van de kosten van een sirenenetwerk.
Redactie: Kevin Krikhaar • Eindredactie: Marger Verschuur
:strip_exif()/i/2008180146.jpeg?f=imagenormal)